Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

In memoriam Wouter Huibregtsen.

‘Twee weken geleden kwam het systeemplafond bij café Van Wou op een zaterdagnacht onverwachts naar beneden.’1

Mickey

Vorige week kreeg ik bericht dat Wouter Huibregtsen overleden was. Ik mocht Mickey zeggen. Beiden werkten wij eind 2000 als of counsel voor PwC; hij op een iets rijper niveau dan ik. Ik hield me als oud-partner bezig met initiatieven op het gebied van maatschappelijk ondernemen; Mickey gaf, als oud-McKinsey-topman, organisatieadvies aan PwC. Daartegenover steunde PwC zijn initiatieven als De Publieke Zaak en de Slinger. 

Mickey verbaasde zich om de enorme hoeveelheid declarabele uren die PwC’ers maakten. Hij zei altijd dat een partner bij McKinsey met een dergelijke chargeability op het matje bij de board werd geroepen en moest aantonen dat hij met de juiste dingen bezig was. Hij probeerde ‘ons soort organisaties’ strategisch besef bij te brengen en dat viel niet mee. Wij kwamen toentertijd niet veel verder dan ‘profit is always on strategy’ gevolgd door affirmatieve oerwoudkreten. Aan Mickey lag het niet. Hij hield met bewonderenswaardige energie en inzet bijeenkomsten met PwC-partners. Zijn analyses van hoe en wat wij deden, waren onovertroffen. Maar uiteindelijk kon zelfs hij de sleutel tot verandering – het integrale beoordelingsproces (inclusief beloning), naar Mickey ’s overtuiging – niet veranderen. Hij was dol op analyseren en stond altijd ‘aan’. Zelfs toen hij met acute leukemie voor zijn leven vocht, dreef hij de gespecialiseerde ziekenhuisafdelingen in Amsterdam, Leiden en Rotterdam tot wanhoop omdat hij onvermoeibaar zijn analyses en aanbevelingen over hen uitstortte. Het kon allemaal veel sneller, goedkoper en efficiënter in het betreffende ziekenhuis, sprak Mickey hen steevast toe, want enz. enz. Zijn eigen ziekte leek hem niet in het minst te deren. (Voordat ik iets kon zeggen, vroeg hij vanuit het ziekbed altijd: hoe is het met je migraine?) The world according to Mickey. 

Een van zijn grote helden was de Amerikaanse revolutionair Thomas Paine (1737-1809) wiens motto was: ‘We have it in our power to begin the world over again.’ Het was het motto van Mickey’s essay Rebuilding Society from the Ground up: Corporations and Citizens as a Source of Inspiration for Society (2018). Om een saluut aan deze wereldverbeteraar in hart en nieren te brengen, ga ik hem in deze opinie postuum tegenspreken. (Tijdens zijn leven  – jaren geleden – zijn we deze discussie al begonnen.) 

Absoluut nulpunt 

Het idee om op ‘nul’ te beginnen en van daaruit de wereld compleet opnieuw op te bouwen, heb ik altijd een romantische rariteit gevonden. Iets nieuws beginnen binnen de bestaande wereld, iets vanuit het niets creëren, dat kan en dat is – naar analogie van de kerstgedachte – al een wonder van Godmenselijk vernuft, maar het verleden, het bestaande negeren? Dat ken nie. Als denkoefening interessant, maar gaat in de realiteit des levens niet op. 

In die zin ook Marjolein Februari, in nota bene een bijdrage aan de mede door Mickey geredigeerde bundel De Publieke Zaak (Uitgeverij Atlas, 2009). Februari meent dat je je moet realiseren: ‘(...) dat openheid ook gebaat is bij duidelijkheid, (…) bij een voortbouwen op het bestaande’. In diezelfde bundel beweert een nog jonge Mark Rutte in zijn bijdrage dat hij het huidige onbehagen van de burger begrijpt. Jaja. 

Ik voel meer voor de realistische, pragmatische loodgietersbenadering van Duflo en Banerjee: ‘We are more like plumbers; we solve problems with a combination of intuition grounded in science, some guesswork aided by experience, and a bunch of pure trial and error.’2

Neem de belastinghervorming in Nederland. In mei 2020 kwamen de bouwstenen voor een nieuw fiscaal gebouw naar boven, nu de Wet IB 2001 inmiddels verworden is tot een onnavolgbaar spiegelpaleis. De beleidsmakers ‘staan voor de opgave om het belastingstelsel dat onder druk staat aan te passen, zodat het (...) uitdagingen aan kan gaan en tegelijk het stelsel eenvoudig en uitvoerbaar te houden.’3  

Belastingretoriek

En – zo stelt van Rij in zijn brief van 3 juni jl. (fiscale beleids- en uitvoeringsagenda) – ‘de fiscaliteit is een weerspiegeling van de maatschappij. Zij laat ons zien wat wij belangrijk vinden en waar we graag naar toe willen.’ Dan geef ik toch de voorkeur aan de meer bevlogen formulering met eenzelfde strekking van de schrijver Foster Wallace in zijn onvoltooide roman De bleke koning over de IRS: ‘Als je weet hoe iemand over belastingen denkt, kun je daaruit zijn hele levensbeschouwing afleiden. Weet je eenmaal hoe de fiscale wetgeving werkt, dan belichaamt die de essentie van het menselijk leven: hebzucht, politiek, macht, goedheid, vrijgevigheid.’4

In een bijlage bij genoemde 3 juni-brief (beleidsprioriteiten) gaan de bewindslieden helemaal los: ‘Belastingen zijn de prijs die we betalen voor beschaving.’ En – zo vervolgt men dreigend maar wel gezellig van toon – daar moet iedereen zijn steentje aan bijdragen. Een fraai staaltje lulligheid. Van iemand die naar verluidt iedere dag begint met gedichten van Horatius (Marnix van Rij dus) had ik meer stilistisch en inhoudelijk vuurwerk verwacht. Waarom niet een regel van Horatius geleend: ‘Morgen zullen we over het immense zeeoppervlak gaan?’  

Op deze plaats hoef ik niet de onvolkomenheden van de belastingwet op te sommen. Een litanie van onhoudbare rendementsficties, merkwaardige marginale lasten bij ‘meerarbeid’, opvallende complexiteiten en een box 2 die als pretbox bekend staat en, zo bleek bij verrassing, klaarblijkelijk € 200 miljard hoger uitkomt dan iedereen aannam.   

Bijkomend probleem is dat – ik haal Leo Stevens aan – de wetenschap er niet in geslaagd is een voor de belastingheffing bruikbaar inkomensbegrip te definiëren.5 Nog een probleem is dat een responsieve uitvoering van wet- en regelgeving (het inmiddels innig omarmde en nog net niet bepotelde burgerperspectief) een veel prominentere plaats moet krijgen in het politiek-administratieve proces. De te bouwen fiscale kathedraal zou voorts (weer een probleem!) mede de verantwoordelijkheid zijn van een dienst die door alle affaires, ICT-problemen, schandalen, strafvervolgingen, cultuurrapportages, diffuus leiderschap en verder politiek incidentenwerk, zwaar gedemotiveerd moet zijn. 

Hervorming en nulpunten

Zeker bij een belastinghervorming begint iedere beroepspoliticus en topambtenaar vanwege het enorme politieke risico niet op nul maar op min tien of misschien wel op min tientallen miljarden als – in een worstcasescenario - de compensaties voor box 3 – en toeslaggedupeerden worden meegeteld. Met de inbreng vanuit de Kamer en de maatschappij, leidt dit problematische mengsel tot een ‘milde vorm van krankzinnigheid’ (zo leen ik de woorden van belastingkroniekschrijver Rens Pieterse; de fiscale kroniekschrijver in het NJB, in casu die van 2015. Lees die kroniek!) Voor de wetenschap is hervorming een vrolijk makend en noodzakelijk werkterrein. Economen slaan van de weeromstuit eensgezind de hand aan de ploeg met als gevolg: de bundel Ontwerp voor een beter belastingstelsel.6 Overigens mede gefinancierd door het ministerie van Financiën. Wij fiscalisten hebben onder andere de Titaanse oerkrachten van Leo Stevens waar wij ons academisch geborgen kunnen weten; zie voor een eerste blauwdruk voor met name het kabinet-Rutte III: WFR 2017/101 en – met Caminada – de hiervoor vermelde update in 2021.

Internationaal speelveld

We rollen van de ene wereldcrisis in de andere en het zou Nederland sieren als het in dit kader naast oog en oor voor binnenlands onbehagen, aandacht vraagt voor zeg: ‘the ongoing suffering of peoples all over the world despite the presence of vast wealth, much of which derives from cooperation among nations, which has allowed global investment to multiply over the past century’.7 In al die beleidsprioriteiten – van maatschappelijke verantwoordelijkheid, ethiek via menselijke maat tot klimaat en complexiteit – mis ik fundamentele bespiegelingen over de internationale fiscale positie. Vooraanstaand fiscalist Yariv Brauner vindt de viering van de OECD 2 Pillar agreement (nexusuitbreiding en minimum tax) ‘premature, misplaced, and disingenuous’. Oftewel volstrekt ongepast. En hij concludeert dat de ontwikkelingslanden weer eens in de steek gelaten zijn, zweert de multilaterale oplossingen af en schaart zich openlijk achter Tsilly Dagan’s perspectief van gereguleerde (belasting)competitie.8

A taxing issue

Over de samenhang tussen belastingen en ontwikkelingswerk en de ondersteuning daarvan door Nederland in de periode 2012-2020, heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoek laten doen waarvan het verslag eind 2021 het licht zag.9

Een uniek zelfonderzoek waaraan zelfs tot in de VS aandacht werd besteed.10 Iets om trots op te zijn! Op het onderzoek zelf en uitkomsten, en de verhouding tot de 2030 Agenda voor sustainable development komen Gitte Heij (Stichting Capabuild) en ik later dit jaar separaat terug in een artikel met naar wij hopen opbouwende kritiek. Voor nu zou ik willen volstaan met het volgende. De strijd tegen kunstmatige belastingontwijking en doorstromers in Nederland is zo langzamerhand wel op stoom gekomen, denk ik, en Nederland benadrukt terecht haar voortrekkersrol in deze strijd. Die Hollandse ommekeer (van mondiale schakelhub naar nieuw fiscaal Jeruzalem) vertoont trekken van een bekering vergelijkbaar met die van apostel Paulus op weg naar Damascus (Bijbelboek Handelingen, vers 9.)  De reputatie in het buitenland van Nederland als belastingparadijs verdwijnt een stuk langzamer. 

Wat zeker nog niet op stoom is en eveneens betrokken in het hiervoor genoemde zelfonderzoek, is ambtelijk gezegd, de structurele capaciteitsopbouw voor goed belastingbeleid en goede belastinginning in ontwikkelingslanden. Oftewel: training, coaching en technische assistentie. Er is een veelheid aan platforms, instituten, instituten van platforms en platforms van instituten maar die leiden tot een verbrokkeld veld waarin aandacht en coördinatie ver te zoeken zijn. De geïnteresseerde lezer verwijs ik naar de recente Open Access-uitgave: Taxation, International Cooperation and the 2030 Sustainable Development Agenda.11 Voorts blijkt meer dan eens dat de invloed van de OESO op de trainingsagenda voor ontwikkelingslanden buiten proportie is en voor veel van die landen geen enkel direct voordeel heeft. Bij tax capacity building zijn er wat mij betreft de volgende kernvragen: wat levert het een ontwikkelingsland als Malawi op en waar heeft het (wel) behoefte aan? Mickey zou zijn vingers erbij afgelikt hebben: building from the ground up...? 

Aan ’t graf hield verder iedereen zijn mond.
Men trad vooruit en schouwde critisch hoe
de fitter langzaam wegzonk in de grond,
als om hem nog op fouten te betrappen,
nu hij zijn laatste gat had op te knappen.
Hij rust in God. De aarde dekt hem toe.
12
Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2022/22
Judoreg
NFB5069
Publicatiedatum
20 juni 2022

X