Direct naar content gaan
}

Gerelateerde content

Samenvatting

De auto van X (belanghebbende) was in beslag genomen en stond gedurende de periode 1 juli 2020 tot en met 17 maart 2021 in opslag bij DRZ. Op 17 maart 2021 heeft X, met bijstand van een advocaat, haar auto teruggekregen.

Het kenteken van de auto was geschorst vanaf 4 september 2020 tot en met 19 april 2021. Op 5 april 2021 is geconstateerd dat met de auto gebruik werd gemaakt van de openbare weg. Naar aanleiding daarvan is aan X over het tijdvak 4 september 2020 tot en met 5 april 2021 een naheffingsaanslag MRB opgelegd van € 657. De daarbij opgelegde verzuimboete is na bezwaar verminderd tot € 65.

Rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat bij het vaststellen van het naheffingstijdvak de stallingsperiode buiten beschouwing moet worden gelaten. De aanslag dient derhalve te worden verminderd tot een, berekend over het tijdvak 17 maart 2021 tot en met 5 april 2021.

De Inspecteur heeft tegen dit oordeel hoger beroep ingesteld. Hof Amsterdam verklaart dat gegrond.

Zoals de Inspecteur met juistheid heeft betoogd, is in casu niet artikel 34 Wet MRB van toepassing, maar artikel 35 Wet MRB. Dat artikel voorziet (slechts) in een berekeningsmethode voor de vaststelling van het verschuldigd geworden belastingbedrag. Het is niet van belang of de Inspecteur daadwerkelijk bewijsmoeilijkheden ondervindt: het bedrag van de verschuldigde MRB dient los van het feitelijke gebruik te worden vastgesteld. Gelet hierop is de naheffingsaanslag terecht en over het juiste tijdvak vastgesteld. De door de Inspecteur verminderde verzuimboete acht het Hof passend en geboden.

Metadata

Rubriek(en)
Autobelastingen
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
4 september 2020 t/m 5 april 2021
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
15 augustus 2023
Rolnummer
22/02462
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2297
NLF-nummer
NLF 2023/2660
Aflevering
23 november 2023
bwbr0006324&artikel=35,bwbr0006324&artikel=35

Naar de bovenkant van de pagina