Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Nederland ligt onder vuur binnen Europa. Paul Tang lijkt Duitse bondgenoten te hebben in het Europese Parlement bij zijn kruistocht tegen het Nederlandse fiscale beleid. De aankondiging van een staatssteunonderzoek naar door Nederland verstrekte rulings aan Inter IKEA maakt het beeld voor Nederland bepaald niet rooskleuriger. Fred van Horzen doet een suggestie over de wijze waarop staatssecretaris Snel binnen Europa de lucht kan laten opklaren.

In de aanloop naar de stemming van het Europese Parlement op 13 december 2017 over de aanbevelingen van de PANA-commissie1 was er geen ontkomen aan. Europarlementariër Paul Tang beheerste de vaderlandse media. Hij ging er persoonlijk via een amendement voor zorgen dat het Europese Parlement zou aanbevelen dat Nederland op de lijst van fiscale niet-coöperatieve jurisdicties van de EU zou komen. Wat in al die berichtgeving niet terugkwam, is dat Tang vroeger lid is geweest van de Tweede Kamer, maar dat zijn positie als Kamerlid in het najaar van 2009 onhoudbaar was geworden nadat hij vertrouwelijke informatie naar de pers had gelekt, namelijk de stukken van Prinsjesdag. Het lekken van deze stukken zou hebben kunnen leiden tot zijn vervolging. Als dit Amerika was, zou Paul als gevolg van zijn ‘leaks’ ongetwijfeld tegenwoordig worden aangeduid als Paul ‘lock him up’ Tang of ‘Crooked’ Paul.

De site van het Europese Parlement leerde mij echter dat er helemaal geen sprake was van een ‘amendement Tang’ dat op 13 december 2017 in stemming is gebracht. Wel was er sprake van een Amendement 14, van de hand van Peter Simon, die namens de Duitse SPD deel uitmaakt van de S&D-fractie, waartoe Paul ook behoort.2 Het slot van dat amendement riep de Commissie op om Luxemburg, Nederland, Ierland en Malta (in die volgorde) als EU tax havens aan te merken. Naar de letter was dit niet een amendement Tang. Hoogstens was Paul (één van) de geestelijke vader(s), hoewel ik daar geen bevestiging van vond op de website van het Europese Parlement, maar dat kan aan mij liggen.

Het slot van Amendement 14 haalde net geen meerderheid in het parlement. Dit onderdeel van het amendement zou geen schijn van kans hebben gehad als niet een flinke hoeveelheid Duitse christendemocraten vóór had gestemd. Hoewel Amendement 14 niet ongeschonden de eindstreep haalde, kwam ook Nederland niet ongeschonden uit de strijd. De onderdelen van Amendement 14 die wel een meerderheid haalden, bevatten een beschuldigende vingerwijzing naar onder andere Nederland. Er wordt een aantal statistische gegevens vermeld over investeringen door, respectievelijk in Luxemburg, Nederland, Ierland en Malta. Deze statistische gegevens leiden tot de volgende conclusie:

‘believes that these data are a clear indication that some Member States are facilitating excessive profit-shifting activities at the expense of other Member-States.’

Het vergt weinig fantasie om te bedenken dat met ‘some Member States’ de vier genoemde lidstaten worden bedoeld.

Amendement 10 bevat ook een vingerwijzing naar Nederland. Dit amendement is ingediend door een aantal leden van de fractie van de EFDD.3 De EFDD bestaat uit afgevaardigden van een aantal populistische partijen, met name uit Italië (MoVimento 5 Stelle) en het Verenigd Koninkrijk (UKIP). De EFDD is tegen de euro en staat onder leiding van Nigel Farage van de UKIP, één van de drijvende krachten achter Brexit. Het amendement stelt dat het op voorhand uitsluiten van EU-lidstaten van de lijst van niet-coöperatieve jurisdicties een negatieve uitstraling heeft op het gehele proces. Volgens het amendement horen minstens vier EU-lidstaten thuis op de lijst. De landen worden niet genoemd, maar ongetwijfeld heeft men wederom Ierland, Luxemburg, Malta en Nederland op het netvlies. Ter onderbouwing van de stelling dat ten minste vier EU-lidstaten op de lijst horen, verwijzen de indieners van het amendement naar een simulatie die is uitgevoerd door Oxfam, u weet wel, de organisatie die stelt dat belastingadviezen tot kindersterfte leiden.4 Amendement 10 is door het Europese Parlement aanvaard. Nu valt er van alles aan te merken op de personen en partijen die kritiek hebben op het Nederlandse fiscale beleid en hun beweegredenen,5 maar dat neemt niet weg dat Nederland binnen de EU inmiddels een enorm imagoprobleem heeft. In 1914 schreef de Russische dichteres Marina Tsvetajeva het gedicht ‘Aan Duitsland’.6 De eerste regels luiden als volgt:

‘Je bent het mikpunt van de wereld,Je vijanden zijn zonder tal.Zal ik je dan de rug toekeren?Alsof ik jou verraden zal!’

Deze versregels kunnen worden gerecycled en in een fiscale omgeving worden toegepast op Nederland, waarbij het dan de vraag is wie niet als verrader van Nederland zal optreden omdat men Nederland nog steeds een liefdevol hart toedraagt, vergelijkbaar met de liefde die Marina Tsvetajeva in 1914 voor Duitsland had. De fracties van de S&D, de EFDD en een aantal Duitse christendemocraten hebben Nederland duidelijk de rug toegekeerd. De aankondiging op 18 december 2017 van een staatssteunonderzoek naar een tweetal Nederlandse transfer pricing rulings van Inter IKEA zal de liefde voor Nederland niet toe laten nemen.7 De Europese Groenen kwamen onmiddellijk met een persbericht naar buiten.8 Het brievenhoofd van de reactie (‘Die Grünen im Europäischen Parlament’) en de datering (‘18. Dezember 2017’) waren in het Duits, dus het is duidelijk uit welke hoek de wind waaide.

Er lijkt een samenhang te zijn tussen het aangekondigde staatssteunonderzoek en Amendement 14, maar dat is slechts schijn. Waar Amendement 14 – om de woorden van Paul Tang te gebruiken – Nederland veroordeelt wegens het pirateren van de heffingsgrondslag van andere lidstaten, zegt Vestager dat het pirateren van de grondslag van andere landen op zich prima is. De opbrengst van de piraterij moet echter wel voldoende in de Nederlandse heffing worden betrokken, met inachtneming van de transferpricingregels. Dit uitgangspunt zal menig fiscalist meer aanspreken dan Amendement 14, waarbij de wijze waarop het arm’s length-beginsel door de Commissie zal worden toegepast wel een punt van zorg is.

Dat neemt niet weg dat er werk aan de winkel is voor staatssecretaris Menno Snel. Als ik hem was, zou ik mij laten uitnodigen door Paul Tang om in het Europese Parlement uit te komen leggen welke stappen inmiddels al zijn genomen door Nederland en nog zullen worden genomen om een eind te maken aan het verschijnsel Nederland als fiscaal doorvoerland. Hij zou het verhaal van 12 december 2017 aan de Tweede Kamer over het rulingbeleid en de uitwisseling van rulings voor kunnen dragen.9 Hij zou aan kunnen geven dat Nederland bronheffingen op rente en royalty’s zal invoeren in misbruiksituaties en bij betalingen aan ‘low tax jurisdictions’ en de dividendbelasting in ieder geval zal handhaven in misbruiksituaties en bij betalingen aan ‘low tax jurisdictions’. En dat dergelijke heffingen door alle EU-lidstaten moeten worden ingevoerd. Ook kan hij aandacht besteden aan de wijze waarop Nederland ontwikkelingslanden de helpende hand biedt bij het tegengaan van het oneigenlijk gebruik van belastingverdragen die zij met Nederland hebben gesloten. Ook dit voorbeeld zou door alle EU-lidstaten moeten worden overgenomen. Indien hij door de parlementariërs de vraag krijgt voorgelegd waarom Nederland aarzelingen heeft bij het Frans-Duitse initiatief om zogenoemde ‘tech-reuzen’ fiscaal aan te pakken, zou hij de volgende reactie kunnen geven:

‘Voordat we de problemen van de digitale economie aanpakken, moeten we eerst de problemen van de fossiele economie opruimen. Rutte III maakt een definitief einde aan Nederland als fiscaal doorvoerland. Nederland fungeert echter nog op een andere wijze als doorvoerland. Rotterdam is de grootste doorvoerhaven van kolen richting het Duitse Ruhrgebied.’

Met een knipoog naar de verkiezingsslogan ‘Trump digs Coal!’ zou Snel uit kunnen spreken: ‘Merkel digs Kohl, too!’ en zijn betoog als volgt kunnen voortzetten:

‘Anders dan het Nederlandse fiscale beleid, zorgt de luchtvervuiling die afkomstig is uit het Ruhrgebied en wordt veroorzaakt door het excessieve kolengebruik door de Duitse industrie voor echte doden, ook in Nederland. In het licht van de klimaatakkoorden kan dit niet langer worden getolereerd. “Europe should show its teeth against German air pollution (and dieselgate, by the way)!” Nederland komt dan ook binnen Europees verband met het voorstel om een egalisatieheffing in te voeren ten laste van Duitse luchtvervuilers die als gevolg van de luchtverontreiniging een virtuele aanwezigheid hebben in andere lidstaten. Met het gedeelte van de opbrengst dat aan Nederland toekomt, kan Nederland de transitie naar de niet-fossiele economie financieren en betalen de Duitse vervuilers hun fair share aan ons mooie land waarvan zij de lucht vervuilen.’

Ik vermoed dat het na het uitspreken van dit voorstel nog lang onrustig zal zijn in het Europese Parlement en bij onze oosterburen. Ik vraag me af hoeveel Duitse vrienden Paul Tang daarna nog zal hebben. Zullen ze hem dan de rug toekeren, of overwint de liefde?

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2017/32
Judoreg
NFB1239
Publicatiedatum
21 december 2017

X