Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Politieke column

Werknemer of zzp’er, that’s the question. Als een tragische Hamlet mag de Belastingdienst zich straks weer stukbijten op dit vraagstuk. Het maakt in de Nederlandse arbeidsverhoudingen namelijk nogal een verschil welke juridische jas een arbeider aanheeft.

Als werknemer kent de arbeider ontslagbescherming, uitkeringsrechten voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en (veelal) de plicht tot pensioenopbouw. Bovendien is de werkgever verplicht loonheffing in te houden, inclusief premies werknemersverzekeringen. Als zzp’er kent de arbeider geen verplichte inkomensbescherming of pensioenopbouw. De opdrachtgever ontvangt van de arbeider een factuur. Fiscaal gezien is de zzp’er een ondernemer, waardoor verschillende ondernemersregelingen gelden (mkb-winstvrijstelling, zelfstandigenaftrek, enz.) of het regime van de directeur-grootaandeelhouder van toepassing is (gebruikelijk loon en vennootschapsbelasting in de bv).

Het ontbreekt aan scherp toetsbare criteria om het onderscheid tussen werknemers en zzp’ers te kunnen maken. Kort door de bocht: bij een werknemer moet sprake zijn van het persoonlijk verrichten van arbeid in een gezagsverhouding. Een beetje eigenwijze slimmerik claimt natuurlijk dat hij of zij de werkzaamheden naar eigen inzichten invult en trekt vervolgens vrolijk de zzp-jas aan. De overspannen arbeidsmarkt geeft deze keuze rugwind. Werkgevers die geen zin hebben in ontslagbescherming of in de loon- en premieheffing duwen arbeiders eveneens richting het zzp-schap. Veel werknemers lopen dus vrijwillig of gedwongen in een zzp-jasje, maar eigenlijk is dat niet terecht.

De oplossing voor dit euvel is betrekkelijk simpel: ongeacht de juridische jas die de arbeider aanheeft, moet de beloning uit arbeid in de fiscaliteit en sociale zekerheid (meer) gelijk worden behandeld. Voor de belastingheffing zie ik uiteindelijk het ideaalbeeld van een overkoepelende belasting op arbeid, al dan niet met een voorheffing bij werk- en opdrachtgevers.

Met het afbouwen van ondernemersvoordelen zijn achtereenvolgende kabinetten trouwens al bezig om vanuit fiscaal oogpunt de jas van de zzp’er meer op die van de werknemer te laten lijken (daarnaast wordt gewerkt aan een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers). Toch blijkt de ultieme oplossing beleidsmatig en politiek niet zo makkelijk. Het is een diffuus speelveld met uiteenlopende belangen. Elke verduidelijking van criteria lijkt brandstof voor gedoe.

Exemplarisch was het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) in 2016, en de introductie van de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten (Deregulering beoordeling arbeidsrelaties). Op de keper beschouwd, veranderde er niet eens zoveel. Toch ontstond onrust. Onrust leidde tot kabaal. En kabaal zorgde voor het handhavingsmoratorium. Daar wil het kabinet uiterlijk per 1 januari 2025 vanaf. Na bijna een decennium op de handen zitten, moet de Belastingdienst dan dus weer streng optreden tegen ‘onterechte’ zzp’ers.

Probleem is dat geen nieuwe onderscheidende criteria zijn geformuleerd. Dus daar waar politici en beleidsmakers al die tijd falen bij de vormgeving van een duidelijk en goed werkend fiscaal en sociaalrechtelijk model voor arbeiders, moet de Belastingdienst in de uitvoeringspraktijk weer de kooltjes uit het vuur halen. Ik voorzie oeverloze discussies over precieze werkomstandigheden.

De Belastingdienst valt niet te benijden. De opheffing van het handhavingsmoratorium is volgens het kabinet een forse stap die het nodige vergt van zowel de markt als de Belastingdienst. Men bedoelt dat de handhaving moet worden ingeregeld en opgestart. Maar er is nog een andere gevoelige kwestie. Zo zijn bij de Belastingdienst zelf best wat zzp’ers werkzaam (vooral bij de ondersteunende processen). Ook de hersteloperatie toeslagen draait deels op de inzet van zzp’ers.

En dat is eigenlijk erg vreemd, want het persoonlijk verrichten van arbeid (vaak ook vanwege de geheimhouding) én de gezagsverhouding gelden voor bijkans de meeste arbeidsrelaties bij de Belastingdienst. Zzp’ers passen in mijn beleving simpelweg niet goed bij de aard van de meeste werkzaamheden aldaar. Dat er nog 2,5 jaar een handhavingsmoratorium geldt, komt dus ook de Belastingdienst zelf niet heel slecht uit.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/28
Publicatiedatum
23 augustus 2022

Naar de bovenkant van de pagina