Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) heeft in de jaren 2017 en 2018 een groot aantal variërende activiteiten verricht. In deze procedure is met name in geschil of een rozenkwekerij en webwinkel voor X (belanghebbende) in deze jaren kwalificeren als bron van inkomen.

Indien X stelt dat sprake is van één objectieve onderneming, volgt Rechtbank Zeeland-West-Brabant die stelling niet. X heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat sprake is van samenhang tussen zijn chauffeurswerkzaamheden (2018), pgb-werkzaamheden, de rozenkwekerij en de webwinkel. Dat geldt ook voor de rozenkwekerij en de webwinkel. De enkele stelling dat één rozensoort te koop is in een webwinkel is daarvoor onvoldoende, mede in het licht van het overige assortiment (vooral boeken). Dit betekent dat voor de rozenkwekerij en de webwinkel afzonderlijk bepaald moet worden of sprake is van een bron van inkomen.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft X met betrekking tot zowel de rozenkwekerij als de webwinkel niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. Er is dan voor beide activiteiten geen sprake van een bron van inkomen.

Ten aanzien van telefoon- en internetkosten heeft X niet aannemelijk gemaakt dat de zakelijke kosten hoger zijn dan de door de Inspecteur in aftrek toegelaten bedragen.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2017-2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
21 april 2022
Rolnummer
21/161; 21/667
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2098
NLF-nummer
NLF 2022/0890
Aflevering
5 mei 2022

X