Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(229)
  • Commentaar NLFiscaal(10)
  • Literatuur(1)
  • Recent(7)

X (belanghebbende) stelt in deze procedure dat hij in de belastingjaren 2015 tot en met 2018 recht heeft op een aftrekpost van € 6.000 per jaar als specifieke zorgkosten voor uitgaven wegens de aanschaf van cannabis bij coffeeshops.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de door X gestelde uitgaven voor de cannabis niet als specifieke zorgkosten in aftrek komen. Reden hiervoor is ten eerste dat een doktersvoorschrift ontbreekt waaruit blijkt dat X in voornoemde jaren op voorschrift van een arts cannabis kreeg voorgeschreven. De door X overgelegde verklaring van de huisarts, waarin staat vermeld dat X sinds 2014 dagelijks twee gram cannabis gebruikt, is achteraf opgesteld en kan niet worden gelijkgesteld met een doktersvoorschrift uit de jaren 2015 tot en met 2018. Ten tweede heeft X van de door hem bij de coffeeshops gekochte cannabis in het geheel geen betalingsbewijzen overgelegd.

De Rechtbank acht mede van belang dat X gelet op de hoogte van zijn verzamelinkomen in voornoemde jaren in combinatie met de normale uitgaven van levensonderhoud in redelijkheid niet in staat kan worden geacht om ieder jaar € 6.000 aan cannabis te besteden. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij voor de aanschaf van de cannabis geld heeft geleend van familieleden.

Ook ten aanzien van de door X bepleite hogere aftrek voor aan X voorgeschreven diëten is het beroep ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014-2018
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
2 december 2021
Rolnummer
21/2141; 21/2142; 21/2143; 21/2144; 21/1662
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:12399
bwbr0011353&artikel=6.17

X