Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Deze opinie van Paul de Haan gaat over belastingen, alles wat daarmee samenhangt en de omgekeerde doofpotcultuur.

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?1
Dat is het beangstigende van deze tijd; dat niemand meer bereid is terwille van een ander iets na te laten, of ergens van af te zien.2

Fiscale fragmenten

Vorige week was het zover; Anna Gunn en ik hebben onze eerste fiscale podcast opgenomen. We gaan nu de montage en editing in. De titel van onze podcast Fiscale Fragmenten ontlenen wij aan Jan Verburgs afscheidsrede bij de Universiteit van Leiden in 1986. Hij begon zijn oratie als volgt:

‘Staat u mij dan ook toe dat ik in mijn afscheidscollege toch maar weer over belastingen spreek. Over belastingen en alles wat daarmee samenhangt. Tezamen genomen is dat – het zij toegegeven – over bijna alles. Ik doe dat uiteraard fragmentarisch. Vandaar dat de titel van dit college luidt: Fiscale fragmenten.’

Het ontsluiten van het fiscale verleden is een van onze doelstellingen bij het maken van de podcast of zoals Verburg zelf zei: ‘Wie de historie negeert, loopt immers gevaar in het heden gedesoriënteerd te raken.’

Toeslagenaffaire voor rijke mensen

Naast desoriëntatie, hebben mensen in Wassenaar, Voorburg en Heemstede nu ook hun eigen grensoverschrijdende disproportionaliteit: de fictieve vermogensrendementsheffing van box 3, zeg maar de Toeslagenaffaire voor rijke mensen. In de zaak waarin A-G Niessen recent heeft geconcludeerd3 heeft de belanghebbende een vermogen van ongeveer € 600.000 (en € 200.000 in box 1). Ook daar is de vraag hetzelfde als in het Box 3-arrest: is dit een disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht of niet en is er sprake van discriminatie? Koos Boer bespreekt de kwestie rond box 3 uitvoerig in WFR 2022/80.

Een bezwaar tegen box 3 heb ik zelf geweigerd te maken. Na een indringend zelfonderzoek kon ik mijzelf niet in mijn menselijke waardigheid aangetast voelen. Zeker niet nadat mijn echtgenote vorig jaar vrij van belasting een prachtig appartement in het centrum van Rotterdam voor de hoofdprijs heeft verkocht. In Nederland krijgen we de inkomsten uit vermogen nog niet eens ordentelijk belast vanwege ‘enorme uitvoeringsproblemen, astronomisch hoge uitvoeringskosten en erosie van de belastinggrondslag’, laat staan vermogenswinsten. A-G Wattel merkt heel terecht op dat dat kennelijk in alle andere OESO-staten wel lukt.4 Nederland als uitverkoren gidsland, bewandelt ook hierin zijn geheel eigen onbegrijpelijke weg.

De belastingplichtige in Hof Arnhem-Leeuwarden5 heeft met dit alles geen moeite: alles wordt uit de kast gehaald om de box 3-heffing van € 1.281 (op een vermogen van circa € 150.000) weg te krijgen. Meer nog, hij claimt ook nog een vergoeding voor de spanning en frustratie die de lange doorlooptijd van deze zaak met zich bracht. Box 3 wordt op het in casu werkelijke rendement van € 600 gesteld. Dus zijn menselijke waardigheid wordt voor de helft weer goedgemaakt. De Heer zij geprezen!

Wielklem en mensenrechten

Ik denk met weemoed terug aan de dagen waarin fiscalisten nog publiekelijk voor toepassing van het kniesoorbeginsel pleitten dan wel het besef overheerste dat mensenrechtenschendingen niet zozeer met studeerkamers, hondenbelasting, rendementsficties en ander alledaags ongemak te maken hadden, maar met foltering en genocide. Zien grondrechten niet op meer fundamentele kwesties die raken aan de menselijke waardigheid en vrijheid en niet op meer banale, louter geldelijke belangen? De opstellers van de mensenrechtenbepalingen hadden – zo beschrijft Wattel – verschijnselen als racisme, seksisme, kastenstelsels, religieuze achterstelling, ethnic cleansing, en dergelijke op het oog, althans zaken die iets verschrikkelijker zijn dan het gemis van een beetje fiscale aftrek in vergelijking met de buurman.6 Hoogeveen7 laat Van Leijenhorst het puntig uitleggen: ‘Hoe het gebruik van een wielklem als invorderingsmiddel beleefd kan worden als een inbreuk op de mensenrechten is iets wat mijn pet blijvend te boven gaat.’

Daarbij staat voorop dat dit land – anders dan bijvoorbeeld Noord-Korea – een betrekkelijk fatsoenlijk land mag heten. Recentelijk is ’s lands netheid nog eens bevestigd door de Venetië-commissie die op voorspraak van Pieter Omtzigt dit land de maat nam. In een redactioneel vermeldt Ars Aequi (december 2021) hierover: ‘De commissie beklemtoont vooreerst dat Nederland “a well-functioning state” is met sterke democratische instituties en ferme rechtsstatelijke waarborgen.’

Nu is het alleen nog een econoom die durft te zeggen: ‘Ik snapte niet waarom rijkdom belasten in strijd is met de mensenrechten. Daarom las ik de uitspraken. Nu snap ik er nog veel minder van.’8

Het Box 3-arrest is wat mij betreft een illustratie van hoe de juridische logica en stilering leiden tot vervreemding en misschien zelfs distorsie van de werkelijkheid. Als we de fictieve vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting hadden genoemd – wat het in feite ook is – was er waarschijnlijk niet veel aan de hand geweest. 9

Ingewikkelde vervreemding

De vraag is dan of de (juridische) regelsystemen nog voldoende aansluiten op de leefwereld van burgers, die – vrij naar Duitse dwarsdenker Peter Sloterdijk – meer en meer door een kleptocratische overheid als betaalautomaten worden beschouwd. Die betaalautomaten gaan zich ook als zodanig gedragen. Voor thymotische deugden als eer, opoffering en solidariteit lijkt geen enkele plek meer. Wij zijn nog een eind weg van een dergelijke samenleving als weerspiegeling van het Koninkrijk Gods of seculiere heilstaat. Zie hierover uitgebreid Anna Gunns verslag10 en het cultuur- en rechtsfilosofisch essay van Fred van Horzen in NLF Opinie.11 Het helpt niet dat het fiscaal juridische landschap ‘kortom met de dag complexer en minder inzichtelijk’ wordt.12

Ik ben eigenwijs genoeg te menen dat deze problematiek Jan Verburg zeer aan het hart ging; zelfs iets was waarover hij in het ‘reine’ wilde komen. Zijn entreerede als hoogleraar belastingrecht in Leiden (‘Tussen de regels door’, 1973) begint met een opsomming van fiscale perikelen: ingewikkelde hoge belastingen, een onrechtvaardige verdeling van de belastingdruk, douceurtjes die bij de verkeerden terecht heten te komen (de belastingen zijn voor de één een ijzeren harnas en voor de ander een parfumwolk, is de indruk van Kamerlid Bakker) en een ietwat verbijsterde Belastingdienst. Verburg komt vervolgens tot een afronding: ‘Genoeg om ons in verwarring te brengen en om ons te bewegen de vraag te stellen of ons belastingstelsel wellicht finaal uit het roer is gelopen’ (p. 3 van de rede). Zijn conclusie is – zeker voor een mild en gematigd man als Verburg was – spijkerhard: onze belastingwetgeving is stelselloos, opportunistisch en fragmentarisch gebleven, in overeenstemming met het beeld van onze samenleving, die niet anders is dan ‘ad hoc accomodation to group and individual egoism’ (p. 18).

De logica van de mensenrechten volgend, koerste de hoogste rechter op het ter zijde stellen van een discriminatoire vermogensrendementsheffing en naar rechtsherstel voor de belastingplichtigen. Dat een dergelijke beslissing tot meer chaos kan leiden is klaarblijkelijk in casu minder van belang; fiat justitia pereat mundus. In een extreem geïndividualiseerde maatschappij met nadruk op geldelijk eigenbelang, is het koren op de molen van de calculerende burger onder het mom van rechtsbescherming. Tot meer vertrouwen in de maatschappelijke instituties zal het arrest zeker niet leiden. Vergelijk de opvatting van Bouman hiervoor.

Het verhaal over standaarddeviaties en mate van ongelijkheid13 is weliswaar overtuigend maar dat is maar een deel van het verhaal. Het gaat bij het recht toch uiteindelijk ‘niet om causaliteit maar om betekenis’.14

De rechter past ten opzichte van de wetgever terughoudendheid bij het voorzien in een rechtstekort op stelselniveau. Voor ingrijpen van de rechter is in beginsel geen plaats, tenzij een individuele belastingplichtige wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last, aldus de rechter zelf.15

To have and to have not

Tot welke gevolgen louter statistisch-wiskundige toepassingen in combinatie met institutionele vooringenomenheid kunnen leiden hebben we gezien in de Toeslagenaffaire. De toegepaste algoritmes hebben massale verwerkingsprocessen mogelijk gemaakt voor miljoenen, maar tegelijkertijd de weg geplaveid naar ongekend onrecht bij tienduizenden.

De heer Van Ettekoven (voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) mag telkens weer benadrukken dat de bestuursrechter geen keus had, maar dat had de bestuursrechter natuurlijk wel. Zo is de ‘alles of niets’-benadering nooit toegepast door Rechtbank Rotterdam; verder zijn er net iets te veel bestuursjuristen van mening dat die benadering zeker niet dwingend uit de wet voortkwam. De voorzitter van de ABRvS heeft alleen bij voortduren en bijna op voorhand de kant van de administratie gekozen.

Het ongemak van de ‘haves’ vormt een niet onaanzienlijk contrast met de rampzaligheden die enkele ‘have nots’, de gedupeerden uit de Toeslagenaffaire, zijn overkomen. Een groep minderbedeelden waar de meeste juristen en fiscalisten zich verre van hielden. Heldin Eva Gonzalez had – zo bleek mij na lezing van het boek van Jesse Frederik16 – een behoorlijk eigenbelang om de gedupeerden van gastouderbureau Dadim bij te staan. Haar man was eigenaar van dat bureau en de fiscus had kennelijk genoeg redenen om aan te nemen dat zijn administratie op het terrein van de kinderopvangtoeslag verre van volmaakt was. Dat is toch wel een egoïstische stimulans voor Gonzalez om de door haar man bediende ouders bij te staan. Dat heeft Gonzalez overigens knap gedaan, maar is mijns inziens onder deze omstandigheden geen reden tot heiligverklaring. Dat is een eer die voor weinigen is weggelegd; zoals deze week geloof ik, voor Titus Brandsma.

Er waren (sociale) advocaten die gewoon hun werk deden maar tegen een muur aanliepen. Frederik schrijft: ‘De rechtszaken van ouders van De Parel tegen de Belastingdienst zullen in de loop van 2015 telkens weer in een complete nederlaag voor de ouders eindigen. De Raad van State geeft de belastingdienst op alle fronten gelijk, en de ouders moeten nog steeds duizenden tot tienduizenden euro’s terugbetalen. “Ik had wel vijftig zaken en die verloor ik allemaal”, herinnert advocaat Jaap Spigt zich.’17

Jaap Spigt ken ik vanuit een ver EUR-verleden. Hij is advocaat en de broer van de Rotterdamse sterzangeres Frederique Spigt. Hij was – toen ik hem ontmoette – stergitarist bij een talentvolle band, Loomis Gang. Hij leek als twee druppels water op die andere Nederlandse stergitarist Ad (Adje) van den Berg, wereldberoemd om met name de fuga-achtige gitaarsolo in Burning Heart (White Snake). De band Loomis Gang met Jaap Spigt als blikvanger, heeft het tot het voorprogramma van de fameuze rockband Van Halen geschopt.

Schuld en buikpijn

Deze week werd bekend dat de landsadvocaat het advies om aangifte tegen de eigen Belastingdienst te doen niet overneemt. Ik was – als geïnteresseerde leek – niet onder de indruk van het duurbetaalde strafrechtelijk advies van Allen & Overy’s Biemond. Zie mijn verhaal in NLF Opinie 2020/17. Maar goed, ik had het idee dat staatssecretarissen Van Huffelen en Vijlbrief niet veel externe aansporing nodig hadden om aangifte te doen tegen de eigen dienst teneinde het bloeddorstig opportunisme van de Kamer te stillen. Het sluit prima aan op het Ruttiaanse Teflon-denken en doen. Naast de eeuwige commissies en externe adviseurs, heeft de Nederlandse politiek binnen het Teflon-kader, inmiddels de verontschuldiging (‘pijn in de buik’) als extra verdedigingswal vervolmaakt. Het is – zoals Bas Heijne signaleert – de omgekeerde doofpotcultuur: juist door alles openbaar te maken, door het opzichtig benoemen van mis- en wantoestanden, wordt de schuldvraag vermeden, blijven consequenties uit.18 De Haagse liturgie van spijt en pijn in de buik past hier merkwaardig genoeg voortreffelijk in. Hoopvol is en blijft dat voor algemene en specifieke oriëntatie men altijd bij de geschiedenis terechtkan. Zoek maar eens op de termen (oud-president van de Rekenkamer) Saskia Stuiveling, belastingdienst en toeslagen (2009), lees Fiscale Fragmenten van Jan Verburg of luister naar onze podcast die binnenkort verschijnt.

De schepper slaapt
En ook zijn broer.
De filosoof zegt:
De hel – dat zijn wij.
De ambtenaar zegt:
De regels – dat zijn wij.
Een slimme engel schuift ons een bril toe
Gedoopt in onbevangen nieuwsgierigheid.
De mensen – dat zij wij. Allemaal.19
Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2022/19
Judoreg
NFB5020
Publicatiedatum
23 mei 2022

X