Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Fons Overwater is sinds 8 juni 2018 voorzitter van het Register Belastingadviseurs (RB). Het RB is met ruim 7.000 leden de grootste beroepsvereniging van belastingadviseurs. Arthie Schimmel mocht hem interviewen.

‘Het gaat om het cultiveren van elkaar als ketenpartners.’ Toen u lid werd van het Register Belastingadviseurs droomde u er toen van voorzitter te worden?

Helemaal niet. Ten eerste was het RB er toen nog niet. Ik werd lid van de voorganger, de Federatie van Belastingadviseurs. Ik moest van mijn werkgever lid worden. Ik stond er niet bij stil wat de FB allemaal deed. Het hoorde er gewoon bij. Ik was wel het 1500e lid en werd naar Den Haag geroepen om de Giele-bundel in ontvangst te nemen uit de handen van de toenmalige voorzitter Anne Bijvoet en kreeg een interview in het blad van de FB. Naarmate de tijd vorderde en ik meer in beleidsmatige zaken verwikkeld raakte, ging ik me meer verdiepen in de beroepsorganisatie. Binnen Flynth ben ik lang vaktechnisch verantwoordelijk geweest voor de kwaliteit. Als je gaat nadenken over kwaliteitsstandaarden in een sector moet je een referentiekader hebben. De referentiekwaliteit van een belastingadviseur moest mijns inziens overeenkomen met die van een gemiddelde RB’er. Maar het mag ook een tandje meer zijn voor een bepaalde sector, bijvoorbeeld voor de adviseurs van de agrarische sector. Als voorzitter van het RB doe ik hetzelfde: het handhaven van kwaliteit en je afvragen welk kwaliteitsniveau nodig is, onder welke omstandigheden en bij wie.

Hoe kom je erachter dat een belastingadviseur niet de beoogde kwaliteit levert?

Daar kom je niet achter behalve als claims de kranten halen. En dat gebeurt alleen bij grotere kantoren. We treden dan als RB doorgaans niet op. We hebben weleens overwogen een lid te royeren na uiterst dubieuze uitspraken op televisie over het wegstrepen van schulden van dga’s na een zekere periode.

Als leden een geval van witwassen tegenkomen, dan wordt dat bij de FIU gemeld. Dan wordt er tevens afscheid genomen van de klant. Dat doet pijn. Soms gaat het om klanten die je al twintig jaar hebt en dan is er ineens sprake van een valse factuur.

Overigens zijn onze klanten doorgaans erg netjes. Dat blijkt ook uit onderzoeken van de Belastingdienst. De aangiftes die onder horizontaal toezicht (HT) gedaan worden – en veel van onze leden werken onder HT-convenant – zijn met stip de allerbeste, daarna komen met een zeer gering verschil de aangiften die door dezelfde kantoren gedaan zijn, maar die niet onder HT vallen. Overigens zijn de contacten met de Belastingdienst met betrekking tot de leden die onder HT werken goed, want daar functioneert een relatiebeheerder die het contact met de Belastingdienst optimaliseert. Dat zou voor echte fiscaal professionals als de RB-leden de formule over de hele linie moeten zijn.

Leo Stevens zegt in Het Register (april 2020, nr. 2) dat de Belastingdienst en de belastingadviseurs elkaars ketenpartners zouden moeten zijn. Wat vindt u daarvan?

Stevens legt de vinger op de zere plek. De Belastingdienst en het belastingadvieswezen zijn ketenpartners, alleen erkennen we dat onvoldoende van elkaar en ondersteunen we dat ook onvoldoende. Daarin is de laatste jaren een verslechtering opgetreden, hoewel het het afgelopen jaar niet verslechterd lijkt te zijn mede omdat we door de fiscale coronamaatregelen elkaar harder dan ooit nodig hebben. De verslechtering is sinds een jaar of tien opgetreden. Het zal uiteraard ook persoons-, regio- of inspectieafhankelijk zijn. Maar het belangrijkste is het sluiten van veel vestigingen van de Belastingdienst. Vroeger had je in elk stadje een belastingkantoor en de plaatselijke belastingadviseur was daar kind aan huis. Er is nu ook drempelonvriendelijkheid bij de Belastingdienst, je moet lang van tevoren een afspraak maken, je moet door een sluis, je moet je legitimeren, niet alleen bij binnenkomst maar ook in het gesprek wordt naar de machtiging gevraagd, terwijl er al meerdere mails gewisseld zijn. Tien of vijftien jaar geleden liep je gewoon bij elkaar binnen, dat is nu niet meer. Je krijgt de mobiele nummers en mailadressen van de collega’s van de Belastingdienst ook niet meer zo gemakkelijk. Overigens is het goed om ook de hand in eigen boezem te steken. Zo gingen sommige belastingadviseurs collega’s van de Belastingdienst zien als tegenstander. Dan zijn de verhoudingen al snel verstoord. En als je dan op hetzelfde kantoor werkt als die ene vijandige belastingadviseur dan hebben alle fiscalisten die daar werken er last van. Daarover moeten met de Belastingdienst afspraken gemaakt worden, maar ook met de belastingadviseurs: ga elkaar bijvoorbeeld niet op woorden vangen en begrijp elkaars rol in de keten. Kortom het gaat om het cultiveren van elkaar als ketenpartners.

De koepels zien elkaar ook in het Becon-overleg met de Belastingdienst. We hebben het Becon-overleg geprofessionaliseerd in die zin dat we vier keer per jaar operationeel overleg hebben over wat er in de ketens fout gaat (de hickups in de praktijk). En twee keer per jaar hebben we strategisch overleg. Dan gaat het over samenwerking tussen de Belastingdienst en het belastingadvieswezen en wat daaraan in beleidsmatige zin verbeterd kan worden.

Een jaar of twintig geleden was het min of meer standaard dat Inspecteurs overstapten naar de private sector. Tegenwoordig lijkt een tegenovergestelde beweging gaande: (ervaren) belastingadviseurs stappen over naar de Belastingdienst. Hoe kijkt u tegen deze beweging aan?

Dat belastingadviseurs overstappen naar de Belastingdienst is al een jaartje of vier aan de gang. Dat juich ik alleen maar toe. Het is goed dat men elkaar ook op deze manier leert kennen. Het zijn oude modellen dat je de Belastingdienst ziet als je tegenstander en omgekeerd ook. Het zou niet uit moeten maken of je bij de Belastingdienst werkt of als belastingadviseur. De belastingadviseur doet al heel veel werk voor de Belastingdienst. De rijksbegroting is € 270 miljard waarvan € 240 miljard binnenkomt als afdrachtsbelasting zoals omzetbelasting en loonheffingen waarvoor de Belastingdienst vrijwel niets hoeft te doen.

Register Belastingadviseurs en Bureau Financieel Toezicht hebben hun toetsingsarrangement begin dit jaar hernieuwd. Op de site van het BFT staat dat het RB één van de twee beroepsorganisaties is die een arrangement met het BFT heeft. Wat betekent dit in de praktijk?

Dit heeft al een langere voorgeschiedenis. Het idee was dat op basis van de beperkte capaciteit van het BFT de toezichtstaken geprivatiseerd worden aan de mensen die daartoe via de koepels – zoals het RB – geëquipeerd zijn. Het RB draagt zelf zorg voor de naleving van de verplichtingen van haar leden op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Met het BFT is een quotum van vijftig reviews per jaar afgesproken door mensen van het RB die daarvoor door het BFT opgeleid worden. Het toetsingsarrangement uit 2015 had een looptijd van vier jaar en moest in 2019 vernieuwd worden. Dat pas in 2020 het hernieuwde arrangement gesloten kon worden kwam door de AVG. Reden voor vertraging was het antwoord op de vraag of mensen van ons in de dossiers van andere leden van het RB mochten kijken en daarmee de persoonsgegevens van klanten onder ogen mochten krijgen. Eenduidigheid is er nog niet, maar via bepaalde protocollen kunnen de eerste reviews eind oktober toch al plaatsvinden. In het arrangement zijn afspraken geformuleerd rondom sancties en meldingsplicht richting het BFT.

In een interview in het Register (juni 2020, nr. 3) blijkt dat u en de voorzitters van SRA, NOAB en Novaa samen een vuist willen maken. Welke onderwerpen lenen zich volgens u om een vuist voor te maken? En hoe zit het met de samenwerking met de NOB?

We hebben veel samen gedaan met de SRA, NOAB en Novaa met betrekking tot het aanleveren en uitwerken van ideeën voor fiscale coronamaatregelen. Vanaf 15 maart is de helft van de RB-medewerkers met de fiscale maatregelen inzake corona bezig. Er is heel veel telefonische interactie met leden en de bevindingen van onze leden kanaliseren we naar de wetgever. Dat heeft heel goed gewerkt. Je zal maar horeca-ondernemer zijn en het uitstel van belastingen loopt tot oktober. Maak voor de getroffen sectoren een generieke maatregel en niet een waarbij je moet aantonen dat het slecht gaat, terwijl dat op voorhand duidelijk is.

De relatie met de NOB is uitstekend. De huidige voorzitter van de NOB is zich – meer dan zijn voorganger – ervan bewust dat zijn ledenbestand voor ongeveer een derde uit adviseurs voor het mkb bestaat. Dat zorgt ervoor dat het RB en de NOB meer gezamenlijk optrekken zoals afstemming bij internetconsultaties over wetsvoorstellen. Dat is alleen maar goed omdat de NOB net als het RB een kwalitatief hoogwaardige beroepsvereniging van fiscalisten is. Kamerfracties pikken uit de internetconsultatie wat in hun straatje past. Overigens blijkt tot nu toe dat internetconsultaties bijna nooit leiden tot wijzigingen die wij belangrijk voor het mkb vinden. Eigenwijsheid volgens mij.

Staat het mkb scherp op het netvlies van de Tweede Kamer?

Vooral in verkiezingstijd. We zijn als kantoor nu in Den Haag neergestreken omdat we meer willen lobbyen in het fiscale domein voor het mkb. Zo wordt er de laatste jaren in fiscale wetgeving onvoldoende rekening gehouden met het mkb. De wetgeving richt zich op multinationale ondernemingen (in het kader van belastingontwijking). De wetgeving en de daaruit voortvloeiende verplichtingen ontzien het mkb niet en zijn daarvoor onevenredig zwaar.

Ook heb ik contact met Henk Nijboer naar aanleiding van de schriftelijke vragen die hij gesteld heeft over 150 ongeorganiseerde belastingadviseurs die verkeerde aangiften indienden of zich bedienden van malafide praktijken waarvan 11.000 mensen slachtoffer zijn. Deze ongeorganiseerden hebben wel een beconnummer, waardoor de slachtoffers dachten dat deze belastingadviseurs ‘door de overheid goedgekeurd’ waren. Het idee van Nijboer is om aan het beconnummer minimale kwaliteitseisen te stellen. Het RB wil daarover meedenken.

Wij zijn niet a priori tegen een wettelijke regulering van het beroep van belastingadviseur, behalve als dit tot extra bureaucratie voor onze leden leidt. Wij zijn een beroepsvereniging die zijn zaakjes goed geregeld heeft met toelatingseisen op het gebied van integriteit en opleiding, met permanente educatie (permanente kwaliteit), tuchtrecht, verplichte verzekering voor aansprakelijkheid, met gedragsregels. Focus je dan als wetgever op de nog 10.000 ongeorganiseerden. Het model dat Engeland gebruikt, zou hier als voorbeeld kunnen dienen.

Van Snels (GroenLinks) vind ik zijn laatste wetsvoorstel (exitheffing bij verplaatsing hoofdkantoor) buitengewoon slim, creatief en evenwichtig. Een ab-houder en eigenlijk iedere ondernemer moet ook afrekenen als hij naar het buitenland emigreert. Het evenwichtige ervan is dat het wetsvoorstel alleen betrekking heeft op bedrijven zoals Unilever en Shell die hun hoofdkantoor puur om fiscale redenen naar een buitenland zonder dividendbelasting willen verplaatsen. Als Unilever zijn hoofdkantoor zou verplaatsen naar bijvoorbeeld Duitsland, is er niets aan de hand. Het ligt er zo duimendik bovenop dat Unilever dit alleen maar doet om belasting te ontwijken. Dat deugt niet meer anno 2020 en moet bestreden worden.

Zou u er een voorstander van zijn als Nederland in navolging van Australië het instituut van de Inspector General of Taxation zou invoeren?

Ik zie de meerwaarde in de bestaande context niet. Het is niet iets waar onze leden iets aan zouden hebben. De taken van zo’n IGT zijn al belegd bij bepaalde functionarissen. Als die niet opgewassen zijn voor die taken, moet je die vervangen door betere functionarissen.

Ik ben ook niet voor een aparte minister voor Belastingen. Ik zie niet hoe een minister iets kan toevoegen aan hetgeen nu door de staatssecretaris voor Financiën zou moeten worden gedaan.

Wat de toeslagaffaire betreft, is die wat mij betreft terug te voeren op de politiek, die niet alleen een zeer fraudegevoelig systeem van toeslagen heeft opgetuigd, maar ook naar aanleiding van de Bulgarenaffaire een keiharde aanpak wilde, waarna de Belastingdienst wellicht iets te ver is doorgeslagen.

U bent nu twee jaar voorzitter van het RB. Wat zijn uw wapenfeiten tot nu toe?

Als voorzitter spring je op een rijdende trein.

Ik ben doorgegaan met het toekomstbestendig maken van het beroep van belastingadviseur, zowel in het PE-beleid, het verbeteren van het onderwijs en extensies als ethiek, ICT.

We zijn dit jaar verhuisd naar Den Haag, waar we in het centrum van het fiscale domein zitten met een nieuwe directie en een nieuwe afdeling public affairs.

Een ander wapenfeit is dat we tot nu toe de coronatijd goed doorgekomen zijn.

Ik noem ook onze bijdragen aan de fiscale coronamaatregelen en internetconsultaties die gewoon doorgingen.

Nu gaan we aan de slag om een rechtsvormneutrale winstbelasting onder de politieke aandacht te brengen, evenals mogelijke voorstellen voor verandering van box 3. We hebben een enquête onder de leden over box 3 gehouden waarvan de resultaten binnenkort bekend worden gemaakt.

Verder hebben we het boekje van de hand van prof. dr. Leo Stevens met de titel ‘Nieuwe dynamiek in het fiscale mkb-beleid’ aan de staatssecretaris van Financiën aangeboden en ook toegestuurd aan de voorzitters van de verkiezingsprogrammacommissies van alle politieke partijen met een uitnodiging om met ons in gesprek te gaan.

Het RB wil een positie veroveren vooraan in het proces van wetgeving en niet pas in het stadium van internetconsultatie. Zoals grote bedrijven blijkbaar ook vooraf en rechtstreeks in gesprek met Rutte kunnen gaan.

Indien het mogelijk zou zijn om terug in de tijd te reizen, zou u dan met de kennis van nu opnieuw voor een fiscale opleiding kiezen?

Deze vraag leverde me de meeste kopzorgen op. Ik heb eind zeventiger jaren van de vorige eeuw fiscaal recht gekozen uit armoede, in die zin dat het toen een tijd van grote werkloosheid onder academici was en ik niet werkloos wilde worden. Anders had ik gekozen voor archeologie. Als ik toen geweten had dat in de negentiger jaren van de vorige eeuw een tekort aan archeologen zou ontstaan, omdat bij bouwprogramma’s archeologen betrokken moesten worden, was het wellicht anders gelopen.

Achteraf gesproken vond ik de studie niet zo geweldig, maar de praktijk is daarentegen wel heel erg leuk! Je voegt iets toe aan ondernemend Nederland en je kunt je creativiteit maximaal kwijt! Dus met de wetenschap achteraf zou ik nu wel opnieuw voor een fiscale opleiding kiezen.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Arthie Schimmel
Zelfstandig fiscaal journalist
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/28
Judoreg
NFB3674
Publicatiedatum
10 september 2020

X