Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(157)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(10)

Erflater is in 2010 overleden. Op het moment van overlijden bezaten erflater en zijn echtgenote gezamenlijk een aanmerkelijk belang van 50% in een bv.

In 2016 heeft de Belastingdienst een landelijk onderzoek gedaan naar gevallen waarin in overlijdensaangiften geen melding is gedaan van de vererving van een aanmerkelijk belang. Dit heeft ertoe geleid dat aan erflater met dagtekening 21 januari 2017 een navorderingsaanslag IB/PVV 2010 is opgelegd waarbij een fictieve vervreemding van € 242.000 en – ter behoud van rechten – een uitdeling van € 450.000 in aanmerking is genomen.

Vanwege het uitblijven van betaling van de navorderingsaanslag, ook na een per post aan het ervenadres gezonden herinnering, aanmaning en uitvaardiging van een dwangbevel, heeft de Ontvanger in 2019 een onderzoek gestart. Hij heeft daarbij geconstateerd dat de echtgenote is verhuisd en heeft vervolgens met dagtekening 2 december 2019 een duplicaat van de navorderingsaanslag aan het nieuwe woonadres van de echtgenote gezonden. De erven hebben op 2 december 2019 bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslag. De Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Rechtbank Gelderland heeft het beroep van de erven gegrond verklaard en de zaak teruggewezen naar de Inspecteur. De Inspecteur heeft daarop hoger beroep ingesteld.

De bewustheid bij de erven dat zij voor het ervenadres bij de verhuizing van de echtgenote een wijziging aan de Inspecteur moesten doorgeven acht Hof Arnhem-Leeuwarden zo gering dat het de termijnoverschrijding verschoonbaar acht. De erven zijn daarom ontvankelijk in het bezwaar. Het Hof beslecht het geschil vervolgens inhoudelijk.

De stelling dat de navorderingsaanslag buiten de navorderingstermijn is opgelegd, faalt. De navorderingsaanslag is op 21 januari 2017 bekendgemaakt. Aangezien de Inspecteur op verzoek uitstel had verleend voor het indienen van de aangifte IB/PVV 2010, verliep de wettelijke navorderingstermijn op 31 januari 2017, zodat de navorderingsaanslag binnen deze termijn is opgelegd.

Tussen partijen is in dat geval niet in geschil dat de navorderingsaanslag enkel verminderd dient te worden met de correctie ter zake van de uitdeling van € 450.000.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2010
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
14 december 2021
Rolnummer
21/00377
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:11530
NLF-nummer
NLF 2022/0136
Aflevering
13 januari 2022
bwbr0005537&artikel=6:11

X