Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(747)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(19)

X (belanghebbende) is eigenaar van een fastfoodrestaurant in Eindhoven nabij een op- en afrit van de snelweg A2. De WOZ-waarde van de onroerende zaak is per waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 1.429.000. X heeft in bezwaar tevergeefs een waarde bepleit van € 1.125.000. In beroep bepleit X een waarde van € 831.000.

Voor de waardering van de onroerende zaak is de methode van huurwaardekapitalisatie gebruikt. Daarbij is de door de Heffingsambtenaar gebruikte huurwaardekapitalisatiefactor van 10 niet in geschil.

De huurwaarde is gesteld op € 275 per m² (in totaal € 155.093) aan de hand van de huurcijfers van drie in de visie van de Heffingsambtenaar vergelijkbare onroerende zaken.

Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de Heffingsambtenaar aan de hand van twee van deze huurreferenties aannemelijk heeft gemaakt dat de huurwaarde van € 275 per m² verhuurbare vloeroppervlakte niet te hoog is.

De Heffingsambtenaar heeft verder een verkooptransactie genoemd van een vergelijkbaar fastfoodrestaurant. Het pand is op 13 november 2013 verkocht voor € 3.100.000. Hoewel de transactiedatum meer dan vijf jaar voor de waardepeildatum is gelegen, is de verkoopprijs van € 3.100.000 van een vrijwel identiek object volgens de Rechtbank toch een indicatie dat de vastgestelde waarde van de onroerende zaak van € 1.429.000 niet te hoog is.

Aangezien de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde van de onroerende zaak niet te hoog is, komt de Rechtbank niet toe aan de beoordeling van de (uiteindelijk) door X verdedigde waarde van € 831.000.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum instantie
19 november 2021
Rolnummer
20/3598
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2021:6066
NLF-nummer
NLF 2022/0079
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0007119&artikel=17

X