Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op vrijdagmiddag 1 februari 2019 is in internationaal perscentrum Nieuwspoort te Den Haag de tweede Jaap van den Berge-Literatuurprijs uitgereikt aan C.A.T. (Cees) Peters. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een auteur die door middel van publicaties in de vakpers een belangrijke bijdrage levert aan de fiscale rechtsontwikkeling.


Voorafgaand aan de prijsuitreiking was het woord aan de voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB), Bartjan Zoetmulder. Volgens Zoetmulder is er momenteel iets goed mis met de communicatie over belastingaangelegenheden. Daarom heeft de NOB ervoor gekozen om zich de komende jaren verder te ontwikkelen als fiscale denktank. De NOB wil namelijk dat de discussie op de juiste gronden wordt gevoerd.

Goedemiddag. Dank Victor, Bram en Felix voor de uitnodiging om hier te spreken. Een uitstekend initiatief om een fiscale literatuurprijs in het leven te roepen. Aan mij niet de taak om de prijs uit te reiken, dat laat ik graag aan Paul de Haan over, maar in deze tempel van het vrije woord vind ik het wel erg leuk dat ik als NOB-voorzitter het woord tot u mag richten.

Ik hoop dat er ook wat politici en journalisten aanwezig zijn, dat hoort hier eigenlijk, want wat ik te zeggen heb is mede aan hen gericht. Er is namelijk iets goed mis met de communicatie over belastingaangelegenheden. Het zal de fiscalisten onder u vast al langer opgevallen zijn wat de teneur is van de krantenkoppen en u vraagt zich met mij vast ook af waar de nuance tot uiting komt. Voor nuance en fiscaal technische betogen lijkt echter weinig ruimte op social media en wellicht is het zo dat kranten alleen nog verkopen met ronkende chocoladeletters. En alles wat over belasting gaat, is tegenwoordig ‘hot’. Dan lijkt de conclusie eenvoudig.

Ik heb het zelf laatst ook nog eens uitgeprobeerd en als je in De Telegraaf maar duidelijk genoeg zegt dat niemand meer iets van het belastingstelsel begrijpt, dan haal je alle headlines. En meer dan 15.000 views op LinkedIn. Gelukkig was er in dat artikel wel ruimte voor nuance en ik heb de journalist daarvoor ook bedankt. Maar hoe lastig het is om als NOB-voorzitter überhaupt iets over hot items in het belastingdebat te zeggen, bleek afgelopen zomer toen ik daartoe uitgedaagd door het FD nuance probeerde aan te brengen in het debat over de afschaffing van de dividendbelasting. Mijn mededeling dat het goed zou zijn om naar de belangen van alle soorten belastingbetalers te kijken, leverde in vele media de kop op dat zelfs de fiscalisten er niet meer in geloven en tegen afschaffing zijn. Is dit een harde les dat je je als fiscalist beter niet met politieke zaken kan bezighouden? Of is het zo dat alles wat over belastingen gaat politiek wordt gemaakt?

Hoe dan ook, mij valt met name op dat er een hoop fiscale desinformatie is. Zeker niet alleen in de media. En daar moeten de politici en burgers het mee doen als de maatschappelijke en politieke discussie over belastingen wordt gevoerd. Versta mij niet verkeerd, die maatschappelijke discussie vind ik heel belangrijk, want fiscaliteit hoort naar mijn mening uiteindelijk dienend te zijn aan de maatschappij en de economie. Maar de hoeveelheid eenzijdige rapporten die wordt geschreven en vervolgens wordt aangehaald om het debat een bepaalde kant op te drukken, is schier ontelbaar geworden. En de vaak onjuiste berichtgeving daarover stoort mij mateloos.

Het meest recente voorbeeld is het rapport van de Groenen uit het Europees Parlement dat ‘bewees’ dat multinationals in Nederland maar 10,4% vennootschapsbelasting betalen. Terwijl kort daarvoor een rapport van de OESO was verschenen waarin stond dat dit juist 22% bedraagt en dat werd in geen enkel krantenbericht meer aangehaald. Ik vind het wel begrijpelijk dat politici vervolgens over elkaar heen buitelen om hun verontwaardiging uit te spreken. Wanneer er nu even navraag was gedaan, bijvoorbeeld bij de NOB, in plaats van elkaar na te kakelen, dan was het OESO-rapport ook weer op tafel gekomen en hadden de krantenartikelen kunnen gaan over de vraag hoe het nu kan dat er zo’n verschil zit tussen die twee rapporten. Dat geeft veel meer inzicht voor het debat en dan kunnen de politici veel beter bepalen of ze er wel of niet iets mee moeten of kunnen. Als ik Menno Snel en zijn collega’s op het ministerie van Financiën was dan zou ik horendol worden van de vragen die steeds gesteld worden op basis van wat politici uit de pers hebben vernomen. Overigens lijkt het verschil in belastingtarief heel eenvoudig te verklaren: in het rapport van de Groenen waren ze namelijk de deelnemingsvrijstelling vergeten mee te nemen.

Wat wil ik nu overbrengen met dit betoog? Ik ben een groot voorstander van het vrije woord. Maar het is voor de verslaglegging wel belangrijk dat alle bronnen worden geraadpleegd en dat het debat niet bewust wordt gevoed met onjuiste of beperkte informatie die een politieke doelstelling ondersteunt. En omdat dat in de praktijk heel moeilijk blijkt te zijn, wordt voor mij alleen maar duidelijker dat hier juist een gigantische taak voor ons fiscalisten weggelegd ligt. Wij moeten de journalisten en politici helpen. Wij moeten erbij helpen om ervoor te zorgen dat fact-free politics over belastingen zo snel mogelijk tot het verleden gaat behoren. Daar is fiscaliteit simpelweg een veel te belangrijk onderwerp voor. Wij moeten als fiscalisten zeker niet in een reflex schieten dat de rest het niet begrijpt. Of dat rapporten opgesteld door NGO’s altijd fout en suggestief zijn. En dat we het daarom nog een keer komen uitleggen. Dat is veel te kort door de bocht.

Om een bijdrage te leveren heeft de NOB er juist voor gekozen om zich de komende jaren verder te ontwikkelen als fiscale denktank. Met de enorme praktische ervaring en technische expertise die samengebald zit in onze 5.200 academisch opgeleide leden gaan wij vaker dan voorheen gevraagd en ongevraagd een bijdrage leveren om tot een goede onderbouwing van en discussie te komen over beleidsplannen en wetsvoorstellen die belastingen aangaan. Streven is daarbij steeds om de vraagstukken van alle kanten te belichten en de politieke keuzes aan de beleidsmakers over te laten. Wij willen dat de discussie op de juiste gronden wordt gevoerd.

Ik roep alle hier aanwezige fiscalisten op daar een bijdrage aan te leveren. Wij hopen van harte dat de beleidsmakers onze input vervolgens serieus willen meenemen en belastingen niet alleen als politieke speelbal behandelen. De buren van Nieuwspoort horen al sinds jaar en dag van de NOB middels de Commissie Wetsvoorstellen, maar wij leveren tegenwoordig ook zeer actieve input op de internetconsultaties en bieden overigens onze expertise aan in het voortraject bij wetgeving. Over twee weken zullen we ook actief deelnemen aan de discussiebijeenkomst over concernregimes, die door het ministerie van Financiën is georganiseerd als kick off om tot een nieuwe vorm van fiscale-eenheidsregime te komen. Die bijeenkomst is opgezet als debat met maximaal drie minuten durende pitches van stakeholders en een discussie. Een interessant concept, maar mijn inschatting is dat daar de inhoud nauwelijks tot zijn recht zal komen en de kans is levensgroot dat de kranten de dag erop weer vol staan van vermeend misbruik van de fiscale eenheid en onenigheid tussen de aanwezigen. En bij een hoogst technisch onderwerp en voor het bedrijfsleven, zowel mkb als grootbedrijf, zo’n belangrijk onderwerp als concernregimes lijkt dit dus niet echt een handige manier om de discussie te voeren.

Wij fiscalisten zullen waarschijnlijk ook op dit onderwerp langs andere weg uitleg en duiding moeten geven en daarvoor gebruiken we maar wat graag de vaktechnische weekbladen als NLFiscaal (en uiteraard WFR en NTFR). Ik zou ertoe willen oproepen dat de organisaties achter die vakbladen alle politici, hun beleidsmedewerkers en journalisten die zich met belastingen bezighouden een gratis abonnement geven. Dan zullen de NOB-leden ze af en toe gaan overhoren om te zien of ze hun vakliteratuur wel hebben gelezen.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Bartjan Zoetmulder
Loyens & Loeff
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/10
Judoreg
NFB2249
Publicatiedatum
7 februari 2019

X