Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(5)
  • Jurisprudentie(36)
  • Commentaar NLFiscaal(30)
  • Literatuur(38)
  • Recent(2)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(4)

In het afsluitende deel van een tweeluik over de gewijzigde liquidatie- en stakingsverliesregeling bespreken Arco Bobeldijk en Dennis Heijtel de nieuwe temporele voorwaarde en de toetsperiode. Zij evalueren verder de wijzigingen in de liquidatieverliesregeling meer in zijn algemeenheid en concluderen dat het doel van de wetgever ook bereikt had kunnen worden zonder de nu veroorzaakte rechtsonzekerheid en zonder afbreuk te doen aan de totaalwinstgedachte.


Het eerste deel van dit tweeluik is verschenen in NLF-W 2021/16.
1. Inleiding

In het eerste deel van dit tweeluik (NLF-W 2021/16) hebben wij de nieuwe kwantitatieve en territoriale voorwaarde van artikel 13d, lid 2, onderdeel a, Wet VpB 1969 en de doorkijkbepaling van artikel 13d, lid 3, Wet VpB 1969 besproken. Hierbij hebben wij laten zien dat er nog een aantal belangrijke onduidelijkheden met betrekking tot deze bepalingen te onderkennen zijn. In dit tweede deel zullen wij de temporele voorwaarde van artikel 13d, lid 14, onderdeel c, Wet VpB 1969 en de toetsperiode van artikel 13d, lid 2, onderdeel b, Wet VpB 1969 bespreken. Vervolgens zullen wij de wijzigingen in de liquidatieverliesregeling meer algemeen evalueren. Wij beëindigen dit tweeluik met een conclusie.

2. De temporele voorwaarde

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Arco Bobeldijk
Loyens & Loeff/Nyenrode Business Universiteit
Dennis Heijtel
Loyens & Loeff
NLF-nummer
NLF-W 2021/20
Judoreg
NFB4323
Publicatiedatum
19 mei 2021
bwbr0002672&artikel=13d,bwbr0002672&artikel=13j,bwbr0002672&artikel=15ab

X