Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(4)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur
  • Recent(1)

De ex-partner van X (belanghebbende) is volledig juridisch eigenaar van een woning waarin zij hebben samengewoond. X en de ex-partner zijn op 14 augustus 2012 een notarieel samenlevingscontract aangegaan. Op 19 december 2015 heeft X de woning verlaten en is het notarieel samenlevingscontract ontbonden.


De woning is gefinancierd met drie hypothecaire leningen. Lening 1 is aangegaan op 1 april 2007 op naam van de ex-partner. Leningen 2 en 3 zijn in verband met een verbouwing aangegaan op 1 september 2011 op naam van zowel X als de ex-partner. De ex-partner heeft de woning op 22 maart 2017 verkocht aan een derde. De verkoopopbrengst is besteed aan de aflossing van de hiervoor bedoelde hypothecaire geldleningen. De restschuld bedroeg € 44.463,17. Ter voldoening van de restschuld heeft X een bedrag van € 38.860,13 aan de bank voldaan.


In geschil is of X voor het jaar 2015 recht heeft op aftrek van € 2.122 financieringskosten ter zake van de woning. X stelt dat hij de kosten heeft gemaakt voor de financieringsaanvraag van leningen 2 en 3 van € 120.000. Hij heeft het bedrag weliswaar betaald, maar heeft de factuur waaruit zou blijken dat dit bedrag ziet op financieringskosten van de woning niet kunnen overleggen. Hof Arnhem-Leeuwarden staat de aftrek daarom niet toe.


Verder is in geschil of X voor het jaar 2016 recht heeft op aftrek van hypotheekrente.


Het Hof oordeelt dat X aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor 38% economisch mede-eigenaar van de woning is geworden. X heeft vanaf 2011 met de nieuwe leningen voor 38% in de financiering van de woning bijgedragen. Dat de ex-partner in haar aangifte IB/PVV 2016 de volledige hypotheekrente heeft afgetrokken, waaronder ook het gedeelte dat is betaald door X, doet hieraan niet af. X heeft ook geloofwaardig verklaard dat hij als hoofdelijk aansprakelijk schuldenaar door de bank is aangesproken voor de hypothecaire geldleningen van € 120.000, die na verkoop gedeeltelijk niet konden worden afgelost.


Nu sprake was van 38% economische mede-eigendom van de woning, en de waardeveranderingen X voor dat gedeelte volledig aangingen, is artikel 3.111, lid 4, Wet IB 2001 van toepassing, zodat de door hem in 2016 betaalde hypotheekrente aftrekbaar is.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2015-2016
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
19 oktober 2021
Rolnummer
20/00988;20/00989
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:9804
NLF-nummer
NLF 2021/2078
Aflevering
4 november 2021
bwbr0011353&artikel=3.111&lid=4

X