Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(17)
  • Jurisprudentie(94)
  • Commentaar NLFiscaal(20)
  • Literatuur(42)
  • Recent(11)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Het doel van het EU-richtlijnvoorstel ATAD3 is om belastingmisbruik met behulp van substanceloze shell-entiteiten te voorkomen. Een van de in ATAD3 voorgestelde gevolgen van de kwalificatie als shell-entiteit is dat deze geen recht heeft op toepassing van fiscale voordelen uit de Moeder-dochterrichtlijn. In dit artikel gaat Ruby Doeleman in op de vraag of dit gevolgen heeft voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

1. Inleiding

In december 2021 heeft de Europese Commissie (hierna: EC) een voorstel gedaan voor een EU-richtlijn1 (hierna: ATAD3) met als doelstelling om de fiscale impact van entiteiten in de Europese Unie (hierna: EU) die geen of minimale economische activiteiten uitoefenen te neutraliseren.2 ATAD3 dient om binnen de EU een gemeenschappelijk kader van minimumsubstancecriteria te formuleren, zodat shell-entiteiten zonder minimum substance niet langer voor verlaging van de belastingdruk kunnen worden gebruikt.3

Een van de in ATAD3 voorgestelde gevolgen van de kwalificatie als op belastingmisbruik gerichte shell-entiteit is dat deze shell-entiteit geen recht heeft op toepassing van fiscale voordelen uit de Moeder-dochterrichtlijn.4 Op grond van de Moeder-dochterrichtlijn zijn lidstaten onder andere verplicht om op het niveau van een in hun lidstaat gevestigde moederentiteit een deelnemingsvrijstelling of deelnemingsverrekening te verlenen.5 Indien een shell-entiteit of haar moederentiteit in Nederland is gevestigd, ontstaat de vraag of de deelnemingsvrijstelling een voordeel vormt dat voortvloeit uit de Moeder-dochterrichtlijn en derhalve niet mag worden toegepast, of dat de deelnemingsvrijstelling een nationaalrechtelijk fiscaal voordeel vormt en daarmee niet wordt geraakt door ATAD3.

Log hier in om verder te lezen

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Europees belastingrecht
Wetsartikelen
Auteur(s)
Ruby Doeleman
Masterstudent Fiscale Economie Erasmus School of Economics
NLF-nummer
NLF-W 2022/17
Judoreg
NFB5034
Publicatiedatum
2 juni 2022
bwbr0002672&artikel=13

X