Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Fred van Horzen heeft in de kolommen van dit medium niet onder stoelen of banken gestoken dat Renske Leijten één van zijn favoriete Kamerleden is. Maar favorieten hebben soms een wat minder gelukkig optreden. Dat geldt niet alleen voor voetbalclubs maar ook voor Kamerleden. In het navolgende bespreekt de auteur de door Leijten samen met haar partijgenoot Karabulut op 19 november gestelde Kamervragen.

De vragen

Op 19 november stelden Leijten en Karabulut negen vragen over Nederlandse brievenbusfirma’s van internationale kernwapenfabrikanten. Zo vragen zij of het Nederlandse vestigingsklimaat is ontworpen om belasting over winsten behaald met kernwapens te verlagen. Kunnen Nederland of de adviseurs van kernwapenbedrijven verantwoordelijk worden gesteld voor de gevolgen van de kernwapenindustrie? Kunnen kernwapenfabrikanten een APA of ATR krijgen? Hoeveel belasting vermijdt de kernwapenindustrie via Nederland? Staat het Nederlandse fiscale beleid niet op gespannen voet met het Nederlandse streven naar ontwapening? Moet voortaan de kernwapenindustrie niet worden uitgesloten van het kunnen krijgen van een ruling? Zou Nederland de met kernwapens verband houdende winsten niet zwaarder moeten belasten dan wel kernwapenfabrikanten anderszins moeten weren uit Nederland? Is het gewenst dat belastingvoordelen worden ontleend aan oorlogswinst? Arme staatssecretaris, dacht ik na lezing van dit afgevuurde vragensalvo, doe maar gauw een helm op en vergeet niet je kogelwerend vest aan te trekken.

Analyse van de vragen

Wat bedoelen Leijten en Karabulut eigenlijk met kernwapenfabrikanten? Bestaan die wel? Is het produceren van kernwapens inderdaad een commerciële activiteit die door gewone bedrijven die in particuliere handen zijn, kan worden uitgeoefend? Kan een particulier bedrijf een ijzeren voorraad kernbommen op de balans hebben? Is het voorstelbaar dat er vennootschappen als ‘Kernbom Dutch Holding bv’, ‘Kernbom Productie bv’, ‘Kernbom Technologies bv’ of ‘Kernbom International Finance bv’ aan de Amsterdamse Zuidas zijn gevestigd? Ik vermoed dat de vraagstellers het oog hebben op bedrijven die raketten, vliegtuigen, schepen, onderzeeboten en andere aanverwante kunst- en hulpmiddelen produceren waarmee kernladingen ter bestemde plaatse kunnen worden bezorgd. Maar wat is eigenlijk het bezwaar tegen kernwapens? Dat het in potentie verschrikkelijke wapens zijn, zal niemand met gezond verstand willen ontkennen. Maar als het erom gaat waarmee in de geschiedenis de meeste slachtoffers zijn gemaakt, met kernwapens of met conventionele wapens, dan gaat de hoofdprijs naar de conventionele wapens. Kernwapens hebben, afgezien van de twee rake treffers in het Japanse doel vlak voor het eind van de strijd in augustus 1945, tot nu toe uitsluitend een afschrikwekkende werking gehad en hebben er tot op heden voor gezorgd dat de Koude Oorlog tussen het Westen en het Oosten nooit is geëscaleerd tot een echte oorlog. Anders gezegd, kernwapens zijn goed geweest voor het vredesklimaat. De vraag is waarom de vraagstellers nu specifiek kernwapens in het vizier hebben en dan ook nog in relatie tot het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat. Zijn we hier getuige van een eerste stap van een langdurige campagne, de tegenhanger van een ‘Blitzkrieg’, een soort alternatieve filibuster waarbij alle ondernemingen die een in de ogen van Leijten en Karabulut schadelijk product leveren of exploiteren een beurt krijgen? Dat lijkt me een op voorhand kansloze strijd, gelet op het succesvolle afweerwapen van de staatssecretaris met de codenaam artikel 67 AWR.

De aanleiding voor de vragen

De aanleiding voor de vragen moet dan ook elders worden gezocht, zo blijkt uit een voetnoot bij de vragenlijst. In november 2018 verscheen het rapport Tax evasion and weapon production. De subtitel luidt Mailbox arms companies in the Netherlands. Het rapport is een update van een eerder in december 2015 verschenen rapport en is te vinden op de website www.stopwapenhandel.org. Naar aanleiding van het verschijnen van het rapport is er ook een debat gehouden tussen het zogenoemde Amsterdams Vredesinitiatief en leden van de Amsterdamse gemeenteraad. Het rapport heeft, mede aan de hand van gegevens van de Kamer van Koophandel, onderzocht in hoeverre bedrijven uit de top 100 van grootste wapenproducenten een Nederlandse vestiging hebben. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer een derde van deze bedrijven één of meerdere vestigingen heeft in Nederland. Het Amsterdams Vredesinitiatief schiet met schroot (groot kaliber), want nog voordat het rapport goed en wel op gang is, krijgt de lezer al te horen dat de betreffende bedrijven niet alleen notoire belastingontduikers zijn (men spreekt over tax evasion en niet over avoidance) maar ook corrupt. Het rapport bevat verder weinig opzienbarend nieuws. Dat ook de wapenindustrie gebruikmaakt van Nederland zal toch niet echt als een verrassing komen. Verder neem ik aan dat voor hard core pacifisten een wapenproducent niet hoger op de ranglijst van ethisch verantwoord ondernemende bedrijven zal stijgen indien men geen Nederlandse (tussen)houdster- of financieringsmaatschappij zou hebben of wanneer men in plaats van of naast een (tussen)houdster of financieringsmaatschappij een full swing wapenfabriek in Nederland zou hebben zodat sprake is van een voldoende economische nexus van het concern met Nederland als bedoeld in het nieuwe rulingbeleid.1 Het nut en doel van de Kamervragen ontgaat mij eerlijk gezegd volledig. Leijten en Karabulut wekken de suggestie dat belastingontwijking door (kern)wapenfabrikanten erger of moreel verwerpelijker is dan bijvoorbeeld belastingontwijking door fabrikanten van rollators of hygiënische producten voor vrouwen. Maar dat is uiteraard onzin. Het soort bedrijfsactiviteit is irrelevant bij de duiding van fiscaal geïndiceerd gedrag.

De geschiedenis herhaalt zich

Het is overigens niet de eerste keer dat vanuit de Tweede Kamer aandacht wordt gevraagd voor wapentuig en fiscaliteit. Op 2 september 2014, kort na het met een conventionele luchtdoelraket neerhalen van vlucht MH17, diende Jesse Klaver een motie in waarin de regering werd gevraagd om al het mogelijke in het werk te stellen om Rostec, het Russische staatsbedrijf dat leverancier is van BUK-luchtdoelraketten niet langer fiscaal onderdak te bieden in Nederland.2 Deze motie is vervolgens aangehouden omdat premier Rutte had toegezegd onderzoek naar Rostec te laten doen en de Kamer daarover te informeren, een onderzoek dat vervolgens onder andere stukliep, mede op grond van artikel 67 AWR.3 De vraag van Klaver had destijds maatschappelijke relevantie mede gelet op de actualiteit, het neerhalen van vlucht MH17 met veel Nederlandse slachtoffers. Leijten en Karabulut proberen in hun vragen ook nog een verband te leggen met de actualiteit. In vraag 8 wordt de staatssecretaris gevraagd of hij er weet van heeft dat Amerikaanse kernwapenbedrijven die in Nederland belastingvoordelen genieten ‘diep betrokken zijn bij wapenleveranties aan Saoedi-Arabië dat deze wapens gebruikt in de oorlog in Jemen.’ Bij deze link met de oorlog in Jemen past een aantal kritische kanttekeningen. Op 21 november jl. werd bekendgemaakt dat in Jemen mogelijk meer slachtoffers vallen door honger dan door (Saoedisch) wapengeweld.4 Is doodgaan aan honger in de ogen van Leijten en Karabulut minder erg dan doodgaan door Amerikaanse wapens? Waarom de focus op Saoedi-Arabië en niet tevens op andere ‘war zones’ en de daarbij betrokken landen? Wil men nog even meeliften op de terechte verontwaardiging over de moord op Khashoggi? Daarnaast is het zo dat Saoedi-Arabië niet zomaar oorlog voert in Jemen. Saoedi-Arabië kwam de internationaal erkende regering van Jemen te hulp nadat deze regering was verjaagd door de Houthi-rebellen, rebellen die actief werden en worden ondersteund door het regime in Iran. U weet wel, de aartsvijand van Israël, de trouwe bondgenoot van gifgasmoordenaar Assad en de grote supporter van terroristische groeperingen als Hamas en Hezbollah. Het Iraanse regime deinst er niet voor terug om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen, ook niet als zij in het buitenland, bijvoorbeeld in Nederland, wonen. De stilte in Nederland over het Iraanse optreden is doorgaans oorverdovend, niet alleen als het om het conflict in Jemen gaat.

Focus op Iran

U zult zich wellicht afvragen of ik met deze focus op Iran niet te veel afdrijf van het fiscale onderwerp van deze opinie. Het antwoord is ontkennend. Op 5 oktober jl. verscheen een update van het overzicht van internationale verdragen die in voorbereiding zijn.5 Uit de bijlage bij dit overzicht blijkt bijvoorbeeld dat een verdrag ter vermijding van dubbele belasting tussen Nederland en Mozambique in voorbereiding is. Dit feit was voor Follow the Money aanleiding om helemaal los te gaan over de kwalijke rol van Nederlandse multinationals die oneigenlijke druk zouden hebben uitgeoefend om een verdrag door de strot van Mozambique te drukken, een verdrag dat per definitie slecht zou uitpakken voor de economie en bevolking van Mozambique.6 In dit stuk ontbreekt een verwijzing naar een studie van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat het sluiten van belastingverdragen doorgaans leidt tot een stijging van directe buitenlandse investeringen (DBI). Dit soort investeringen zijn gunstig voor de welvaart van het gastland. De werknemers profiteren, omdat door de instroom van kapitaal de arbeidsproductiviteit toeneemt en de lonen stijgen. De baten zijn des te groter wanneer de buitenlandse investeringen nieuwe kennis en technologie met zich mee brengen.7 Maar dit geheel terzijde. Op de betreffende bijlage staat ook dat een verdrag ter vermijding van dubbele belasting met Iran in voorbereiding is. Waar doorgaans luid geweeklaag opstijgt in Den Haag bij verdragsonderhandelingen met ontwikkelingslanden, bleef het nu stil. Niemand is kennelijk geïnteresseerd in de vraag waarom Nederland zo nodig een belastingverdrag met Iran moet sluiten, hoewel dat land diep in de financiering van terrorisme zit en ook haar onwelgevallige regimes tracht te ontregelen. Ik denk zelf het antwoord wel te weten. In sommige politieke kringen wordt het Iraanse regime als een progressief regime gepercipieerd. Zo is Jeremy Corbyn, fervent tegenstander van de afschaffing van de dividendbelasting en mattie van Paul Tang, een graag geziene gast op de Iraanse staatstelevisie waar hij achter ieder conflict waar ook ter wereld de hand van Zionisten ziet.8 Ik vermoed dat men in bepaalde Nederlandse confessionele kringen weliswaar vierkant achter Israël staat, maar ondertussen toch enorm jaloers is op de wijze waarop de ayatollahs erin slagen een staat op religieuze grondslag te runnen. En dan hebben we natuurlijk de liberale koopmannen die nog steeds hoop hebben op toegang tot de grote Iraanse markt in de slipstream van de nucleaire deal die er met name op grond van economische overwegingen is gekomen. En D66-minister Kaag heeft eerder dit jaar op bezoek in Teheran gepleit voor nauwere samenwerking op het gebied van defensie tussen Nederland en Iran.9 Zo houdt iedereen elkaar in een Haagse wurggreep en zal het verdrag er wel doorheen worden gerommeld. Maar dat zou wel eens anders uit kunnen pakken wanneer Mr America Donald Trump zich ermee gaat bemoeien. Uit Washington klinkt dezer dagen oorlogstaal ten aanzien van Iran. Ik vermoed dat Trump met betrekking tot Iran een strategie in het achterhoofd heeft vergelijkbaar met de strategie die lang geleden door sommige Amerikanen ten aanzien van Vietnam werd gepropageerd:

‘What you do is, you load all the friendlies onto ships and take them out to the South China Sea. Then you bomb the country flat. Then you sink the ships.’10

Ik zou zelf, mocht men actie onvermijdelijk achten, een iets subtielere benadering voorstaan, waarbij gebruik zou kunnen worden gemaakt van de ongeëvenaarde technologie van Amerikaanse kernwapenproducenten.

Op weg naar het einde

Creëer een robot met het uiterlijk en de motoriek van Donald Trump. Programmeer hem zodanig dat hij teksten uit kan spreken van Friedrich Nietzsche, de Duitse 19e-eeuwse filosoof die de Perzische profeet Zarathoestra onsterfelijk heeft gemaakt en stop er ook wat hardware in. Organiseer een summit waar deze fake Trump en het Iraanse leiderschap aanwezig zijn. Na de gebruikelijke plichtplegingen neemt de fake Donald Trump het woord:

‘De mens is iets wat overwonnen moet worden. Leef dus uw leven van gehoorzaamheid en oorlog. Wat doet lang leven ertoe! Welke krijger wil worden ontzien! Ik ontzie u niet, ik heb u van harte lief, broeders in de strijd!’

Verbazing tekent zich af op het gezicht van de Iraanse delegatie. De fake Trump vervolgt:

‘U, voor wie het leven verwoed werken en onrust is: bent u het leven niet erg moe? Bent u niet erg rijp voor de prediking van de dood? Zo sprak Zarathoestra.’11

Er ontstaat nu lichte paniek bij de Iraniërs. De fake Trump eindigt met de volgende woorden:

‘Ik ben geen mens, ik ben dynamiet.’12

Ik voorspel dat kort na het optrekken van de rook en het neerdalen van het stof de Kamerleden Leijten en Karabulut vragen zullen stellen over het verband tussen deze aanslag, de Amerikaanse kernwapenindustrie en het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat en of de met de fake Trump-robot behaalde winst in de innovatiebox is belast. Arme staatssecretaris.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/66
Judoreg
NFB2220
Publicatiedatum
29 november 2018

X