Direct naar content gaan
}

Gerelateerde content

Samenvatting

In dit geval had een BV beleggingsmaatschappij, een trust die gevestigd is op Curaçao tot directeur benoemd en met de fiscus aldaar een ruling afgesproken. In feite moest de trust echter voor alle belangrijke beleggingsbeslissingen de aanwijzingen van de in Nederland wonende aandeelhouder volgen. Aan de hand van de uitvoerig beschreven bevoegdheidsverdeling over directie en aandeelhouder,
beslist Rechtbank Den Haag dat de woonplaats van de BV in Nederland is gelegen. In deze zaak wordt voorts beslist dat de bevoegde Rechtbank die van ’s-Gravenhage is omdat zich daar de statutaire zetel van de BV bevindt. Verder geeft de Rechtbank vooral geen uitstel voor de zitting omdat de datum daarvoor in onderling overleg is vastgesteld en weigert zij getuigenverhoor omdat hun verklaringen de uitspraak niet kunnen beïnvloeden. Tenslotte staat de Rechtbank inzending van aanvullende stukken toe binnen 10 dagen voorafgaand aan de zitting, omdat het stukken zijn die de gemachtigde van de BV reeds bekend waren.
Dit oordeel wordt door Hof Den Haag bevestigd. Het hoger beroep van de BV wordt ongegrond verklaard.

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2002 - 2003
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
23 oktober 2012
Rolnummer
11/00050
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ7198
bwbid=bwbr0&artikel=4

Naar de bovenkant van de pagina