Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Over het krasje van Rutte, Obama, het IFA-congres, de moed van Stef van Weeghel, de OECD, BEPS, de Tax Cuts and Jobs Act en het 40-jarig jubileum van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad. Kortom, net als wijlen mr. G.B.J. Hilterman, bespreekt Paul de Haan thans de toestand in de (fiscale) wereld.

‘I still really want to know the truth.’1‘In dark times, we search for courage.’2

Na Unilevers vergeefse asielpoging, heeft Rutte een extra krasje en kijkt Rotterdam gelaten toe. Recent heeft Rutte bedrijven opgeroepen meer tijd te nemen om dingen uit te leggen aan het publiek en de Tweede Kamer.3 Een terechte boodschap. Iemand die alles goed lijkt te doen, is Jack Ma, Alibaba’s oprichter en ex-CEO: een charismatisch ondernemer met een indrukwekkende visie en feitenkennis die met grote regelmaat interviews en lezingen geeft. Ik mag de lezer eveneens verwijzen naar de GEO-DESIGN expositie over Jack Ma’s Alibaba en de betekenis daarvan in het Van Abbemuseum te Eindhoven.

The Good Place is een nieuwe loot aan de Netflix-stam. Een intrigerende sitcom met een ongelofelijke Ted ‘Cheers’ Danson in de hoofdrol van (zeg maar aartsengel) Michael. Het gaat als volgt: Eleanor Shellstrop is overleden en komt – per abuis – in The Good Place (‘hemel’) en ontmoet Michael die haar vertelt dat alle daden en acties van mensen worden beoordeeld met plus- en minpunten en dat aan het eind van het leven, mensen met een voldoende plussaldo in The Good Place komen (seizoen 1, aflevering 1); mensen met ontoereikend saldo, eindigen in The Bad Place. Het plegen van genocide is min 434484,45 punten; het gebruik van Facebook als werkwoord min 5,55; ‘to remain loyal to Cleveland Browns’ is plus 53, 83 en je zus’ verjaardag herinneren is plus 0,04. Onwillekeurig ga je denken aan tax evasion en tax avoidance: -/- 32522 respectievelijk -/- 234 of minder of meer? Agressieve tax planning: min 5467? Afschaffing dividendbelasting: +32? -/- 0,01? De positieve bijdrage aan de economie van een hoofdkantoor is in dit leven kennelijk niet uit te rekenen door economen; in The Good Place kunnen ze dat ongetwijfeld wel. (Polman: -/- 23,25.)

Het recente bezoek van Obama stond zoals zoveel dezer dagen in het teken van waarheid: feit, mening of fictie. Uit de Volkskrant van 28 september begrijp ik dat Obama het belang onderstreepte van waarachtigheid als spreker. Charisma en spreekstijl worden overschat, zei hij. Het doet denken aan Schopenhauer’s opvatting:

‘De eerste, in zijn eentje zelfs vrijwel toereikende regel van een goede stijl is dat je iets te zeggen moet hebben.’4

Verder is er moed nodig om waarheid te spreken. Van Weeghel heeft wat te zeggen en deed dat tijdens de IFA 2018; daar was een zekere moed voor nodig. Zeker met de OECD in de zaal. Stef van Weeghel bracht de discussie op het juiste spoor (+143,76 punten) door het woord ‘crisis’ te gebruiken in een discussie met onder andere Pascal Saint-Amans (bij wie elk OECD-glas niet halfleeg maar voor driekwart vol is).5 Van Weeghel durfde te spreken van een crisis in de internationale fiscale wereld. Hij noemde twee ‘waarheden’:

  • Ten eerste, het huidige fiscale framework is gebaseerd op een fysieke economie en is dus niet toegerust voor de digitale economie.
  • Ten tweede, de maatschappij verwacht en eist dat bedrijven hun deel aan belasting betalen.

En, ten derde, zou ik daaraan willen toevoegen, de verdeling van belastingopbrengsten tussen woonstaat en bronstaat is unfair.

De OECD heeft de fundamenten van het fiscale geo-design niet ter discussie gebracht. Vragen als: hebben we een nieuw systeem nodig, en zo ja, hoe moet het er uit zien, kwamen niet aan bod. Merkwaardig, want die vraag stond in de vorige crisis – de internetbubble – wel centraal. De uitkomsten van de Technical Advisory Group in hun rapport uit 2004 over het al dan niet toepassen van de ‘existing norms’ op vooral bedrijfswinsten, spreekt boekdelen. Verder bestaat er zoiets als ‘noblesse oblige’; als er een instituut in fiscalibus is die dit als ‘expert consensus seeking tank’ kan en moet behandelen, dan is het de OECD wel.

Het is niet gebeurd. De OECD heeft de nadruk eenzijdig gelegd op een nieuw vaag delict: agressieve tax planning zonder overigens een moreel-juridische context te geven of zelfs maar een definitie, laat staan delictsomschrijving. Om een strafrechtelijk beeld te gebruiken: je wilt de georganiseerde misdaad aanpakken, brengt die groots in kaart en regelt vervolgens iets tegen zakkenrollers en winkeldieven en noemt dat een holistische en innovatieve benadering van het probleem van de georganiseerde misdaad. (Waarmee ik zeker niet beoog belastingontwijking te criminaliseren, hoewel dat wel een trend lijkt.)

Door die eenzijdige aanpak is mede de maatschappelijke achterdocht jegens belastingheffing steeds verder aangewakkerd, want: het is toch allemaal agressieve tax planning!? Terwijl de taxplanningmarkt voor ten minste 75% een strikt Amerikaanse oorsprong had. Amerikaanse bedrijven die buitengaats gingen om de wereld te veroveren, hadden tax planning nodig om het rigide, oude Amerikaanse belastingsysteem te ontlopen. De taxplanningmarkt was een gevolg van de strategische keuze van de VS om hun bedrijven de wereld in te sturen en aldaar aandeelhouderswaarde te creëren, die te zijner tijd – bij repatriëring – in de VS kon worden belast. Een van de meest wankele onderdelen van het fiscale motorblok, is het arm’s length-beginsel met daaraan vastgekoppeld het bepalen van winst per separate juridische entiteit. Op de vraag aan Van Weeghel wat de kans is of we op enig moment afscheid nemen van het arm’s length-principe en naar een formulary apportionment gaan, zei hij, na enig aandringen: meer dan 50%.

Zojuist teruggekomen van een reis naar China die op hem toentertijd een ‘mindblowing’ indruk had gemaakt, zei topinvesteerder Warren Buffet alweer een tijdje terug in een CNN-interview (6 oktober 2010) over het Chinese wonder: ‘it shows the power of a system’. Het begint met een goed systeem en het Chinese systeem werkt – zo vervolgt Buffet –uitstekend in China. Het zal wat mij betreft tijd worden dat het wonderland toch ook eens aan zijn rechtstatelijkheid gaat werken. Je kunt niet iedere kromme schending recht praten door Confucius erbij te halen. Hij draait zich om in zijn graf. Vooralsnog zie ik Buffet niet verhuizen van Nebraska naar China!

Maar… het begint allemaal met een goed en eerlijk systeem! Nu begrijp ik ook wel dat Amerika de lakens uitdeelt binnen de OECD en kennelijk veel vernieuwing heeft tegengehouden en dat we realistisch moeten zijn. Maar de OECD heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid: het had nieuwe systemen moeten overwegen in het BEPS-project. Het had zelfs voor een kortetermijnoplossing voor de digitale economie kunnen zorgen en tegelijkertijd een langetermijnoplossing voorbereiden. De VS heeft met zijn nieuwe belastinghervorming (Tax Cuts and Jobs Act (TCJA)) een heel belangrijke angel uit het agressieve taxplanningcircus gehaald. Het heeft interessante elementen ingevoerd met geweldige afkortingen als GILTI en BEAT. Mindy Herzfeld meent dat in een vergelijking tussen BEPS en de TCJA, laatstgenoemde wet beter uitholling en winstverschuiving bestrijdt dan het BEPS-project van de OECD.6 Zij concludeert :

‘If the OECD’s BEPS project was about ensuring that profits are reported where the economic activities that generate them are carried out and where value is created, the House and Senate bills indicate that U.S. legislators believe that the proper location for that is the United States.’

Kortom: de VS heeft geen nieuwe morele categorie agressieve tax planning nodig om BEPS tegen te gaan. De grote vraag – na een zekere gewenningsperiode aan de vele onzekerheden in de nieuwe wet – voor Amerikaanse bedrijven is niet meer hoeveel winst schuiven we naar Bermuda of Ierland, maar hoeveel halen we naar Amerika! Dat dit een enorme impact gaat hebben op de ‘Ierlanden’ van de wereld, houdt Amerika niet wakker. Een van de grote slachtoffers is Puerto Rico waar bijvoorbeeld Microsoft een belangrijke vestiging heeft. Ook Puerto Rico moet – net als Rotterdam – gelaten toekijken hoe het spel zich ontvouwt.

Een potentieel waardevol OECD-programma voor ontwikkelingslanden betreft Tax Inspectors Without Borders (TIWB). In het TIWB-rapport over mei 2017 tot en met april 2018, vindt men in de ronkende marketing retoriek die we inmiddels kennen van de OECD:

‘TIWB’s practical and results-oriented approach to supporting domestic resource mobilisation is proving increasingly relevant in a fast moving international environment. TIWB is contributing to the United Nations’ Financing for Development agenda, and supporting progress towards attaining the Sustainable Development Goals (SDGs).’

en

‘To date, $414 million in increased tax revenues is attributable to TIWB and TIWB-style support offered in partnership with the African Tax Administration Forum (ATAF) and the World Bank Group (WBG). TIWB represents excellent value for money with over $100 in additional tax revenues recovered for every $1 spent on operating costs.’

Voor wat betreft die laatste statements denk ik wel: is that really true? Wat en hoe meet je dat nu eigenlijk? Op pagina 20 van het rapport zie ik in heel kleine nootjes (5 en 6) dat de belangrijkste parameters gebaseerd zijn op schattingen van het TIWB-secretariaat. Dat is niet erg, maar de grenzen tussen leugens, marketing, schattingen, statistiek en waarheid lijken steeds meer geproblematiseerd te worden. Wie vasthoudt aan zijn waarheid, loopt in de val beschreven door Heller. Wie in zijn eigen waarheid gaat geloven, ‘loses his talent for devising good lies’.7 Maar goed, waarheid voor een fictieschrijver is, vind ik, wat anders dan rekening en verantwoording door een instituut als de OECD. Het enige wat ik tot nu toe hoor, is dat TIWB functioneel prima werkt maar in de ontwikkelingslanden geloofwaardigheid mist. Om dat bezwaar te verminderen is samenwerking met de VN gezocht, maar daarmee vergroot je de bureaucratie en vermindert dus de slagkracht navenant. Het belang van belastingmacht en -capaciteit voor de ontwikkeling van landen kan – zeker sinds het Addis Tax Initiatief – niet voldoende benadrukt worden.

Tot slot en on a cheerful note: het 40-jarig jubileum van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad mag niet onopgemerkt blijven. Met een prachtig openingswoord van president Maarten Feteris (met onder andere prachtige citaten van oud-raadsheer Theo Groeneveld), mooie mini-lezingen over kruispunten van het recht en een schitterend jubileumboek met interviews met oud-medewerkers (waaronder uw opinista). De Hoge Raad lijkt als instituut binnen korte tijd zijn tradities vernieuwd te hebben en met de nieuwe huisvesting aan de Lange Voorhout een nieuw elan te hebben gevonden. Het wetenschappelijk bureau heeft zijn steentje daaraan bijgedragen.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/60
Judoreg
NFB2214
Publicatiedatum
1 november 2018

X