Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Bij brief van 1 maart 2017 heeft de Belastingdienst aan een aldaar werkende ambtenaar meegedeeld dat op basis van de Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) uit de Verenigde Staten financiële gegevens zijn ontvangen die voor hem van belang kunnen zijn voor de aangifte IB/PVV 2016. Naar aanleiding van de FATCA-brief heeft de ambtenaar verzocht zijn aangiften IB/PVV over een aantal jaren tot en met 2015 te corrigeren. De ambtenaar heeft met de Belastingdienst een ‘Vaststellingsovereenkomst Vermogen in het Buitenland’ gesloten met als uitgangspunt dat hij opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan over de jaren 2005 tot en met 2015. Dit heeft geleid tot een navordering/correctie van totaal € 3.672 (€ 2.168 belasting, € 288 heffingsrente en € 1.218 boete).

Vervolgens heeft de minister van Financiën hem in 2019 de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd op grond van artikel 81, lid 1, onder l, Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).

Rechtbank Gelderland heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard en dit oordeel wordt in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De opgelegde straf is niet onevenredig te achten aan het door de ambtenaar gepleegde plichtsverzuim. Met het oog op het aanzien en de geloofwaardigheid van de Belastingdienst mogen hoge eisen worden gesteld aan de integriteit van de ambtenaren van de Belastingdienst, in het bijzonder bij het nakomen van de fiscale verplichtingen.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Belastingtijdvak
2019
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum instantie
22 augustus 2022
Rolnummer
21/1778
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:1907

Naar de bovenkant van de pagina