Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(45)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(5)

X (belanghebbende) heeft hoger beroep ingesteld tegen een brief van Rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin de Rechtbank haar erop heeft gewezen dat zij voor klachten over beslagleggingen bij de civiele rechter en niet bij de belastingrechter moet zijn. Hof Den Bosch heeft het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de brief geen hoger beroep mogelijk is. Het verzet tegen deze uitspraak wordt ongegrond verklaard. De brief van de Rechtbank kwalificeert volgens het Hof overduidelijk niet als uitspraak in de zin van artikel 8:104 Awb. Daarvan uitgaande is – gelet op het bepaalde in genoemd Awb-artikel – het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Als bedoelde brief van de Rechtbank wel als uitspraak in vorenbedoelde zin kwalificeert, heeft het Hof terecht (ten overvloede) geoordeeld dat het hoger beroep hiertegen kennelijk ongegrond is, omdat de Rechtbank niet bevoegd is te oordelen over de invordering van aanslagen, beslagen en de betaalmogelijkheden van X.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2022
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
18 mei 2022
Rolnummer
21/01111
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1568
NLF-nummer
NLF 2022/1164
Aflevering
16 juni 2022
bwbr0005537&artikel=8:54,bwbr0005537&artikel=8:54,bwbr0005537&artikel=8:104,bwbr0005537&artikel=8:104

X