Direct naar content gaan

Samenvatting

A is dga van X (bv, belanghebbende). In 2010 heeft A en/of een nader te noemen meester (hierna: de koper) met de verkoper een overeenkomst tot koop van een onroerende zaak gesloten voor een bedrag van € 585.000.

In de koopovereenkomst is onder meer opgenomen dat het pand begin 2014 door de verkoper aan X zal worden geleverd. In december 2013 heeft X het pand met verlies verkocht. Begin 2014 is het pand door de verkoper aan X geleverd. X heeft het pand vervolgens aan de koper doorgeleverd. In de aangifte vpb 2014 heeft X het negatieve verkoopresultaat van de onroerende zaak van € 140.400 als buitengewone last in aftrek gebracht.

De Inspecteur heeft dit niet toegestaan. Hij is van mening dat het negatieve verkoopresultaat volledig ten laste van A dient te komen en dat X, door dit negatieve transactieresultaat te aanvaarden, een uitdeling heeft gedaan aan haar enig (middellijk) aandeelhouder.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft X echter in het gelijk gesteld.

Tegen dit oordeel heeft de Inspecteur hoger beroep ingesteld bij Hof Den Bosch.

Hij is van mening dat tussen A en X weliswaar een rechtsgeldige volmachtverlening heeft plaatsgevonden, maar dat X er niet in is geslaagd aannemelijk te maken op welk moment deze volmacht is verleend en wat de waarde van de onroerende zaak was op het tijdstip van de volmachtverlening. Hij acht het waarschijnlijk dat het verlies op het pand zich al had voorgedaan toen X als de meester werd aangewezen en stelt zich op het standpunt dat een meester die aangezocht wordt, het koopcontract niet zou aangaan als het pand zoveel minder waard was geworden.

Het Hof geeft hem gelijk en oordeelt dat X niet eerder dan op 3 december 2013 de volmacht - en daarmee haar aanwijzing tot meester - onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd (toen de waardevermindering zich al had voorgedaan). Het transactieverlies komt daarom niet ten laste van het resultaat van X. Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard.

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
26 juni 2024
Rolnummer
22/1238
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2077
bwbr0002672&artikel=8

Naar de bovenkant van de pagina