Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving(1)
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(2)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(1)

In juni 2019 hebben werkgever X (belanghebbende) en een werknemer met een aanvraagformulier een gezamenlijk verzoek ingediend om voortzetting van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers.

De Inspecteur heeft het verzoek afgewezen. Het bezwaar tegen deze beslissing is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.

X heeft beroep ingesteld.

De Inspecteur is ter zitting ermee akkoord gegaan om 14 september 2020, de datum van ontvangst van een duplicaat door X, te hanteren als datum van bekendmaking van de afwijzingsbeslissing. Dit brengt mee dat het bezwaar tijdig is ingediend en dus ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.

Inhoudelijk is in geschil of in maart 2019 is voldaan aan de loonnorm van € 37.743.

Dat is volgens Rechtbank Gelderland niet het geval. Het variabele deel van het loon (omzetbonus) telt niet mee omdat ten tijde van totstandkoming van de eerste arbeidsovereenkomst van 15 maart 2019 onzeker was of de werknemer meer zou ontvangen dan het vaste basismaandsalaris. De tweede arbeidsovereenkomst met het hogere basisloon baat X evenmin, omdat deze pas ver na het toetsmoment is gesloten. Ook is niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat het hogere basisloon al was afgesproken bij de totstandkoming van de eerste arbeidsovereenkomst.

Rubriek(en)
Loonbelasting
Belastingtijdvak
juni 2019 e.v.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
7 december 2021
Rolnummer
21/1786
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:6528
NLF-nummer
NLF 2022/0036
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0002489&artikel=10ed

X