Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(13)
  • Jurisprudentie(138)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(11)
  • Recent(17)
  • Softlaw(1)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

De mogelijke toepassing van het verlaagde btw-tarief op lustopwekkende middelen wekt nogal wat vragen op over de toepassing van het verlaagde btw-tarief op voedingsmiddelen. In deze bijdrage stelt Tim Klooster deze vragen en verkent hij de mogelijke afbakeningsdiscussies die dit arrest kan opwekken. De veranderingen op korte termijn lijken beperkt, maar de opgewekte vragen blijven voorlopig staan.

1. Inleiding

In de btw komt nogal eens een arrest voorbij dat niet in de eerste plaats herinnerd wordt vanwege de fiscaal-juridische impact, maar omdat het op een bepaalde manier een glimlach op het gezicht van de lezer weet te toveren.1

In dat rijtje past wellicht ook het op 18 december 2020 door de Hoge Raad gewezen arrest over de toepassing van het verlaagde btw-tarief op lustopwekkende middelen (afrodisiaca).2 Dit arrest is echter ook fiscaal-juridisch gezien interessant. Het arrest heeft de potentie om meer duidelijkheid te scheppen over de toepassing van het verlaagde btw-tarief op voedingsmiddelen, maar roept hierover ook een aantal vragen op.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Auteur(s)
Tim Klooster
PwC
NLF-nummer
NLF-W 2021/31
Judoreg
NFB4494
Publicatiedatum
10 augustus 2021
bwbr0002629&artikel=9,celex32006l0112&artikel=98

X