Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Pieter Omtzigt is sinds 2003 Tweede Kamerlid voor het CDA. Sinds 2008 heeft hij de belastingportefeuille. In het najaar van 2017 voerde hij voor de tiende keer het woord over het Belastingplan. Zoals bekend regelt het Belastingplan de inkomsten en uitgaven van Nederland, zo’n € 200 miljard. De belangrijkste inkomsten zijn de loon-en inkomstenbelasting en de omzetbelasting, maar ook allerlei andere belastingen passeren bij het Belastingplan de revue zoals milieubelastingen, autobelastingen en er worden soms nieuwe belastingen ingesteld of weer afgeschaft (zoals de leidingwaterbelasting). Heffingskortingen worden ingevoerd of verhoogd om de arbeidsparticipatie te bevorderen of de koopkracht in stand te houden. Kortom alle belastingen uit de Wettenbundel kunnen aan de orde komen.


Arthie Schimmel en Fred van Horzen hebben hem op 15 maart jl. voor NLF Opinie geïnterviewd.

‘Ik ben voor goede fiscale wetgeving en daarom zit ik in de Kamer. Een Inspecteur-Generaal voor de Belastingdienst? Een zeer interessant idee!’ Hoe bent u ooit aan de portefeuille Fiscale Zaken gekomen? Worden er opleidingseisen gesteld?

Ik wilde altijd woordvoerder Financiën worden en zat voor het CDA in de commissie voor Financiën van de Tweede Kamer. Dan moet je denken aan toentertijd een partij van meer dan veertig zetels. Toen het woordvoerderschap Fiscale Zaken in de CDA-fractie vrijkwam, keken ze naar mij. Voor de portefeuille Fiscale Zaken staat niet de langste rij in de fractie. In de fractie en in de Tweede Kamer houdt het niet over van mensen met een fiscale achtergrond. Ik heb zelf ook geen fiscale achtergrond, maar hou wel van een ingewikkelde klus (red.: Omtzigt is econometrist). Ik ben blij met een medewerkster die fiscalist is. Dat hebben ook niet alle Kamerleden. Ik vind dat je voor de portefeuille Fiscale Zaken eigenlijk wel een specifieke achtergrond zou moeten hebben. De fiscaliteit is technisch ingewikkeld en dat spijker je niet met cursussen van een maandje bij.

Wat zijn uw belangrijkste moties of amendementen in de afgelopen tien jaar geweest?

De directe invloed van een fiscaal woordvoerder vind ik beperkt. Wat inhoudelijke plannen betreft, komt het grote fiscale vuurwerk niet uit de Kamer maar uit de afspraken die in coalitieverband gemaakt zijn. Je hebt als Kamerlid bijvoorbeeld geen zeggenschap over de tarieven. Met amendementen kun je kleine wijzigingen in de wet aanbrengen, maar daarover moet je met de andere coalitiepartijen overleggen. Door moties, die op zichzelf een minder krachtig instrument dan amendementen zijn, kun je wel richting geven. Succesvolle moties van mijn hand? De Wet uniformering loonbegrip is een resultaat van mijn motie over uniformering van het loonbegrip. Een andere succesvolle motie is die over de eenverdieners. Een jaar of zeven geleden ben ik als eerste over de eenverdiener begonnen (red.: over het toenemende verschil in belastingdruk tussen eenverdieners en tweeverdieners ten nadele van de eenverdieners). Ik werd toen raar aangekeken en zelfs uitgelachen. Waar heeft hij het over? Maar we kregen veel mails met huishoudboekjes van mensen waaruit de verschillen bleken. Het is een slag van zeven jaar geweest. Eerst moties, die het niet haalden, daarna moties die het wel haalden, maar dan zei de regering dat er niets aan de hand was. Toen een kleine studie van het CPB op ons verzoek. En nu hebben we achter de schermen van de formatie hard gevochten om twee maatregelen voor de eenverdieners in het regeerakkoord te krijgen.

In de CPB-modellen zijn geen gedragseffecten opgenomen van scheiden. Dat is taboe, scheiden (of je voor de fiscus voordoen als niet fiscaal partners) is voor een aantal groepen fiscaal onwaarschijnlijk aantrekkelijk, zeker als je twee kinderen hebt. Vaders in de Achterhoek lieten zich inschrijven bij hun ouders. Dat kon € 7.000 à 8.000 aan toeslagen opleveren. Maatregelen die bedoeld zijn om alleenstaande ouders fiscaal te ondersteunen, monden uit in maatregelen die een schijnscheiding aantrekkelijk maken.Het hele stelsel perverteert op zo’n moment. Op dit moment is het stelsel trouwens zo ingewikkeld geworden dat niemand meer weet hoeveel hij overhoudt van € 1 extra inkomsten.

Grote advieskantoren houden zich hier niet mee bezig. Die gaan voor de vpb. Daarom krijgt de vpb onevenredig veel lobby-aandacht ook gezien de kleine bijdrage die de vpb aan de totale belastinginkomsten levert.

Een laatste succesvolle motie die ik wil noemen is een motie uit 2011 over betere plannen voor de Belastingdienst die met gerichte interventies ervoor kan zorgen dat meer geld binnenkomt. De Belastingdienst is heel efficiënt als het om het innen van loonbelasting van de gemiddelde werknemer gaat. Evenals bij het innen van de btw bij de detailhandel. Dat zijn heel belangrijke systemen. Daar waar het elektronisch gebeurt, gaat het goed. Maar waar het misgaat is bij datgene wat niet in het geautomatiseerde systeem te vatten is, waar mensen om die systemen heen kunnen werken en waar de Belastingdienst zelf nieuwe ingewikkelde systemen ontwerpt.

Wat zijn voor u de belangrijkste speerpunten voor deze kabinetsperiode?

Hervorming en een vorm van belastingverlichting. Wat we in Nederland doen, is dat we altijd heel goed kijken naar wat er aan de onderkant gebeurt. Echter, bij de eenverdiener in het traject tussen de € 20.000 en € 35.000 ligt het marginaal tarief boven de 90%. Die houdt net € 1000 over als hij € 15.000 meer gaat verdienen. Daar moet lastenverlichting plaatsvinden zodat de marginale druk van 90% naar 80% gaat en dat is nog echt niet voldoende. We hebben in bepaalde opzichten een degressief belastingstelsel.

Het doel van de belastinghervorming is juist dat middengroepen meer overhouden van elke euro die ze verdienen.

Gaat de vlaktaks helpen?

De vlaktaks zal, doordat er allerlei knikken in de heffingskortingen zitten, niet helemaal een vlaktaks zijn. De vlaktaks gaat helpen omdat het middentarief naar beneden gaat. Daar is iedereen het over eens nadat ze de sommetjes gezien hadden, die we gemaakt hadden.

Zelfs na deze verlaging heb je voor een aantal groepen nog steeds een te hoge marginale druk, zoals in het eerdergenoemde voorbeeld. Het is voor het eerst dat er een forse stap gezet wordt. We hebben de stap groter gemaakt omdat we vervuiling en consumptie meer willen belasten. En dat is wat de hele internationale academische wereld al jaren zegt. Het is natuurlijk voor een politicus makkelijker om de btw niet te verhogen en een beperktere verlaging door te voeren, maar we hebben gekozen om ook juist de lasten te verschuiven.

In Nederland is er een enorme focus op koopkracht, of beter op koopkrachtplaatjes. Gelukkig heeft de directeur van het CPB, Laura van Geest, gezegd dat de politieke fixatie op koopkrachtplaatjes minder zou moeten worden. En dan focussen we volgens mij ook nog op de verkeerde koopkracht, want we kijken naar wat we vorig jaar kregen en wat we dit jaar krijgen. Maar de vraag die eronder ligt, wat is belastbaar en wat is een redelijke belasting, is de vraag die je constant moet blijven stellen. Op dat antwoord moet je je belastingen baseren en daarna kun je nog wat compenseren voor groepen die erop achteruitgaan. Wij in Nederland draaien het om. Als iemand een minnetje in koopkracht heeft, dan rennen we erop af om het te repareren. We rennen minder hard als er een aperte onrechtvaardigheid in het systeem gekropen is.

De modellen van het CPB vernachelen vaak. Bijvoorbeeld de IACK.1 Volgens het CPB kun je ‘gratis’ banen in Nederland krijgen door de IACK op te pompen. Dat hebben de VVD, D66 en met name de PvdA schaamteloos gedaan in hun verkiezingsprogramma’s. Maar waar komt het CPB nu mee? De IACK is doorgeslagen, aldus het CPB en dat is zonder de verhogingen, die zo mooi in hun modellen uitpakten. Tweede voorbeeld: het lage-inkomensvoordeel (LIV). Is er iets model gedreven, dan is het de LIV. De LIV is een subsidie die je uitbetaalt per gewerkt uur voor mensen tussen de 100 en 125% minimumloon. Dit pakt tegen de bedoeling in als een bonus voor grote landelijke supermarkten, want die hebben heel veel tijdelijk personeel (scholieren en studenten) qua beloning op het minimumloon. En de LIV komt zo niet terecht bij de mensen waarvoor het daadwerkelijk bedoeld is.2 Verder lopen we het risico dat relatief veel LIV-subsidie terechtkomt bij buitenlandse arbeiders die hier tegen lage lonen werken.

Een tweede speerpunt voor deze kabinetsperiode is dat de inkomstenbelasting eenvoudiger en rechtvaardiger wordt. Die is ingewikkeld, zeker door de verwevenheid met de sociale zekerheid. Waar je zou moeten beginnen is het weghalen van een aantal knoppen. Misschien is een aantal knoppen wel zo pervers dat je ze niet wilt hebben.

En we willen brievenbusmaatschappijen in Nederland aanpakken zonder reële economische activiteit in Nederland te raken.

Bent u een voorstander van het afschaffen van de erf- en schenkbelasting?

Vanwege het draagkrachtbeginsel is het goed om één of andere vorm van erf- en schenkbelasting te hebben. De tarieven zijn herhaaldelijk verlaagd. Het hoogste tarief is nu 40%. Het was een paar jaar geleden boven de 60%. Ik ben niet tegen een verdere verlaging, sterker nog, ik zou het toejuichen. Maar als je vraagt naar de brieven die ik krijg over zaken die burgers onrechtvaardig vinden, dan zijn de brieven van eenverdieners het lastigst te beantwoorden. Dan de spaarders, die belasting over fictief rendement betalen. De rechtvaardigheidsgrondslag is bij dit ECB-beleid wel een lastige.

De erf- en schenkbelasting kent op dit moment een enorm probleem met het computersysteem. Het geld komt niet binnen en dat duurt al een jaar. Dat baart mij heel grote zorgen. Het is niet de ingewikkeldste belasting. Als het btw-systeem een paar dagen plat ligt, hebben we echt een groot probleem. Dat geldt niet voor de erf- en schenkbelasting, maar het ligt nu een jaar plat en we krijgen de details maar niet.

U hebt zich in de Tweede Kamer als één van de eersten tegenstander getoond van constructies met hybride lichamen, zoals de cv/bv-constructie. Was u op de hoogte van het besluit van staatssecretaris Wijn in 2005 waarmee artikel 24, lid 4, Verdrag Nederland-VS buiten werking gesteld werd?3

In die tijd had ik nog niet de belastingportefeuille. Of ik of de Kamer wist dat de cv/bv-constructie de hand boven het hoofd gehouden werd? Het gevoerde beleid is vaak voor Kamerleden niet transparant. Lees vandaag pagina 2 van het FD.4 Het grote manco is artikel 67 AWR.5 Daardoor krijgen we als Kamer onvoldoende grip op welke dingen fiscaal wel en niet mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij de afgifte van rulings. Dat heeft ook met een gebrek aan kennis te maken. Bij de vpb is het erg lastig om te volgen wat er echt gebeurt en wie er profijt van hebben.

Wat vindt u van het afschaffen van de dividendbelasting?

Ik verwijs naar mijn inbreng daarover bij de Algemene Financiële Beschouwingen.

‘Het is interessant om je hier te vestigen, om hier je aandelen op de beurs te doen en niet op de beurs van Londen. Het wordt de facto duurder om een Nederlands bedrijf zomaar over te nemen. Ook de heer Nijboer (red.: PvdA) vond het wenselijk dat overnames vanuit het buitenland moeilijker zouden worden. Als er straks keuzes moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld in het kader van de Brexit over de vestiging van een bedrijf hier of elders met een hoofdkantoor en ook met werkgelegenheid, zeg ik erbij – zo meteen kom ik terug op de vraag waarom wij van die brievenbusmaatschappijen af willen, iets wat nog niet gelukt is met het vorige kabinet van de heer Nijboer – willen wij die bedrijven graag hier hebben.’

Het is een afspraak bij de coalitieonderhandelingen en het is ook goed voor het vestigingsklimaat. De mensen onderschatten verder wat nu in de VS gebeurt met de belastingplannen daar. Dat gaat grote verschuivingen teweegbrengen juist voor bedrijven.

Moet er een Europese gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting komen?

Enige harmonisatie van de grondslag is onontkoombaar. De interneteconomie en alles wat daarmee samenhangt, dwingt tot andere keuzes. Het idee dat je weet waar en wat geproduceerd wordt, is steeds moeilijker. Als ik software in Luxemburg koop die in de Cloud staat, waar en wat is dan het belastbare feit? Als je de interne markt hebt en je kunt kapitaal en voorzieningen geruisloos verplaatsen, dan zal je vanuit die optiek moeten gaan kijken hoe je met bepaalde zaken omgaat, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat grote (internet)ondernemingen hun belasting volledig kunnen drukken.

Voor mij is het fiscale veto heel belangrijk. Dat heeft, afgezien van alle andere redenen een basale reden. We hebben in Nederland een hoge belastingmoraal en wij pakken belastingontwijkers vrij hard aan. Van de Lagarde-lijst die grote Griekse belastingontwijkers onthulde, heb ik nog niemand in de gevangenis gezien behalve diegene die hem geopenbaard heeft. Zomaar belastingheffing delen met andere landen die zwakke instituties hebben, is altijd een slecht idee.

Australië heeft een Inspector-General of Taxation (IGT). De IGT is een onafhankelijk orgaan belast met het toezicht op en de controle van de Australische belastingdienst. De IGT fungeert als een verbindende schakel tussen de belastingdienst en de regering, inclusief het parlement. De IGT kan op eigen initiatief onderzoek instellen, maar ook op verzoek van bewindslieden of het parlement. Sinds kort fungeert de IGT ook als ombudsman in fiscale zaken. Tot de taken van de IGT behoort onder andere het onderzoeken van systemen die zijn vastgesteld door de Australische belastingdienst bij de administratieve uitvoering van belastingwetgeving. Hoe staat u tegenover het instellen van een Nederlandse IGT?

Een zeer interessant idee! Wij krijgen soms informatie van de werkvloer van de Belastingdienst die bovenin niet of nauwelijks bekend is. En als die informatie bovenin niet aanwezig is, wordt de Belastingdienst moeilijk stuurbaar. Het was zelfs op een gegeven moment zo dat in de top van de Belastingdienst slechts één fiscalist aanwezig was. Het wordt volstrekt onderschat wat de vertrekregeling van Wiebes veroorzaakt heeft. Het is een orkaan binnen de Belastingdienst, mensen zijn met duizenden tegelijk vertrokken en veelal ervaren krachten. Die heb je niet zomaar vervangen.

Met betrekking tot de Brexit heb ik gewaarschuwd voor de capaciteit van de douane. Gelukkig is de Nederlandse regering daar al begonnen met het werven van extra douaniers. Het kan niet zo zijn dat de in- en uitvoer stil komen te liggen.

Er is jarenlang onvoldoende vooruit gedacht. We moeten voorkomen dat er uitval optreedt zoals nu bij de erf- en schenkbelasting gebeurt.

Zou u zelf staatssecretaris van Financiën belast met Fiscale Zaken in een volgend kabinet willen zijn?

Ik kan alleen maar zeggen dat ik groot respect heb voor mensen die staatssecretaris van Financiën willen worden zoals Menno Snel. Het is één van de moeilijkste banen in Nederland. Ik heb tijdens de formatie regelmatig gepleit voor een minister voor Belastingen, omdat die als minister beter weerwoord kan leveren tegenover de andere ministers, omdat alleen ministers altijd aanwezig zijn in de ministerraad. De balans van de Nederlandse staat ziet er als volgt uit: zestien ministers die geld uitgeven en één staatssecretaris die zorgt voor de inkomsten. Deze minister is er helaas nog niet gekomen.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
Arthie Schimmel
Zelfstandig fiscaal journalist
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/22
Judoreg
NFB2176
Publicatiedatum
19 april 2018

X