Direct naar content gaan

Politieke column

Je zult het lage vpb-tarief maar zijn. Zo duikel je vanaf de 20% (2018) in enkele jaren naar de begane grond van de vennootschapsbelasting. Eenmaal aangekomen op deze internationaal als ondergrens fungerende 15% (2021) schiet je vanaf 2023 in etappes weer enkele verdiepingen omhoog naar 19%. Ook de schijfgrens van € 200.000 pingpongde met een tussenstap even vrolijk mee naar bijna het dubbele (2022) om weer terug te keren naar die 2 ton. Verzuchtend rijzen de vragen. Welke pipo drukt steeds lukraak op het liftknopje? Gaan we ook nog ergens heen?

Nog zoiets. Ooit is het lage vpb-tarief tot mkb-tarief gebombardeerd. Voor die doelgroep is het niet echt in het leven geroepen, laat staan dat het daarop is afgesteld. Nu blijkt het een desastreus etiket, want de conclusie luidt dat het lage vpb-tarief ongericht is en dat er voor het stimuleren van het mkb betere instrumenten zijn. Tsja. Zouden de huidige beleidsmakers nog weten van het tariefstapje in de jaren negentig van de vorige eeuw dat juist hoger was dan het algemene vpb-tarief? Toen noemde niemand het mkb-boete.

De met ingang van 2019 doorgevoerde tariefverlaging en latere verruiming van de schijfgrens zijn enerzijds gefinancierd door grondslagverbreding. Anderzijds was de financiering een door de VVD afgedwongen bestemming voor het vrijvallende budget van het niet doorgaan van het afschaffen van de dividendbelasting. Dat deze belastingverlaging nu wordt teruggedraaid, terwijl het de grootste coalitiepartij ogenschijnlijk geen ander eigen stokpaardje oplevert, is in politieke zin een aderlating. Dat kun je als een politieke verlieswedstrijd zien. Evengoed is het winst dat partijpolitieke stokpaardjes op stal blijven, zodat ze een evenwichtig belastingbeleid niet in de weg zitten.

Maar draagt de voorgenomen lift van het lage vpb-tarief wel bij aan een evenwichtig belastingbeleid? Steen des aanstoots is het omvangrijke vermogen van maar liefst € 400 miljard dat dga’s in vennootschappen hebben zitten. Beleidsmakers en politici zijn er nog steeds helemaal ondersteboven van en willen actie. In het verlengde wordt gewezen op een recente ambtelijke studie over vermogensverdeling, waarin onder andere afschaffing van het lage vpb-tarief als beleidsrichting wordt voorgesteld. Het moet allemaal de indruk wekken alsof het dus volstrekt logisch is dat de vpb-lift weer omhooggaat.

Mij bekruipt daarentegen juist het gevoel dat probleem en oplossing niet helemaal aansluiten. Het lage vpb-tarief enkele procentpunten verhogen gaat nieuwe vermogensvorming in vennootschappen door dga’s nauwelijks een halt toeroepen (en het verder verhogen van box 2 – ook zo’n veel geopperde beleidsrichting – natuurlijk ook niet). Wat is een alternatief?

Door het lage vpb-tarief bijvoorbeeld te koppelen aan een uitkeerplicht voor winsten – zeg maar op de leest van de doorstootverplichting – ontstaat een fiscale stimulans voor dga’s om overwinsten uit de vennootschap te halen (helemaal als box 2 dit effect meer dan nu accommodeert). Winsten die in de vennootschap blijven en kennelijk bedoeld zijn als ondernemingsvermogen worden dan volledig belast tegen het algemene vpb-tarief. Op deze manier zet je de vpb-tariefstructuur in voor bestrijding van het (kennelijk) onwenselijk parkeren van vermogensoverschot in vennootschappen. Aan dit voorstel zitten vast nog technische haken, die nadere uitwerking behoeven. Mij gaat het erom een beleidsrichting aan te laten sluiten bij het beleidsdoel. 

Als er geld nodig is, is het verhogen van een vpb-tarief een volstrekt legitieme maatregel. Ergens moet de rekening worden neergelegd voor de gewenste koopkrachtreparatie, en zo werkt de democratie. Deze lezing kan ik dan ook goed volgen. De motivering dat verhoging van het lage vpb-tarief een vermogensprobleem rondom dga’s adresseert, volg ik echter niet. Een aantrekkelijk laag vpb-tarief met een gekoppelde uitkeerplicht voor winsten doet dat volgens mij wel. Maar ja, wie houdt de lift nu nog tegen?

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/30
Publicatiedatum
6 september 2022
bwbr0002672&artikel=22

Naar de bovenkant van de pagina