Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 20 mei 2020 heeft het kabinet bekendgemaakt dat de diverse maatregelen uit het Noodpakket worden verlengd (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, 38). De samenleving en de economie worden met de routekaart in de hand geleidelijk weer opengesteld. Sommige ondernemingen kunnen de draad weer oppakken, andere kunnen dit maar gedeeltelijk of blijven dicht. Hoewel onzeker is hoe de situatie zich de komende periode zal ontwikkelen, wordt duidelijk dat we op een recessie afstevenen die langer dan eerder gedacht kan gaan duren.


Was bij de introductie van de NOW (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud) de verwachting nog dat de economie zich na een (diep) dal snel zou herstellen, inmiddels is duidelijk dat het herstel veel tijd en inspanningen zal vragen en dat er fundamentele veranderingen zullen optreden in de economie vanwege de beperkingen die langere tijd nodig zijn om het coronavirus in te dammen en die ook een noodzakelijkerwijs andere inzet van mensen en bedrijfsmiddelen vragen.


Tegen deze achtergrond heeft het kabinet besloten diverse noodmaatregelen uit het eerste pakket, waaronder de NOW, te verlengen ter bescherming van banen en inkomens. Wel worden maatregelen uit het Noodpakket op onderdelen aangepast om beter toegesneden te zijn op het gegeven dat mensen en organisaties zich zullen moeten aanpassen aan de vereisten van de nieuwe realiteit.


Een aantal wijzigingen is doorgevoerd om te voorkomen dat bedrijven die niet kunnen uitsluiten dat ze noodgedwongen moeten herstructureren, een te hoge drempel ervaren om de NOW aan te vragen en er daardoor onnodig werkgelegenheid wordt verminderd. Deze gewijzigde regeling is de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW-2). De doelgroep bestaat ook bij NOW-2 uit werkgevers die te maken hebben met een omzetverlies van ten minste 20%, maar dan over een viermaandsperiode gelegen tussen 1 juni en 30 november 2020.


De mogelijkheid tot verlenging van de NOW werd bij de introductie van de regeling al nadrukkelijk opengehouden (Stcrt. 2020, 19874, p. 13). Daarbij is aangetekend dat bij de verlenging nadere voorwaarden aan de regeling zouden kunnen worden toegevoegd als de omstandigheden dat wenselijk zouden maken.


Bij de introductie van de NOW is tevens aangegeven dat de regeling als noodmaatregel in korte tijd tot stand was gebracht, zodat aan werkgevers snel duidelijkheid gegeven kon worden over aard en inhoud van de maatregel. Daarbij is aangegeven dat de werking van de regeling nauwlettend gemonitord zou worden en bezien zou worden of de gehanteerde voorwaarden voor subsidie zouden leiden tot het daarmee beoogde doel. Indien dat niet of in te beperkte mate het geval zou blijken, zou overwogen worden de regeling aan te passen, mits dat geen belemmering zou vormen voor de uitvoering. In de praktijk is inderdaad gebleken dat enkele aanpassingen aan de NOW wenselijk waren en gerealiseerd konden worden zonder dat de uitvoering daar te zeer mee werd belast.


Het kabinet heeft besloten om NOW-2 te doen gelden voor een omzetperiode van vier maanden, startend op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Dat is een maand langer dan in NOW-1. Verlenging met een extra maand geeft meer tijd en ruimte om tot een consistent en uitvoerbaar pakket te komen voor de volgende fase.


De nu voorliggende verlenging van de NOW bouwt voort op NOW-1 inclusief de daarin aangebrachte wijzigingen. Ten behoeve van NOW-2 wordt een afzonderlijke regeling vastgesteld ter bevordering van de eenduidigheid en transparantie.


Subsidieverlening


Alle werkgevers die aan de voorwaarden van de regeling voldoen kunnen een aanvraag voor subsidie indienen.


NOW voorziet in duidelijke behoefte


Dat de NOW in een grote en acute behoefte voorziet, wordt duidelijk aan de hand van gegevens over het gebruik van de regeling. Aan 138.586 bedrijven is subsidie toegekend. Daarbij zijn naar raming circa 2,5 miljoen werknemers betrokken. Er is tot en met 12 juni aan voorschot een bedrag van € 6,2 miljard verstrekt. Een deel van de bedrijven ontvangt nog een tweede en een derde termijnbetaling. Dit komt neer op een totaalbedrag aan aangevraagde subsidie van € 9,8 miljard voor een periode van drie maanden. Het gewogen gemiddelde verwachte omzetverlies volgens opgave van de werkgevers bedroeg 67%. Van de bedrijven die subsidie hebben ontvangen heeft 67% minder dan 10 werknemers in dienst, 27% heeft 10 tot 50 werknemers in dienst en in 6% ten minste 50 werknemers. De meeste aanvragen zijn toegekend aan bedrijven in de sectoren detailhandel, horeca en catering en overige commerciële dienstverlening: elk circa 25.000 (18% van het totale aantal).

Rubriek(en)
Overig
Belastingtijdvak
26 juni 2020 - 1 december 2022
Instantie
Ministerie van Sociale Zaken
Datum instantie
22 juni 2020
Rolnummer
2020-0000085008
NLF-nummer
NLF 2020/1531
Aflevering
2 juli 2020

X