Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De staatssecretaris heeft Kamervragen beantwoord over het bericht ‘Ondernemers met betalingsregeling voor corona-belastingschulden aan de goden overgeleverd’.


Vanaf 1 oktober 2021 moet een ondernemer die uitstel van betaling heeft gekregen in verband met de coronacrisis, zijn nieuw opkomende betalingsverplichtingen hervatten. Als een in de kern gezond bedrijf, bijvoorbeeld vanwege voortdurende beperkende coronamaatregelen, per 1 oktober 2021 nog niet in staat is om aan zijn nieuwe betalingsverplichtingen te voldoen, kan het daarvoor onder strikte voorwaarden aanvullend uitstel krijgen tot 1 februari 2022.


Het niet tijdig doen van aangifte of voldoen aan nieuwe betalingsverplichtingen heeft tot 1 oktober 2022 geen gevolgen voor het recht op de betalingsregeling van zestig maanden. Dit is vastgelegd in het besluit van 24 september 2021 (Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Stcrt. 2021, 42308).


Vanaf de start van die betalingsregeling, in oktober 2022, geldt het bijhouden van nieuw opkomende betalingsverplichtingen echter wel als voorwaarde voor die betalingsregeling. Dit betekent dat de ondernemer zowel voldoet aan de aangifteplicht (het volledig, juist en tijdig aangifte doen) als aan de betalingsplicht (het tijdig en volledig nakomen van de uit de aangifte voortvloeiende betalingsverplichtingen). Als bijvoorbeeld omzetbelasting of loonheffingen na 1 oktober 2022 niet tijdig worden afgedragen, kan de Belastingdienst de betalingsregeling van zestig maanden intrekken. De situatie waarin een ondernemer de nieuwe betalingsverplichtingen niet nakomt terwijl er een betalingsregeling van kracht is, vindt de staatssecretaris namelijk vergelijkbaar met de situatie waarin de ondernemer de betalingsregeling zelf niet nakomt; het is niet de bedoeling dat belastingschulden worden afgelost door nieuwe belastingschulden op te bouwen. Uiteraard wordt eerst contact opgenomen met de ondernemer om te achterhalen wat de oorzaak is van de betalingsachterstand en om te bezien of een oplossing kan worden gevonden. Als de betalingsregeling daadwerkelijk wordt beëindigd, stelt de Belastingdienst de ondernemer daarvan op de hoogte. De ondernemer krijgt dan de kans om alsnog binnen veertien dagen aan zijn betalingsverplichtingen voldoen. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal de Belastingdienst de regeling direct beëindigen. Te denken valt daarbij aan situaties waarin er een reëel risico bestaat op onttrekking van verhaalsmogelijkheden aan het zicht van de Belastingdienst.


Tegen de afwijzing of intrekking van de betalingsregeling kan de ondernemer binnen tien dagen in beroep bij de directeur van de Belastingdienst. Gedurende het beroep pauzeert de Belastingdienst de invordering. Verder kunnen ondernemers op dit moment zowel een administratiefberoepsprocedure starten als een civielrechtelijke procedure.

Rubriek(en)
Invordering
Belastingtijdvak
2020 e.v.
Instantie
MvF
Datum instantie
18 oktober 2021
Rolnummer
2021-0000205717
NLF-nummer
NLF 2021/2016
Aflevering
21 oktober 2021

X