Direct naar content gaan

Samenvatting

De hoofdactiviteit van de vennootschap Aquila Part Prod Com is groothandelsbemiddeling in voedingsmiddelen, dranken en tabak.

De Hongaarse belastingdienst heeft bij Aquila een groot btw-verschil vastgesteld, waarvan het grootste deel ten onrechte teruggevraagde btw beslaat. De belastingdienst heeft in dit verband een fiscale boete en een boete wegens vertraging opgelegd. Daarbij is vastgesteld dat Aquila tijdens onderzochte periodes heeft deelgenomen aan carrouselfraude.

De belastingdienst (afdeling bezwaren) heeft bij de verwijzende rechter met name aangevoerd dat schending van de regels inzake veiligheid van de voedselketen een van de elementen kan zijn die erop wijzen dat de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij deelnam aan een handeling die onderdeel was van btw-fraude.

De verwijzende rechter acht het noodzakelijk aanwijzingen van het HvJ te verkrijgen aan de hand waarvan kan worden geconcludeerd dat de belastingplichtige fraude heeft gepleegd. Zij heeft in dit kader zes prejudiciële vragen gesteld die thans door het HvJ worden beantwoord.

Het HvJ verklaart onder meer voor recht dat het enkele feit dat de deelnemers van de toeleveringsketen elkaar kenden, niet volstaat om aan te tonen dat de belastingplichtige heeft deelgenomen aan btw-fraude. Het staat voorts aan de nationale rechter om te beoordelen of de belastingplichtige, gelet op de omstandigheden van het concrete geval, voldoende zorgvuldigheid heeft betracht en de maatregelen heeft genomen die in die omstandigheden redelijkerwijs van hem konden worden verlangd.

De Btw-richtlijn verzet zich ertegen dat de belastingdienst een belastingplichtige het recht op aftrek van de btw ontzegt op de enkele grond dat hij uit de nationale bepalingen of het Unierecht voortvloeiende verplichtingen inzake de veiligheid van de voedselketen niet is nagekomen. De niet-nakoming van die verplichtingen kan evenwel een van de elementen vormen die de belastingdienst in aanmerking kan nemen om zowel het bestaan van btw-fraude als de deelname van die belastingplichtige aan die fraude aan te tonen, ook al is er geen voorafgaand besluit van het bestuursorgaan dat bevoegd is om die niet-nakoming vast te stellen.

Verder verklaart het HvJ onder meer voor recht dat de Btw-richtlijn en het beginsel van fiscale neutraliteit zich niet verzetten tegen een belastingpraktijk waarbij – om een belastingplichtige het recht op aftrek te ontzeggen op grond dat hij heeft deelgenomen aan btw-fraude – ongeacht de toepasselijke nationale regels inzake het verlenen van een opdracht en de bepalingen van de opdrachtovereenkomst die is gesloten, rekening wordt gehouden met het feit dat de wettelijke vertegenwoordiger van de opdrachtnemer van de belastingplichtige kennis had van die fraude.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
augustus t/m november 2012
Instantie
HvJ
Datum instantie
1 december 2022
Rolnummer
C-512/21
ECLI
ECLI:EU:C:2022:950
Auteur(s)
mr. dr. W.J. Blokland
Vrije Universiteit/Hof Amsterdam
NLF-nummer
NLF 2022/2500
Aflevering
22 december 2022
Judoregnummer
JCDI:NFB5399
,bwbr0002629,bwbr0002629&artikel=15&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina