Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Politieke column

Tijdens de coronacrisis konden alle ondernemers in Nederland een beroep doen op het bijzonder betalingsuitstel van belastingschulden. Een in die crisistijd best begrijpelijke maatregel, want het maatschappelijke en economische verkeer werd noodgedwongen deels stilgelegd. Ondernemers lucht geven, zet echter wel druk op de betalingsmoraal van belastingschulden. Uitstel van betaling valt dan misschien nog te billijken, maar als uitstel op afstel uitdraait, is het oppassen geblazen. Iedereen die netjes en op tijd belastingschulden betaalt, zou zich hierdoor immers wel eens bekocht kunnen voelen. 

Coulant zijn in een gigantische crisis én tegelijkertijd de belastingmoraal dienen, vergt stuurmanskunsten. Ik betwijfel of het kabinet op dit punt op het parcours is gebleven. De totale belastingschuld waarvoor door meer dan 400.000 ondernemers bijzonder betalingsuitstel is aangevraagd in de periode maart 2020 tot en met maart 2022 bedraagt ruim € 40 miljard. Daarnaast zijn opgelegde aanslagen voor € 7 miljard verlaagd, hetgeen het daarop verleende betalingsuitstel heeft ‘opgelost’. De helft van het verleende bijzondere betalingsuitstel is inmiddels terugbetaald. 

Het gaat daarbij om zowat alle belastingmiddelen. Eerst werd het betalingsuitstel enkel opengezet voor de loon- en inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting. Daar kwamen al vrij snel talrijke andere belastingmiddelen bij. Je kunt je afvragen waarom een coulance voor bijvoorbeeld de assurantiebelasting nou nodig was, maar dat is voer voor de evaluatie van de fiscale steunmaatregelen die voor 2023 staat gepland. Daarin kan dan ook worden meegenomen dat een derde van de belastingschulden uitstaat, of heeft uitgestaan, bij bedrijven waarvan de omzet sinds de coronauitbraak is gestegen. Weliswaar kunnen kosten ook navenant zijn gestegen, maar dit lijkt mij een indicator dat de pleister van het betalingsuitstel grootschalig is geplakt op niet-bestaande wonden.

Op dit moment moeten 267.000 ondernemers nog ruim € 20 miljard belastingschuld betalen. Dat bedrag stond in februari van dit jaar ook al open, dus sindsdien is er weinig beweging waarneembaar. Vanaf 1 oktober 2022 is op dit schuldenbedrag de betalingsregeling van kracht, die ondernemers moet aansporen om de openstaande belastingschuld en de inmiddels weer wat oplopende invorderingsrente af te lossen. Eerlijk gezegd, heb ik daar een hard hoofd in. Ondernemers die na de coronacrisis de energiecrisis zijn ingetuimeld, hebben naar mijn inschatting maar beperkte betaalcapaciteit om belastingschulden af te lossen. Het kabinet houdt onvoldoende rekening met deze actualiteit.

Vorig jaar lispelde de toenmalige belastingstaatssecretaris nog ergens dat ongeveer 7,3% (€ 1,5 miljard) van de belastingschuld definitief oninbaar is. Het huidige kabinet heeft dat percentage inmiddels fors opgeschroefd naar 30% (€ 6 miljard), zo staat terloops vermeld in een bijlage van de op Prinsjesdag geopenbaarde Miljoenennota. Op basis van gegevens uit een recente rapportage blijkt het kabinet, nauwelijks anderhalve maand na Prinsjesdag, zelfs al te rekenen met 42% (€ 8,4 miljard) aan oninbare belastingschulden. 

Volgens mij is dat nog steeds erg rooskleurig. Het kabinet koppelt namelijk de hoogte van de huidige belastingschuld aan winsten voorafgaand aan corona om te beoordelen of terugbetaling nog behapbaar is. Als de uitstaande belastingschuld meer dan 2,5 keer zo groot is als de gemiddelde pre-coronawinst is volgens het kabinet sprake van een hoog aflossingsrisico. Deze zienswijze negeert het huidige winstniveau van de desbetreffende bedrijven, terwijl dat voor aflossing toch het meest relevant is. 

Het bedrag aan betalingsafstel loopt op. Het zal mij niet verbazen als van de € 20 miljard nog openstaande belastingschuld uiteindelijk minder dan de helft wordt afgelost. Doordat het kabinet het betalingsuitstel en -afstel buiten het ingewikkelde inkomstenkader heeft geplaatst, is geen compenserende maatregel nodig. Dat is een opmerkelijke keuze voor een kabinet dat in andere fiscale dossiers steeds pietluttig schermt met budgettaire beperkingen. Het omvangrijke betalingsafstel verhoudt zich in elk geval slecht tot de belastingmoraal.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/38
Publicatiedatum
1 november 2022

Naar de bovenkant van de pagina