Direct naar content gaan
}

Gerelateerde content

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft een aangifte IB voor het jaar 2018 ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.494. In de aangifte verzoekt hij om een aftrek elders belast inkomen vanwege doorgeschoven vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning uit een eerder jaar van € 13.218.

De Inspecteur heeft de aanslag IB 2018 vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.494. Daarbij is geen aftrek elders belast inkomen verleend. Verder heeft de Inspecteur X voor het jaar 2018 vrijgesteld van de PVV.

Ter zitting van Rechtbank Zeeland-West-Brabant is namens X het standpunt ingenomen dat het heffingsrecht over het inkomen uit werk en woning in 2018 is toegewezen aan België. De Rechtbank is met de Inspecteur van oordeel dat het nieuwe standpunt tardief is bijgebracht. Hij had die stelling veel eerder kunnen innemen.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft X in 2018 geen recht op een aftrek elders belast inkomen. Er is geen bedrag aan doorgeschoven vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning uit een eerder jaar bij beschikking vastgesteld dat in 2018 kan worden verrekend. De aanslag IB 2018 is niet te hoog vastgesteld.

Het beroep is ongegrond.

Metadata

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
7 september 2023
Rolnummer
22/2338
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:6330
NLF-nummer
NLF 2023/2657
Aflevering
23 november 2023
bwbr0012095&artikel=11,bwbr0012095&artikel=11

Naar de bovenkant van de pagina