Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Deze zaak gaat over nageheven BPM ter zake van een door een man in Duitsland aangeschafte Ferrari. De man stelt dat hij zijn normale verblijfsplaats in Duitsland had, maar volgens de inspecteur, Rechtbank en Hof heeft de eigenaar van de Ferrari steeds in Nederland gewoond. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar tegen de naheffingsaanslag gedaan zonder de man of diens gemachtigde te horen terwijl hierom wel was verzocht. Het Hof heeft zich bij het oordeel van de Rechtbank aangesloten dat dit de inspecteur niet kan worden tegengeworpen omdat uit gedragingen van de man en zijn gemachtigde kon worden afgeleid dat het aan feitelijke bereidheid om gehoord te worden ontbrak. De Hoge Raad verklaart het tegen dit oordeel ingesteld cassatieberoep gegrond. De inspecteur mocht uit het uitblijven van een reactie op diens verzoek om binnen veertien dagen te reageren voor het maken van een hoorafspraak niet afleiden dat de man (stilzwijgend) afstand deed van zijn recht om gehoord te worden, reeds omdat het uitblijven van een reactie binnen de gestelde termijn een andere oorzaak of andere reden kon hebben. Indien de inspecteur twijfelt of een belastingplichtige al dan niet toestemming heeft gegeven om van het horen af te zien, moet hij hem alsnog in de gelegenheid stellen om gehoord te worden. De Hoge Raad oordeelt voorts dat de man is geschaad door het niet gehoord zijn in de bezwaarfase en draagt de inspecteur op om met inachtneming van dit arrest opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Metadata

Belastingtijdvak
2003
Instantie
HR
Datum instantie
15 mei 2009
Rolnummer
08.00437
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BI3751

Naar de bovenkant van de pagina