Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Drie BV’s zijn opgericht naar Nederlands recht en waren in Nederland gevestigd totdat zij zich vanaf 20 september 1999 feitelijk op Malta vestigden.
Voorafgaand aan de verplaatsing van hun feitelijke leidingen hebben zij hun deelnemingen en overige bezittingen grotendeels vervreemd. De enige aandeelhouder van de BV’s woont sinds 28 september 1999 in Zwitserland.
De BV’s hebben in 2000 en 2001 dividend uitgekeerd aan hun aandeelhouder.
Zij hebben daarvan in Nederland aangifte dividendbelasting gedaan, tegelijk verzoekende om vrijstelling van dividendbelasting op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Malta.
De inspecteur acht dat belastingverdrag niet van toepassing en heeft naheffingsaanslagen dividendbelasting opgelegd, alsmede aanslagen vennootschapsbelasting waarin niet de door de BV’s gevraagde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is verleend.
Het geschil draait om de vraag of art. 30(1) van het belastingverdrag tussen Nederland en Malta (het Verdrag) al dan niet van toepassing is.
Die bepaling schakelt de verdragsvoordelen uit voor belanghebbenden die onder krachtens die bepaling aangewezen bijzondere regimes vallen, of onder vervangende “gelijke of in wezen gelijksoortige”regimes.
Rechtbank Den Haag en Hof Den Haag waren het met de inspecteur eens, waarop de drie BV's cassatieberoep hebben ingesteld bij de Hoge Raad.
Volgens A-G Wattel zijn de cassatieberoepen echter ongegrond.
De naheffingsaanslagen dividendbelasting en de aanslagen vennootschapsbelasting dienen volgens hem te worden gehandhaafd.

Metadata

Belastingtijdvak
2000 - 2001
Instantie
A-G
Datum instantie
14 juli 2014
Rolnummer
13/05185
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1730

Naar de bovenkant van de pagina