Direct naar content gaan

Samenvatting

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat Rechtbank Noord-Nederland het beroep van vof X (belanghebbende) inzake een naheffingsaanslag BPM terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het Hof heeft vervolgens vastgesteld dat X voor het eerst in hoger beroep een verzoek om vergoeding van immateriële schade heeft gedaan wegens de lange duur van berechting. Het is tot het oordeel gekomen dat van overschrijding van de redelijke termijn geen sprake is.

X heeft cassatieberoep ingesteld en de Hoge Raad verklaart dat voor wat betreft de immateriële schadevergoeding gegrond. Het oordeel van het Hof dat X voor het eerst in hoger beroep een verzoek om vergoeding van immateriële schade heeft gedaan, is onbegrijpelijk gelet op een zinsnede in de door X ingebrachte pleitnota voor de zitting van de Rechtbank.

De overige klachten worden met toepassing van artikel 81 Wet RO ongegrond verklaard.

De Hoge Raad doet de zaak af. De redelijke termijn voor de fase van bezwaar en beroep is overschreden met afgerond drie maanden, zodat de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn € 500 bedraagt.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015 t/m 2019
Instantie
HR
Datum instantie
22 september 2023
Rolnummer
22/04797
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1272
NLF-nummer
NLF 2023/2161
Aflevering
28 september 2023
bwbr0005537&artikel=8:75,bwbr0005537&artikel=8:75,bwbr0005537&artikel=8:77,bwbr0005537&artikel=8:77

Naar de bovenkant van de pagina