Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Het kabinet denkt het lek in het schip van Financiën boven water te hebben met de vervanging van Menno Snel door twee staatssecretarissen: Hans Vijlbrief, verantwoordelijk voor de Belastingdienst en Alexandra van Huffelen, verantwoordelijk voor de Douane en de dienst Toeslagen. In de pers is al gesignaleerd dat het opsplitsen van de verantwoordelijkheden met betrekking tot de fiscus niet de oplossing van het probleem kan zijn. Fred van Horzen legt uit waarom de benoeming van een Inspecteur-Generaal voor de Belastingdienst een veel betere zet zou zijn geweest.

Het kabinet denkt het lek in het schip van Financiën boven water te hebben met de vervanging van Menno Snel door twee staatssecretarissen: Hans Vijlbrief, verantwoordelijk voor de Belastingdienst en Alexandra van Huffelen, verantwoordelijk voor de Douane en de dienst Toeslagen. In de pers is al gesignaleerd dat het opsplitsen van de verantwoordelijkheden met betrekking tot de fiscus niet de oplossing van het probleem kan zijn.1 Een helder en compleet overzicht over de problemen waar de Belastingdienst mee kampt en de oorzaken daarvan, is geschreven door Laurens Berentsen.2 Berentsen laat zijn overzicht van de tragedie terecht een aanvang nemen in 2000 met de komst van het megalomane management van Jenny Thunnissen. Maar Berentsen wijst ook terecht op de rol van de politiek, met name tegen de achtergrond van de invoering van het toeslagensysteem per 2006.

Met de kennis van nu is het interessant om de parlementaire discussie rond de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen nog eens terug te lezen.3 Zo is er op 3 februari 2005 een motie ingediend door het Kamerlid Noorman-Den Uyl van de PvdA met het verzoek om op afzienbare termijn de Belastingdienst/Toeslagen te vernoemen naar Toeslagendienst.4 Deze motie werd weggestemd in de Tweede Kamer. Maar nu, bijna vijftien jaar later, is de weggestemde motie alsnog realiteit geworden. Een motie die destijds wel door de Tweede Kamer is omarmd, is een motie van het lid Pieter Omtzigt die begint met de overweging ‘dat belastingen, sociale premies en toeslagen gericht en rechtvaardig moeten worden opgelegd’.5 De latere staatssecretaris Frans Weekers was één van de mede-ondertekenaars van deze motie. Net als Menno Snel kwam Frans Weekers vroegtijdig aan zijn politieke einde door problemen met en bij de Belastingdienst.

Na het aftreden van Menno Snel trok minister van Financiën Wopke Hoekstra snel de regie naar zich toe. Hij zou de tent van de Belastingdienst in eerste aanleg wel even strak zetten en anders dan Snel doortastend optreden om de problemen op te lossen. Een interessante vraag is echter waarom Hoekstra in december 2019 niet tevens het veld heeft geruimd, daarmee zijn stip op de horizon prijsgevend, het worden van de nieuwe politieke leider van het CDA met de hoop op een premierschap na de volgende verkiezingen. Als we de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel ‘Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen’ uit januari 2005 erbij pakken dan worden we namelijk getuige van een interessante discussie. Het wetsvoorstel was ingediend door Joop Wijn, staatssecretaris van Financiën en Aart Jan de Geus, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Balkenende II. De vraag vanuit de Tweede Kamer was waarom de toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm niet de mede-indiener was van het wetsvoorstel in plaats van de staatssecretaris van Financiën. Daarop werd geantwoord dat de Belastingdienst als geheel onder het gezag staat van de minister van Financiën en dat die minister verantwoordelijk is voor de uitvoering van alle bij of krachtens de wet aan de Belastingdienst opgedragen taken. Vervolgens wordt opgemerkt:

‘Dat niet de Minister van Financiën maar de Staatssecretaris van Financiën het onderhavige wetsvoorstel heeft ondertekend vloeit voort uit de bij het aantreden van de regering gemaakte taakverdeling tussen de Minister van Financiën enerzijds en de Staatssecretaris van Financiën anderzijds. De Staatssecretaris van Financiën is in het bijzonder belast met aangelegenheden de Belastingdienst betreffende. Dit betekent dat in de praktijk in eerste instantie de Staatssecretaris van Financiën aanspreekbaar is voor zaken waarvoor het wetsvoorstel de verantwoordelijkheid bij de Minister van Financiën legt.’6

Een relevante vraag die de Tweede Kamer derhalve had kunnen of moeten stellen in het kader van het debat over de Belastingdienst7 is waarom de minister van Financiën in december 2019 niet ook is afgetreden. De minister was immers toch de eindverantwoordelijke voor het toeslagengebeuren en de staatssecretaris niet meer dan het aanspreekpunt?

Uit de zojuist genoemde nota naar aanleiding van het verslag blijkt ook dat er bij de Kamerleden angst bestond dat te weinig mensen aanspraak zouden maken op de hun toekomende toeslagen. Tegelijkertijd bestond echter bij hen ook zorg over de vraag of te veel uitbetaalde toeslagen konden worden teruggevorderd indien achteraf zou blijken dat toeslagen waren toegekend op basis van onjuiste inkomensgegevens. Ook was de vraag hoe de Belastingdienst/Toeslagen zich zou opstellen in het navorderingstraject. De afdronk van de antwoorden van Joop Wijn was dat het allemaal wel los zou lopen. De communicatie tussen burgers en Belastingdienst/Toeslagen was volgens Wijn ook prima op orde:

‘Het call center van de Belastingdienst wordt bemand met deskundige medewerkers. De medewerkers zullen worden opgeleid om vragen met betrekking tot de inkomensafhankelijke regelingen op een adequate wijze af te handelen. Dit is inmiddels voorzien in het opleidingsplan.’8

Men hoefde niet te vrezen voor te lange wachttijden of niet-bereikbaarheid van de BelastingTelefoon.

Het enigszins idyllische beeld dat in 2005 in de parlementaire stukken werd geschetst over de toeslagen werd wreed verstoord door de ontdekking van de zogenoemde Bulgarenfraude en andere vormen van misbruik van toeslagen. Met name het Kamerlid Pieter Omtzigt, die blijkens de reeds genoemde motie rechtvaardigheid hoog in het vaandel had (en nog steeds heeft), gaat dan als een terriër achter de inmiddels staatssecretaris van Financiën geworden Frans Weekers aan en stelt uitgebreide vragen over de toeslagenfraude.9 De vragen kenmerken zich door een enigszins agressieve toonzetting dus dat zou mogelijk weleens de aanleiding kunnen zijn geweest voor de verharding van het optreden van de Belastingdienst/Toeslagen in het kader van de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit10 en tevens de reden kunnen zijn geweest voor het feit dat het Combinatieteam Aanpak Facilitators er met gestrekt been inging, niet terugdeinzend voor etnisch profileren.

Behoren de problemen rond de Belastingdienst nu tot het verleden met het ‘opknippen’ van de Belastingdienst? Gevreesd moet worden van niet. De aangebrachte knip roept sowieso vragen op. De afdeling Toeslagen heeft gegevens nodig over inkomen en vermogen, gegevens die beschikbaar zijn bij de heffende Belastingdienst. De dienst Douane heeft zicht op goederenbewegingen, de waarde van goederenbewegingen en zicht op de ‘supply chain’, informatie die ook uitermate relevant is voor de Inspecteurs vennootschapsbelasting die zich met de belastingheffing van internationaal opererende bedrijven bezighouden, waarbij onder andere juistheid van de gehanteerde verrekenprijzen en inzicht in de supply chain cruciaal is. Douane en transfer pricing liggen in elkaars verlengde. Om nog maar te zwijgen over de link tussen Douane en btw. Wie de Douane en de dienst Toeslagen afknipt van de heffende Belastingdienst heeft er in mijn beleving in het geheel niets van begrepen en spant qua naïviteit Joop Wijn, voormalig CDA-kroonprins, naar de kroon. Splitsing leidt per definitie tot afbakenings- en competentieproblemen, stagnatie van wederzijdse uitwisseling van informatie en verminderde efficiëncy.

De opmerking van Hans Vijlbrief dat de Belastingdienst weer saai moet worden, ‘zoals het vroeger was’ doet mij het ergste vrezen.11 De ambitie van Vijlbrief om de Belastingdienst te maken tot ‘de beste dienst ter wereld, net als twintig jaar geleden’, waar mensen met plezier werken, die spreekt zonder meer aan. Maar dat bereik je niet door de Belastingdienst saai te maken. Wie kan er nou met plezier werken in een saaie omgeving? Waar het om gaat, is dat de doelstellingen, taken, verantwoordelijkheden en de ‘chain of command’ helder zijn. En wat ook belangrijk is dat mensen van de Belastingdienst en belastingplichtigen met opmerkingen, klachten of suggesties terecht kunnen bij een onafhankelijk persoon/instituut. Wat dat betreft is het interessant dat in het FD op dezelfde pagina als de pagina waarop de opmerkingen van staatssecretaris Vijlbrief zijn opgenomen een artikel staat onder de titel ‘Inspectie Justitie mogelijk op afstand na rel over beïnvloeding’. De problematiek binnen de Belastingdienst vormt dus kennelijk onderdeel van een veel groter Haags ambtelijk probleem.

In het kader van het parlementaire debat over de Belastingdienst is op 4 december 2019 een motie ingediend door Pieter Omtzigt. In de motie wordt de regering verzocht een voorstel te doen waarbij misstanden binnen de Belastingdienst uit het verleden en heden effectief gemeld kunnen worden bij een onafhankelijke instantie, bereikbaar voor mensen binnen en buiten de Belastingdienst zodat de misstanden opgelost kunnen worden en er passende maatregelen genomen worden bij ernstige misstanden. Deze motie is op 10 december 2019 aangenomen door de Tweede Kamer met 150 stemmen voor en 0 stemmen tegen.12 De motie was mede ondertekend door Bruins (CU), Lodders (VVD) en Van Weyenberg (D66). In aanvulling op deze motie is op 21 januari 2020 een motie ingediend door Renske Leijten waarin onder andere wordt geconstateerd dat uit jarenlang onderzoek blijkt dat medewerkers van de Belastingdienst zich niet gehoord voelen. In de motie wordt de regering verzocht degenen die binnen de Belastingdienst het werk uitvoeren bij de organisatieaanpassing een grote stem te geven. Deze motie is mede ondertekend door Bruins (CU) en Van Weyenberg (D66).13 Deze motie is op 28 januari 2020 door de Tweede Kamer aangenomen.

Wat in de motie van Pieter Omtzigt c.s. uit december 2019 wordt omschreven is in wezen de functieomschrijving van de ‘Inspecteur-Generaal der Belastingen’ waarover ik eerder schreef,14 geïnspireerd op het in Australië bestaande instituut van de Inspector-General of Taxation.15 Tijdens de interviews met fiscale woordvoerders van Kamerfracties die Arthie Schimmel en ik de afgelopen jaren hebben gevoerd bleken vrijwel alle woordvoerders enthousiast over de invoering van dit instituut. Alleen Van Weyenberg was wat afhoudend maar is nu gelet op zijn ondersteuning van de motie van Pieter Omtzigt ook door de bocht.

Beter één Inspecteur-Generaal der Belastingen dan twee staatssecretarissen van Financiën. Ik sluit mij van harte aan bij de oproep van Paul de Haan: Leo Stevens moet ere-Inspecteur-Generaal van Belastingen worden en Hans Gribnau de Inspecteur zelve.16 Saai zal het dan in ieder geval niet worden en ook nog beter dan twintig jaar geleden!

Het momentum is er. De Tweede Kamer moet nu doorpakken.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/4
Judoreg
NFB3029
Publicatiedatum
31 januari 2020

X