Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De grootvader van X (belanghebbende) heeft vóór 1 januari 1992 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten.

Op 1 juli 1999 is als voortzetting van deze verzekering een nieuwe verzekeringsovereenkomst gesloten, waarbij X is aangemerkt als verzekeringnemer en verzekerde. De expiratiedatum van de verzekering verliep op 1 december 2018. De investeringspremie bedroeg ƒ 39.296, omgerekend € 17.832. Ter zake van de schenking van de verzekering door grootvader aan X is van X een schenkingsrecht geheven van ƒ 3.457.

Na expiratie van de verzekering in 2018 is het expiratiekapitaal ter grootte van € 23.485 aan X uitgekeerd.

Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is in geschil of de investeringspremie van € 17.832 in mindering kan worden gebracht op de door X ontvangen uitkering.

De uitkering vormt volgens de Rechtbank de tegenwaarde voor een prestatie. Dat betekent dat de saldomethode van artikel 25, lid 1 en 7, Wet IB 1964 (wettekst 1991) in beginsel van toepassing is voor het bepalen van het inkomen uit de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule.

Partijen is onbekend welk bedrag grootvader aan premies heeft ingelegd of als koopsom heeft betaald. In dit geval maakt dat voor de beoordeling van de omvang van de prestatie echter niet uit. Op grond van de toepasselijke bepalingen konden de premies (als persoonlijke verplichting) in mindering op het onzuivere inkomen van grootvader worden gebracht, zodat de in aanmerking te nemen prestatie per saldo nihil bedraagt. Dat betekent dat de uitkering (€ 23.485) de waarde van de prestatie (€ 0) in dit geval met € 23.485 overtreft en aldus volledig in de heffing kan worden betrokken.

Ten overvloede overweegt de Rechtbank dat ook indien artikel 31, lid 1, Wet IB 1964 van toepassing is bij het bepalen van het inkomen uit de kapitaalverzekering, de volledige uitkering terecht in de heffing is betrokken.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
26 april 2022
Rolnummer
20/9744
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2240
NLF-nummer
NLF 2022/0922
Aflevering
12 mei 2022

X