Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Kunnen bedrijven juridisch worden aangesproken op agressieve taks planning? Of is het toch beter om weg te kijken? 

‘Es ist der Zeit, den sozialen Zusammenhang von der Gabe her zu denken.’1

Het nieuwe boekenweekessay van Van Iperen2 behandelt de wegkijkende mens. Het gaat over Rwanda tijdens de grote moordpartijen aldaar in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Van Iperen bespreekt een voorbeeld van een kijkende mens: de Canadese generaal Dallaire die als gezaghebber van de VN geen mandaat kreeg om de slachtpartijen tussen Hutu’s en Tutsi’s tegen te houden. Die slachtpartijen waren – zoals ook De Swaan eerder in het algemeen constateerde in zijn boek Compartimenten van vernietiging3 – vantevoren tot in de puntjes voorbereid en gecoördineerd uitgevoerd. Het gaat om bepaling, registratie en isolering van het doelwit (de groep, in casu Tutsi’s en gematigde Hutu’s), gevolgd door ontmenselijking van die groep (‘het zijn kakkerlakken’), waarbij dankbaar gebruik wordt gemaakt van de media. De VN wist het en keek weg. Iets wat de VN heel goed kan. In grote gestructureerde menselijke verbanden is wegkijken van nare, vervelende zaken een beproefd middel. De COVID-19-pandemie is een betekenisvol voorbeeld van regeringen en organisaties die wegkijken in arrogantie, angst, of ideologische kwaadaardigheid.

Tommy Wieringa gaat in een recente column (NRC 29 mei) in op een interview in de Volkskrant met RABO-topman en (uiteraard) oud-McKinsey-partner Wiebe Draijer. Draijer vindt het juist goed dat zijn bank (Rabobank) betrokken blijft bij (zeg maar) minder ‘nette’ projecten, want andere spelers zijn heel wat minder keurig. Het klassieke ‘burgemeester in oorlogstijd’- argument, dat vaak de opmaat blijkt tot noodlottige en achteraf diep betreurde samenwerking met instellingen van onacceptabel lager allooi. Bezwaren herkent Draijer niet:

‘In het buitenland krijgen we juist erkenning dat wij een aanjager zijn van verduurzaming. In Nederland krijgen we daar nog veel kritiek op.’

Wieringa scheert intussen Shell-topman Ben van Beurden. Van Beurden klaagde dat Shell in Nederland maar weinig krediet krijgt, terwijl het in het buitenland vaak ‘de ngo uit Europa’ wordt genoemd, door collega’s ‘die ons niet meer als een oliebedrijf beschouwen maar als een soort hulporganisatie. Dus wij zijn bijna activistisch bezig.’ Het staat er echt! In Den Haag roept men dan: ‘krijg nu [borsten]’.

Het is een minder aantrekkelijk aspect van de Nederlandse mentaliteit: een zelfbeeld mede gebaseerd op verongelijktheid en pedanterie. Het is wellicht zo besmettelijk als COVID-19; Booking-CEO Glenn Fogel had als Amerikaan vorig jaar in een interview in het FD meteen de juiste huiltoon te pakken (Booking als zondebok).

Bij de topambtenaren zien we ineens een soort ontwaken. Bernard ter Haar is topambtenaar en voorzitter van menige (fiscale) staatscommissie. Op dit moment een fiscale commissie over ‘doorstromers’, zal ik maar huiselijk zeggen. Hij schrijft in een blog van 23 april 2021:

‘Ik heb in die jaren meermaals geroepen dat het Nederlandse openbaar bestuur tot de beste van de wereld gerekend mag worden. (…) En toen ging er een pijnscheut door mijn hoofd, met de gedachte: “Het is niet meer waar!”’

Of topambtenaar Erik Gerritsen die in een interview met Tom Jan Meeuws (NRC 22 mei 2021) de ambtenarij met een geestelijke gevangenis vergelijkt.

Dit ontwaken tot zelfreflectie is zeer te prijzen, maar ik hoop niet dat het ontaardt in oeverloze zelfbeschuldigingen en andere typisch Haagse rituelen van eigenrichting. Ik zou zeggen: doe gewoon je werk. Daarbij zijn, volgens Joustra in zijn recente memoir Crisis en controle,4 drie begrippen leidend: rechtsstatelijkheid, deskundigheid en vertrouwen. Mooi, maar hij vergeet de drie belangrijkste punten zoals schrijver Henry James stelde: vriendelijkheid, vriendelijkheid en vriendelijkheid. Neem de genereuze en welwillende ambtelijke houding ten opzichte van Booking.com, Shell, Viacom, Rabobank of Google maar als leidraad, dames en heren ambtenaren.

Een onafhankelijke rechter neemt – op afroep – niet alleen de overheid de maat maar tevens bedrijven. Milieudefensie won het van Shell.5 Het quasi-activistische Shell zegt eind 2018 – de Haagse Rechtbank noemt het expliciet – bij monde van haar CEO:

‘Shell’s core business is, and will be for the foreseeable future, very much in oil and gas, and particularly in natural gas […] people think we have gone soft on the future of oil and gas. If they did think that, they would be wrong.’

Het is nog maar kort geleden dat Paul Polman als CEO van Unilever de ethische crisis in het zakelijk denken aan de orde stelde. Hij was – prachtig geboekstaafd door Jeroen Smit in zijn ‘Het grote gevecht’ - blij met de 2008-crisis omdat die het perverse, kortetermijndenken blootlegde. Over de bijdrage van het bedrijfsleven heb je drie soorten meningen:

  1. Bedrijven en ethiek: dat wordt nooit wat.
  2. Bedrijven en ethiek: dat is wel wat.
  3. Bedrijven en ethiek: dat moet wat worden, maar hoe?

Meestal passeert dan een hele rij namen (Friedman!) en anekdotes (Nigeria) waarmee het een of het ander wordt aangetoond dan wel bestreden. Het verrassende vonnis van de Haagse Rechtbank zou het allemaal minder vrijblijvend maken (mening 1 valt dan af). ‘Greenwashing’ of ‘MVO-washing’ en een pakkende Code op de website zijn niet voldoende meer. Doen wat een bedrijf zegt te beloven, oftewel website slogans worden in een juridisch jasje getrokken en kunnen dan te krap of te ruim blijken.

Nu kan de milieuwereld zich voorstaan op uitvoerige rapportages, metingen, onderzoeken, platforms waarin experts de totale CO2-uitstoot en gesuggereerde beperkingen daarop, beschrijven. Er is zelfs een akkoord van Parijs. Dat brengt mij op de volgende vraag. Komen we fiscaal nog eens tot een punt waarop een bedrijf met een structureel effectief belastingtarief van lager dan zeg 12,5% of 15% juridisch kan worden aangesproken wegens onrechtmatig handelen? Kan het doorbreken van de maatschappelijk solidariteit, eigen aan (nette) belastingen, een onrechtmatig handelen opleveren van de ontwijker ten opzichte van de overige burgers van het betreffende land? Of moet of kan dat via het aanspreken van de overheid die dit kennelijk mogelijk heeft gemaakt? Kan ‘Base Erosion and Profit Shifting’ een onrechtmatige daad inhouden? Weinig mensen zullen ontkennen dat belastingen – net als klimaatbeheersing – een fundamenteel onderdeel vormen van een overheid en maatschappij. Het optimaliseren van belastingopbrengst maakt een wezenlijk onderdeel uit van de door de VN aanvaarde Sustainable Development Goals en van de meer op bedrijven gerichte Environment Social & Governance-beweging.

De Booking.com-code spreekt klare en bewogen taal: ‘onze Code (PdH: let op de hoofdletter) is meer dan een leidraad voor onze wettelijke en ethische normen. Het is een verbond, een overeenkomst tussen u, mij en onze gemeenschap’. Een verbond met een gemeenschappelijke kas waar Booking.com graag en veelvuldig een greep uit doet, daartoe uitgenodigd door een gulle en responsieve overheid. (‘Niet fraai’, zegt minister Koolmees dan over Booking.com, maar ja het is een generieke maatregel. Hoeveel crises moeten we nog doormaken voordat de ministeries een voor de hand liggend anti-ontwijkingspakket klaar hebben liggen? In 2008 tijdens de financiële crisis speelde precies hetzelfde.) De code van Booking houdt verder in dat de mensenrechten worden gerespecteerd.

Interessant is nu dat de Haagse rechter net als in het Urgenda-arrest voor overheid, indirect via de mensenrechtenverdragen tot zijn vonnis komt. De Rechtbank verdisconteert de mensenrechten en de daarin belichaamde waarden in de invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm. Overtreding daarvan is onrechtmatig. Een rechter zou dus het (fiscale) beleid van een bedrijf kunnen toetsen via de eigen code van dat bedrijf, aan de OECD- en/of VN-richtlijnen en een structuur of handeling kunnen bestempelen als onrechtmatig. De Haagse rechter haalt de Shell-code aan:

‘We have the responsibility and commitment to respect human rights with a strong focus on how we interact with communities, security, labour rights and supply chain conditions. (…) We are committed to respecting human rights. Our human rights policy is informed by the UN Guiding Principles on Business and Human Rights and applies to all our employees and contractors.’

Over die VN-principes licht de Rechtbank toe dat die principes overal gelden en niet gratuit zijn. De Rechtbank citeert uit de toelichting op de VN-principes:

‘Respecting human rights is not a passive responsibility: it requires action on the part of businesses.’

Booking.com heeft inmiddels aangekondigd de steun terug te geven. Een vrijwillig-gedwongen gebaar, maar daarom niet minder fraai en moreel juist.

De vraag is of het vonnis van de Haagse Rechtbank overeind blijft. Een vriend van mij – geleerd volkenrechtjurist – meent dat de Haagse Rechtbank zich hier vertilt. De Haagse Rechtbank waarschuwt de wereld voor de laatste keer, en verliest daarbij de territorialiteit, de gebondenheid aan het Nederlandse grondgebied, uit het oog. Mocht het vonnis roemloos ten onder gaan, dan nog blijft de vraag of bedrijven juridisch aangesproken kunnen worden op agressieve taks planning. Of is het toch beter om weg te kijken?

Wegkijken, wegpraten, mooipraten: naast angst, heeft het te maken met onverschilligheid. Of in het denken van politiek denker Hannah Arendt: gedachteloosheid als onvermogen zich in een ander te verplaatsen. Arendt is het grote voorbeeld van iemand die het collectieve wegkijken genadeloos weet aan te pakken. Naast het walgelijke nazi-geweld, ontkwam de kwalijke rol van veel Joodse Raden tijdens de Tweede Wereldoorlog ook niet aan haar scherpe oordeel. Haar monumentale verslag van het Eichmann-proces in ‘Eichmann in Jerusalem’6 zou verplichte literatuur moeten zijn. Van Iperen lijkt het in navolging van De Swaan meer in sociologische oorzaken (compartimentering) te zoeken maar sluit haar essay mooi af met de vraag aan de lezer: wat doet u zelf op dit moment? Die vraag is weer in de beste Hannah Arendt-traditie, vind ik.

De situatie in Rwanda is volstrekt anders nu. Er is veel bekend over de massamoorden maar weinig over of en hoe Rwanda de genocide heeft verwerkt. Ik begrijp dat Rwanda een complete breuk heeft gemaakt tussen de tijd voor en na de genocide. Voor de genocide: Frans als spreektaal, na de genocide: Engels. Voor de genocide: het Franse rechtssysteem, na de genocide: het Engelse systeem, enz. De stichting Capabuild (waar ik nauw bij betrokken ben) heeft in november 2020 in overleg met de Rwandese belastingdienst (Rwanda Revenu Authorities, hierna: RRA) een fiscale training via een online webinar gegeven. De RRA is net als alle andere ontwikkelingslanden, op zoek naar knowhow en technische ondersteuning.

De behoefte aan training in ontwikkelingslanden is in deze COVID-19-tijden alleen maar toegenomen. Het kernthema van het 2020 Rwanda webinar was transfer pricing. Heineken deed een onderdeel over hoe bedrijven dit zien. Deloitte over hoe adviseurs ertegen aankijken. Het ontgaat veel overheden en ngo’s maar ontwikkelingslanden hechten zeer aan een dialoog met bedrijven en hun adviseurs (en laat Heineken nu de grootste belastingbetaler van Rwanda zijn). Binnenkort gaan we met de RRA een vervolgcursus opzetten, nadat we webinars in Indonesië, Nigeria en Kenia hopen af te ronden. Verrekenprijzen, toll manufacturers en intercompany-verhoudingen; het is tegen het duister van die vreselijke moordpartijen van een troostrijke saaiheid.

LuchtTerwijl de wolkenveranderen in andere wolkendrijven de wolken voorbij.7
Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2021/15
Judoreg
NFB4381
Publicatiedatum
16 juni 2021

X