Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent
Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie mbH (hierna: NGD) is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Haar vennoten zijn A (51% van het aandelenkapitaal) en C (49% van het aandelenkapitaal). A is een publiekrechtelijk openbaar lichaam. C is een geregistreerde vereniging. De enige bestuurder van NGD in het litigieuze jaar (2005) was E, die tegelijkertijd enig bestuurder van A en directeur-bestuurder van C was.
Volgens de Duitse belastingdienst bestond er in 2005 geen fiscale eenheid tussen A als overkoepelend orgaan en NGD als ondergeschikte entiteit omdat er geen sprake was van financiële verbondenheid. Als houder van 51% van het aandelenkapitaal van NGD had A weliswaar een meerderheidsbelang, maar wegens de bepalingen van de vennootschapsovereenkomst bezat zij niet de meerderheid van de stemrechten, zodat zij zich niet in een positie bevond die haar in staat stelde de besluitvorming bij NGD te sturen.
Het Duitse Bundesfinanzhof heeft in het kader van een geding hierover prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.
De onderhavige Conclusie van A-G Medina moet worden gelezen in samenhang met een conclusie in een parallelle zaak, namelijk C 269/20, Finanzamt T. De eerste vraag is in beide conclusies gelijk.
Overeenkomstig het verzoek van het HvJ richt de A-G zich in deze conclusie op de eerste en de vierde vraag van de verwijzende rechter. Zij geeft het HvJ in overweging om deze vragen als volgt te beantwoorden:
Artikel 4, lid 4, tweede alinea, Zesde Richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat personen die nauw verbonden zijn en lid zijn van een btw-groep, als één belastingplichtige voor btw-doeleinden mogen worden aangemerkt.
Deze bepaling moet evenwel aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een regeling van een lidstaat waarbij alleen het overkoepelende orgaan – dat de meerderheid van de stemrechten bezit en een meerderheidsbelang heeft in de ondergeschikte entiteit in de groep van belastingplichtigen – als vertegenwoordiger van de btw-groep en als belastingplichtige van die groep wordt aangewezen, met uitsluiting van de overige leden van die groep.
Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2005
Instantie
A-G HvJ
Datum instantie
13 januari 2022
Rolnummer
C‑141/20
ECLI
ECLI:EU:C:2022:11

X