Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(4)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(7)
  • Recent(8)

Onder Nederlandse fiscalisten is soms een roep om strengere, liefst constitutionele toetsing van belastingwetten te horen. Is dat een goed idee? Aan de hand van de Amerikaanse constitutionele jurisprudentie schetst Coen Maas enige gezichtspunten. Hoe heeft het Hooggerechtshof de heffingsbevoegdheid afgebakend en welke rol spelen de waarborgen van equal protection en due process daarbij? Wat zou dat kunnen zeggen over grondwetstoetsing in Nederland?


 


Gerard Meussen heeft een referentie-artikel ‘Een hernieuwd pleidooi voor constitutionele toetsing in het belastingrecht’ op deze bijdrage geschreven in NLF-W 2021/49.

1. Inleiding

Het komt in ons land niet zelden voor dat belastingplichtigen zich in een rechtszaak niet zozeer verzetten tegen de uitleg of toepassing van de belastingwet, maar tegen de inhoud daarvan. Men ervaart de regels omtrent de bedrijfsopvolgingsregeling, de belastingrente of de vermogensrendementsheffing als oneerlijk. Zo’n inbreuk op het rechtvaardigheidsgevoel wordt juridisch nogal eens vertaald als een beroep op een hogere norm, zoals het gelijkheidsbeginsel of het eigendomsgrondrecht uit de mensenrechtenverdragen. Aangezien de rechter aan de wetgever in dezen een ruime beoordelingsvrijheid toebedeelt, is zo’n beroep zelden succesvol. Die situatie is niet voor iedereen bevredigend. Dat geldt uiteraard voor menig belastingplichtige die zijn procedure verliest. Maar ook onder de rechtsgeleerde schrijvers zijn minder tevreden geluiden te horen. Die komen bijvoorbeeld erop neer dat de Hoge Raad zijn taak verzuimt en zich verstopt achter de wide margin of appreciation,1 dat hij de wetgever te veel ruimte gunt2 of dat een latent machtsvacuüm is ontstaan.3 Soms kan de indruk postvatten dat ook de belastingrechtspraak haar terughoudendheid een moment laat varen en de teugels aanhaalt.4

Wat vooral in de weg staat aan een indringender grondrechtentoetsing door de rechter is de terughoudende invulling die de Hoge Raad heeft gegeven aan de toetsingsmaatstaven. Betoogd kan worden dat die invulling samenhangt met de traditionele plaats van de rechter in het Nederlandse staatsbestel, waarvan het toetsingsverbod van artikel 120 GW een belangrijk onderdeel vormt.5 Het is dan ook weinig verrassend dat in de literatuur soms suggesties worden gedaan om striktere toetsingsmaatstaven aan te leggen,6 om de rechter meer toetsingsruimte te verschaffen7 of om een constitutioneel hof met volledige toetsingsbevoegdheid op te richten, zoals dat in veel andere landen wel bestaat.8

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Wetsartikelen
Auteur(s)
Coen Maas
Rechtbank Noord-Holland
NLF-nummer
NLF-W 2021/38
Judoreg
NFB4572
Publicatiedatum
7 oktober 2021
bwbr0001840&artikel=120

X