Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De Jaap van den Berge-Literatuurprijs werd op 3 april 2018 voor het eerst uitgereikt in internationaal perscentrum Nieuwspoort te Den Haag, en wel aan Rens Pieterse. Remy Gielen doet verslag.

Voor de enkeling die tot het vicepresidentschap van de Hoge Raad der Nederlanden heeft weten te reiken en ter zake van diens loopbaan reeds is geëerd met een liber amicorum,1 onderscheidenlijk een oeuvreprijs die is ingesteld om bijdragen aan een rechtvaardige belastingheffing te onderscheiden,2 zal de ultieme accolade vermoedelijk alleen nog kunnen bestaan in een vernoeming van een prijs naar die persoon zélf. Stichting NLFiscaal heeft daaraan gestalte gegeven door de Jaap van den Berge-Literatuurprijs in het leven te roepen, ‘als eerbetoon aan eminent fiscalist Jaap van den Berge en ten behoeve van de ontwikkeling van het belastingrecht’.3 De prijs werd onder grote belangstelling op 3 april 2018 voor het eerst uitgereikt in internationaal perscentrum Nieuwspoort te Den Haag, en wel aan Rens Pieterse.4 Op deze plaats mag ik enige woorden wijden aan deze feestelijke gebeurtenis.

Jaap van den Berge

Over de verdiensten van Van den Berge is reeds veel geschreven en de hier geboden ruimte is te beperkt om recht te doen aan zijn statuur. Dat zijn demarches betrekkelijk goed zijn gedocumenteerd, is niet in de laatste plaats te danken aan de ontvanger van de eerste Van den Berge-prijs zelf.5 Ook in interviews heeft Van den Berge met plezier zijn vorming tot magistraat uit de doeken gedaan, en deelt hij zijn visie op de rol van de belastingrechter en het belastingprocesrecht – thema’s die hem na aan het hart liggen.6

Een nieuwe literatuurprijs

Ter introductie bij een nieuwe prijs verdient het opmerking dat NLFiscaal7 zich met een grotendeels nieuwe garde annotatoren en een ongewoon beknopt format rap heeft genesteld tussen de periodieken die binnen (advies)kantoren sinds jaar en dag min of meer de regel zijn. Dat wordt geheel naar de eisen der tijd geflankeerd door een toegankelijk ogend online-platform. Dat nu ook van deze organisatie een eerbetoon uitgaat, zal in de woorden van juryvoorzitter Paul de Haan moeten uitmonden in een door onderlinge competitie gedreven ‘race to the top’.8

Over de laureaat

Tussen Van den Berge en prijswinnaar Pieterse, wiens brede belangstelling reikt tot in de verste uithoeken van de fiscaliteit9 en die een ongemene schrijflust aan de dag legt,10 zijn enige in het oog lopende overeenkomsten te ontwaren, zowel op professioneel – beiden werkten op het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en zijn thans als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit Leiden – alsook persoonlijke vlak: hen wordt een bescheiden inborst toegedicht.11 Dat is voor wat betreft Pieterse voelbaar in het in memoriam dat hij opdroeg aan Jan Verburg,12 een stuk dat door de jury is uitgelicht als ‘beginselverklaring’. Ook hun bijkans ijverzuchtwekkende belezenheid13 en historiografische belangstelling duiden op een vorm van geestelijke verwantschap. Wellicht dat er daarom ook een zekere natuurlijke logica schuilgaat in het feit dat de eerste Van den Berge-prijs met unaniem juryoordeel aan Pieterse is toebedeeld. De jury roemde in dit verband naast Pieterse’s eerbetoon aan Verburg, ook de Doedens-biografie14 (en gaf de laureaat in de lofrede min of meer dwingend als opdracht mee te promoveren op een beschrijving van het werk en leven van wijlen Jan van Soest).

‘De werkzaamheden van Pieterse lezen als een pak van Sjaalman’, voegde De Haan de aanwezigen toe: een verzameling van ogenschijnlijk uiteenlopende artikelen, van consistent hoog niveau welteverstaan. Dit aan Multatuli ontleende predicaat is niet toevallig gekozen: het werk van Pieterse asemt in alle opzichten een voorliefde voor de letterkunst.15 Die onderscheidende dimensie heeft ongetwijfeld meegewogen in het fraaie rapport dat Pieterse ten deel is gevallen.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Remy Gielen
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/41
Judoreg
NFB2195
Publicatiedatum
23 augustus 2018

X