Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Het heetste fiscale hangijzer van het moment is Pillar 1. Pillar 1 betekent een verschuiving van belastinggeld naar marktjurisdicties. Pillar 1 werpt een laag met nieuwe nexus-, winstbepalings- en winstallocatieregels bovenop de gangbare concepten van internationaal belastingrecht. Het toepassingsbereik is niet beperkt tot de digitale economie. Dit alles heeft grote gevolgen voor Nederland distributieland en voor de Nederlandse schatkist. Marie Oudemans vraagt in deze opinie aandacht voor de implicaties in de hoop dat regering en parlement tijdig in actie komen om bewuste keuzes te maken in het Pillar 1-proces.

Achtergrond en recente publicaties

Pillar 1 komt voort uit BEPS-actiepunt 1 inzake de belastingheffing van de digitale economie. Krachtens een mandaat van de G20 worden de Pillar 1-voorstellen uitgewerkt door het Inclusive Framework (hierna: ‘IF’), dat bestaat uit afgezanten van regeringen van 137 staten.

Op 31 januari 2020 publiceerde het IF een voorlopige schets van de architectuur voor de Pillar 1-voorstellen. Op 10 februari 2020 stuurde staatssecretaris Vijlbrief zijn antwoorden op schriftelijke vragen inzake Pillar 1 aan het parlement. Op 13 februari 2020 hield de OESO een webcast over de economische effecten van de Pillar 1-voorstellen.

Het IF streeft ernaar om voor het einde van 2020 tot een consensus te komen. Het parlement speelt formeel pas een rol nadat consensus is bereikt. Het verzoek van het parlement om betrokken te worden als er onomkeerbare stappen worden genomen, wuift de staatssecretaris weg met de opmerking dat het IF geen harde wetgeving kan maken.

Hoe past Pillar 1 in het huidige systeem?

De Pillar 1-voorstellen behelzen een fundamentele wijziging van het internationale belastingsysteem. Gevestigde concepten zoals fysieke aanwezigheid als aanknopingspunt voor belastingheffing, het fiscale winstbegrip en winstallocatie op basis van transferpricingbeginselen worden aangevuld met nieuwe nexusregels, allocatiemechanismen en formulaire winstbepalingsregels op niet-fiscale grondslag.

Pillar 1 is van toepassing bovenop het reguliere belastingsysteem. Makkelijker wordt het er dus niet op en dat is wellicht een gemiste kans.1 Het gevaar van dubbele belasting ligt op de loer. Gezien de verwachte geschillen tussen landen, wordt de ambitie uitgesproken om tot gedegen (bindende) geschilbeslechtingsmechanismen te komen.

Met Pillar 1 zouden de unilaterale digital service taxes (DST)2 moeten verdwijnen. Dit is goed nieuws. DST’s zijn grove, omzetgerelateerde belastingen die vaak overhaast zijn ingevoerd om belastinginkomsten te spekken. Grotere technologiebedrijven zien graag dat de lappendeken aan DST’s (die geen uniform toepassingsbereik en veelal onduidelijke voorwaarden kennen) wordt vervangen voor een uniform systeem.

Waar gaat Pillar 1 over?

Pillar 1 leidt tot een verschuiving van belastingopbrengsten van woon- en bronstaten naar marktjurisdicties. Dit geschiedt via ‘Amount A’, ‘Amount B’ en ‘Amount C’.

Amount A is van toepassing op bedrijven die geautomatiseerde digitale diensten leveren en op consumenten gerichte bedrijven.3 Een deel van de overwinst van deze bedrijven (berekend aan de hand van de jaarrekening) komt toe aan marktjurisdicties.4 Dit betreft een externe waarde die niet zou voortkomen uit de functies, risico’s en assets van het bedrijf zelf.

Naast Amount A worden Amounts B en C voorgesteld. Amount B leidt tot een formulaire toerekening van een verkoopmarge voor fysieke distributie- en marketingactiviteiten. Amount C biedt landen de mogelijkheid om een hogere beloning te eisen. Amount B is dus in feite een minimummarge voor lokale distributieactiviteiten. Een belangrijk punt is dat Amounts B en C van toepassing lijken te zijn op alle bedrijven en dus niet beperkt zijn tot de digitale economie.

Overigens overweegt het Inclusive Framework (onder druk van de VS) om een ‘alternative global safe harbor system’ te bieden. Dit alternatieve systeem zou traditionele bedrijven de mogelijkheid bieden om voor het huidige systeem te opteren; techbedrijven kunnen voor Pillar 1 kiezen en DST’s voorkomen. Het is de vraag of consensus gevonden kan worden voor zo’n optioneel systeem.

Wat zijn de effecten van Pillar 1?

Pillar 1 is voordelig voor economieën met een grote consumentenmarkt. Investment hubs5 kunnen daarentegen een verlaging in vpb-opbrengsten tegemoet zien. Nederland is zo’n investment hub. De OESO schat dat investment hubs alleen al door Amount A 5% belastinginkomsten zullen missen. Er zijn geen cijfers bekend over de impact per land.

Een verlaging van vpb-inkomsten voor Nederland komt neer op zo’n € 1,3 miljard aan gemiste belastinginkomsten. Een cadeautje van Nederland aan het buitenland?6

Maar dit is niet alles. Amount B zal pijn doen voor Nederland distributieland. Veel Nederlandse bedrijven sturen de distributieactiviteiten centraal aan en gebruiken lokale verkopers met beperkte functionaliteit. Op basis van de huidige transferpricingregels rapporteren lokale verkopers een lagere marge aangezien een deel van de functionaliteit centraal geregeld is. Amount B geeft aan lokale landen een minimale distributiemarge. Deze zullen de poet niet met Nederland willen delen, en dat vindt de staatssecretaris goed.7 De gevolgen zijn dubbele belasting, gevolgd door geschillen tussen landen (eufemistisch ‘mutual agreement procedures’ genoemd) en een uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag. De effecten op Nederland distributieland zullen ook andere belastingsoorten en uiteindelijk de werkgelegenheid raken.

Conclusie

In dit licht kunnen we Pillar 1 wellicht beter Caterpillar 1 noemen; een rups die zijn buikje vol eet met Amount A en Amount B van Nederlandse bodem. De Nederlandse regering staat erbij en kijkt ernaar. Ze weet nog niet welke hap uit onze schatkist ze redelijk vindt8 en zal de effecten pas berekenen als de onzekerheid over de voorstellen is weggenomen.9

Dat lijkt mij rijkelijk laat om niet volledig weggerupst te worden in het consensusproces.

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Auteur(s)
Marie Oudemans
vanOlde
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/6
Judoreg
NFB3070
Publicatiedatum
27 februari 2020

X