Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) huurt het dak van een distributiecentrum. De eigenaar heeft ten behoeve van X een recht van opstal gevestigd (huuraanvullend opstalrecht). X exploiteert voor eigen rekening en risico een PV-installatie (een fotovoltaïsche installatie bedoeld om zonlicht om te zetten in energie) op het dak van het distributiecentrum.

De WOZ-waarde van de onroerende zaak is na bezwaar vastgesteld op € 1.759.000.

In geschil is of de zogenoemde werktuigenvrijstelling van toepassing is op de gehele PV-installatie, in die zin dat de zonnepanelen en het onderstel ook daaronder vallen.

Hof Den Haag oordeelt dat de werktuigenvrijstelling niet van toepassing is op de gehele PV-installatie, omdat de PV-installatie op zichzelf als gebouwd eigendom is aan te merken. Deze is immers naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Tussen partijen is in dat geval niet in geschil dat de werktuigenvrijstelling van toepassing is op de onderdelen van de PV-installatie waarop deze reeds is toegepast. De waarde van de onroerende zaak moet worden vastgesteld op de waarde zoals deze luidt na de uitspraak op bezwaar.

Metadata

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2021
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
5 juni 2024
Rolnummer
23/884
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:997
bwbr0007119&artikel=18&lid=4,bwbr0007119&artikel=18&lid=4,bwbr0007142&artikel=2&lid=1,bwbr0007142&artikel=2&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina