Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(116)
  • Commentaar NLFiscaal(5)
  • Literatuur(7)
  • Recent(7)

X (belanghebbende) is enig aandeelhouder van A (nv). In de aangifte IB/PVV 2015 heeft X een nettoresultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen vermeld van negatief € 131.996. Het negatief resultaat houdt verband met gevormde voorzieningen met betrekking tot leningen aan B (bv) en de verschuldigde rente op die leningen. De Inspecteur heeft de voorzieningen bij de aanslagregeling gecorrigeerd en het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen met € 131.996 verhoogd.


In beroep is in het bijzonder in geschil of de leningen waarvoor de voorzieningen zijn getroffen zijn verstrekt aan een vennootschap waarin X een aanmerkelijk belang heeft.


Niet in geschil is dat X zelf geen aandeelhouder is van B en ook geen rechten heeft om aandelen van deze vennootschap te verwerven. Ook A is geen aandeelhouder van deze vennootschap.


X maakt niet aannemelijk dat A een afdwingbaar recht heeft verkregen op het verwerven van aandelen B. Het is niet duidelijk van welke vennootschap aandelen zouden worden verkregen en ook niet hoeveel. Daarnaast is ook nog eens een voorbehoud gemaakt ten aanzien van goedkeuring van de Inspecteur. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een aanmerkelijk belang in B zodat geen sprake kan zijn van een terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 3.92 Wet IB 2001.


Rechtbank Gelderland verklaart het beroep ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
8 september 2021
Rolnummer
19/48
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:4797
NLF-nummer
NLF 2021/2082
Aflevering
4 november 2021
bwbr0011353&artikel=3.92

X