Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft in 2014 voor een twaalftal schadeauto’s in totaal een bedrag van € 2.346 aan BPM op aangifte voldaan.

De Inspecteur heeft in totaal € 9.779 BPM nageheven en daarbij een boete opgelegd.

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden was in geschil of de naheffingsaanslag BPM terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Het door X gehanteerde uitgangspunt dat één euro ‘echte’ schade daadwerkelijk moet leiden tot een waardevermindering met één euro, heeft het Hof niet juist geacht. Het Hof heeft, na verwerping van het standpunt van de Inspecteur over de door hem gestelde waardevermindering, geoordeeld dat de waardevermindering van elke auto in goede justitie moet worden bepaald.

X heeft ten aanzien van drie auto’s met de taxatierapporten niet aannemelijk gemaakt dat zij méér schade hadden dan normale gebruiks- of slijtagesporen.

Voor negen auto’s heeft het Hof vastgesteld dat zij méér schade vertoonden dan normale gebruiks- of slijtagesporen. Het Hof heeft voor een van deze auto’s geoordeeld dat aannemelijk is dat het waardeverminderende effect van die schade honderd procent van de gecalculeerde herstelkosten bedraagt. Voor de resterende acht auto’s heeft het Hof geoordeeld dat met de taxatierapporten niet aannemelijk is gemaakt dat de waardevermindering als gevolg van beschadigingen gelijk is aan de gecalculeerde herstelkosten. Het Hof heeft in enkele van die gevallen een deel van de gecalculeerde herstelkosten buiten beschouwing gelaten en vervolgens van het wel in aanmerking te nemen deel 72 procent aangemerkt als waardedrukkend op de koerslijstwaarde. In de resterende gevallen heeft het Hof 72 procent van de gecalculeerde herstelkosten in aanmerking genomen als waardevermindering ten opzichte van de koerslijstwaarde.

X voert in cassatie tevergeefs aan dat het Hof - in navolging van Rechtbank Gelderland - ten onrechte bij de waardeschatting van een aantal auto’s tweemaal rekening houdt met het verdwijnen van sporen van normaal gebruik (dubbeltelling). De oordelen van het Hof geven volgens de Hoge Raad niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het cassatieberoep is ongegrond.

Metadata

Rubriek(en)
Autobelastingen
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
23 september 2022
Rolnummer
20/01132
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1273
bwbr0005806&artikel=8,bwbr0005806&artikel=10

Naar de bovenkant van de pagina