Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(4)
  • Internationale regelgeving(2)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(7)
  • Jurisprudentie(38)
  • Commentaar NLFiscaal(47)
  • Literatuur(89)
  • Recent(8)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(9)

Per 1 januari van dit jaar is de Wet liquidatie- en stakingsverliesregeling in werking getreden. In het eerste deel van een tweeluik bespreken Arco Bobeldijk en Dennis Heijtel de nieuwe kwantitatieve en territoriale voorwaarde in de liquidatieverliesregeling, de zogenoemde doorkijkbepaling en de werking van de franchise. De auteurs gaan in op de verhouding tot het Europese recht, illustreren de bepalingen aan de hand van een aantal voorbeelden en concluderen dat de uitwerking in veel gevallen nog onduidelijk is.


Het tweede deel van dit tweeluik is verschenen in NLF-W 2021/20.
1. Inleiding

Na een lang wetgevend proces is de Wet liquidatie- en stakingsverliesregeling op 1 januari 2021 in werking getreden. Het eerste concept-initiatiefwetsvoorstel dateerde reeds van 16 april 2019, waarna Bart Snels op 2 oktober 2019 het definitieve initiatiefwetsvoorstel aanbood aan toenmalig staatssecretaris Snel van Financiën. Een jaar later kwam dan eindelijk het definitieve wetsvoorstel van het kabinet. De beperkingen van de liquidatie- en stakingsverliesregeling zijn voor het eerst van toepassing op boekjaren die starten op of na 1 januari 2021.1

Het kabinet heeft bij de uitwerking van het onderhavige wetsvoorstel aansluiting gezocht bij de teksten en uitgangspunten uit het initiatiefwetsvoorstel.2 Er zijn een aantal aanpassingen ten opzichte van het initiatiefwetsvoorstel ingevoerd om de mogelijkheid om de nieuwe voorwaarden te omzeilen, te beperken en de eenvoud en de uitvoerbaarheid van de regelingen te vergroten.3 Daarnaast zijn een aantal wetssystematische wijzigingen aangebracht en is in de parlementaire behandeling extra toelichting op bepaalde onderdelen gegeven. Meer dan voldoende redenen om een overzicht te geven van de nieuwe regeling, waarbij wij in het bijzonder aandacht besteden aan de nieuwe elementen ten opzichte van het initiatiefwetsvoorstel. In dit eerste deel van een tweeluik zullen wij met name ingaan op de nieuwe kwantitatieve en territoriale voorwaarde van artikel 13d, lid 2, onderdeel a, Wet VpB 1969 en de doorkijkbepaling van artikel 13d, lid 3, Wet VpB 1969. In het tweede deel zullen wij ons vervolgens met name richten op de temporele voorwaarde van artikel 13d, lid 14, onderdeel c, Wet VpB 1969, de toetsperiode van artikel 13d, lid 2, onderdeel b, Wet VpB 1969 en zullen wij de wijzigingen meer in zijn algemeenheid evalueren.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Arco Bobeldijk
Loyens & Loeff/Nyenrode Business Universiteit
Dennis Heijtel
Loyens & Loeff
NLF-nummer
NLF-W 2021/16
Judoreg
NFB4265
Publicatiedatum
22 april 2021
bwbr0002672&artikel=13d,bwbr0002672&artikel=13l,bwbr0002672&artikel=15ad,bwbr0002672&artikel=15b

X