Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Een pastoraal werker (de pastoor) is op grond van een door de bisschop goedgekeurde arbeidsovereenkomst sinds 1 mei 2007 in dienst bij een parochie. Sindsdien woont hij in de pastorie die aan de parochie in eigendom toebehoort. Op 1 mei 2017 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen beëindigd. In verband daarmee hebben de parochie en de pastoor een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin is onder meer bepaald dat aan de pastoor een vergoeding wordt betaald ter compensatie van het verlaten van de pastorie, door haar te maken verhuis- en inrichtingskosten en toekomstige huurlasten. Verder is bepaald dat deze vergoeding netto wordt uitbetaald als dat volgens de fiscale regels kan en deze wijze van betalen niet kostenverhogend is voor de parochie. Partijen zijn het oneens over de vraag of aan deze eisen is voldaan. De parochie heeft onder inhouding van een bedrag van € 15.501,95 aan loonheffingen in totaal € 37.705,46 bruto aan de pastoor betaald.

De pastoor heeft de loonheffingen in een civiele procedure met succes terug gevorderd bij de Haagse kantonrechter, maar tegen dit vonnis heeft de parochie hoger beroep ingesteld bij Hof Den Haag. Volgens het Hof is niet voldaan aan de voorwaarden om netto uit te keren. De pastoor moet het bedrag (met rente) weer aan de parochie terug betalen.

Rubriek(en)
Civiel recht
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
12 april 2022
Rolnummer
200.285.789/01
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:506

X