Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

X (belanghebbende) is een Aruba Vrijgestelde Vennootschap (AVV). Dit houdt in, kort gezegd, dat over de behaalde fiscale winst geen winstbelasting is verschuldigd als aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan (een objectvrijstelling).

Alle aandelen in X zijn in handen van een natuurlijk persoon die in Brazilië woont. Haar algemene vergadering heeft op 31 december 2013 besloten om X te ontbinden. De liquidatie van haar vermogen is op 14 april 2014 beëindigd.

X had vanaf 2008 een vordering in rekening-courant van $250.000 op haar aandeelhouder. In juni 2012 heeft zij $300.000 in rekening-courant aan haar aandeelhouder verstrekt met als aanduiding ‘investment’. In december 2012 heeft zij nog eens $150.000 op die rekening aan haar aandeelhouder verstrekt met als aanduiding ‘investment purpose’. Zij heeft haar aandeelhouder geen rente in rekening gebracht over het saldo op de rekening-courant. De aandeelhouder heeft evenmin zekerheden gesteld en er was geen aflossingsschema.

Aan X is op 30 april 2017 een aanslag winstbelasting over het jaar 2012 opgelegd naar een belastbare winst van Afl. 1.773.800 en een te betalen bedrag van Afl. 496.664. Haar bezwaar daartegen is door de Inspecteur bij uitspraak van 31 oktober 2018 afgewezen.

X meent dat haar winst is vrijgesteld. De Inspecteur daarentegen meent dat zij niet aan de voorwaarden voor de objectvrijstelling voldoet.

Het GHvJ heeft de Inspecteur in het gelijk gesteld. Renteloos geld uitlenen is geen ‘beleggen’ omdat daarvan rendement noch waardestijging valt te verwachten.

X heeft tegen dit oordeel met drie middelen cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad verklaart het cassatieberoep met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO ongegrond.

Conform Conclusie A-G Wattel (NLF 2023/0996, met noot van Lopez Ramirez).

Metadata

Rubriek(en)
Heffingen Caribisch Koninkrijk
Belastingtijdvak
2012
Instantie
HR
Datum instantie
12 mei 2023
Rolnummer
21/02603
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:690
Auteur(s)
mr. J. Adeler
Ministerie van Financiën
NLF-nummer
NLF 2023/1171
Aflevering
25 mei 2023
Judoregnummer
JCDI:NFB5782

Naar de bovenkant van de pagina