Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(4)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(13)
  • Jurisprudentie(24)
  • Commentaar NLFiscaal(4)
  • Literatuur(7)
  • Recent(1)

In het Bouwstenenrapport wordt voorgesteld een terbeschikkingstellingsregeling voor vastgoed in de vennootschapsbelasting in te voeren om mismatches met beperkt belastingplichtigen tegen te gaan. Een vergelijkbaar voorstel is opgenomen in een recent verschenen aanvalsplan van D66. In deze bijdrage beoordeelt Maiko van Bakel het voorstel aan de hand van de wettelijke systematiek en ratio van de belastingplicht van stichtingen, verenigingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Hij concludeert dat een beter alternatief voorhanden is om de geconstateerde knelpunten weg te nemen.

1. Inleiding

Het in mei 2020 verschenen pakket met de bouwstenen voor een beter belastingstelsel (hierna: Bouwstenenrapport) heeft al veel pennen in beweging gebracht.1 Een beleidsoptie in het Bouwstenenrapport die tot op heden, voor zover ik heb kunnen nagaan, geen aandacht heeft gekregen in de literatuur heeft betrekking op de vennootschapsbelastingpositie van stichtingen, verenigingen en publiekrechtelijke rechtspersonen (en vergelijkbare buitenlandse rechtspersonen). Deze beleidsoptie stelt voor het ter beschikking stellen van vastgoed aan te merken als een belaste ondernemingsactiviteit voor de heffing van vennootschapsbelasting. Een vergelijkbaar voorstel is opgenomen in het recent verschenen ‘Aanvalsplan belastingontwijking’ van D66.2 Op dit moment kwalificeert de exploitatie van vastgoed in veel gevallen niet als een vennootschapsbelastingplichtige onderneming voor de hiervoor genoemde rechtspersonen, omdat sprake is van normaal vermogensbeheer.3

In deze bijdrage onderzoek ik hoe de beleidsoptie in het Bouwstenenrapport zich verhoudt tot de bestaande wettelijke systematiek en ratio van de beperkte belastingplicht van stichtingen, verenigingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Hiertoe wordt in paragraaf 2 het bestaande wettelijke kader toegelicht en stilgestaan bij recente jurisprudentie. In paragraaf 3 licht ik de beleidsoptie in het Bouwstenenrapport nader toe, waarna ik in paragraaf 4 de beleidsoptie zal beoordelen aan het hiervoor beschreven toetsingskader. In paragraaf 5 presenteer ik een alternatief. Ik sluit af met de belangrijkste conclusie en aanbevelingen in paragraaf 6.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Auteur(s)
Maiko van Bakel
PwC / Tilburg University
NLF-nummer
NLF-W 2021/0036
Judoreg
NFB4555
Publicatiedatum
24 september 2021
bwbr0002672&artikel=2&lid=1,bwbr0002672&artikel=3&lid=2,bwbr0002672&artikel=3&lid=3,bwbr0002672&artikel=4

X