Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

In de fiscale beleidsagenda van staatssecretaris Snel zoekt men tevergeefs naar opmerkingen over de erf- en schenkbelasting. Dat is opvallend omdat er tegenwoordig veel aandacht is voor de alsmaar groeiende kloof tussen arm en rijk. Fred van Horzen gaat in deze opinie in op een aantal recente publicaties rond de thema’s ongelijkheid en death taxes.

Op 23 januari dit jaar bepleitte Leo Stevens in het FD de afschaffing van de erf- en schenkbelasting in plaats van afschaffing van de dividendbelasting. Dat was volgens hem een uitdagend alternatief. De erf- en schenkbelasting is volgens hem veel te complex en is vervuild door allerlei regelingen. Met zijn pleidooi voor afschaffing trad Stevens in het voetspoor van Jaap Zwemmer die eind 2016 ook al de tijd rijp achtte voor afschaffing.1 Snel reageerde op deze pleidooien met doodse stilte. In zijn op 23 februari jl. gepresenteerde fiscale beleidsagenda wordt met geen woord gerept over de erf- en schenkbelasting. De roep om afschaffing van de erfbelasting staat ook enigszins haaks op internationale opvattingen over de rol die death taxes kunnen spelen bij het verkleinen van de wereldwijd toenemende kloof tussen arm en rijk. Over de kloof tussen arm en rijk berichtte The Guardian op 7 april jl. dat op basis van de huidige ontwikkelingen de rijkste 1% van de wereldbevolking in 2030 twee derde van al het wereldwijde vermogen zal bezitten, een boodschap die ook bij Tory MP’s hard aankwam.2

The Economist, Branko Milanovic en de OECD

De omslag van The Economist van eind november 2017 bevatte de vetgedrukte kop ‘The case for taxing death’. In die editie wordt beschreven dat death taxes weliswaar tegenwoordig uit de gratie zijn maar dat het belasten van vermogensovergangen als gevolg van overlijden een rechtvaardige maatregel is om ongelijkheid terug te dringen. Ook wordt aangegeven dat het vrijstellen van de overgang van ondernemingsvermogen van erfbelasting een solide economische onderbouwing ontbeert, omdat de ervaring zou leren dat de opvolgende generatie met enige regelmaat in no time de family business de afgrond in rijdt wegens gebrek aan adequaat management.3 Opvolging buiten de familiesfeer zou een onderneming juist ten goede komen. Het pleidooi van The Economist ligt in het verlengde van het betoog van de econoom Branko Milanovic uit 2016. Milanovic ziet twee speerpunten om de groeiende kloof tussen rijk en arm te verkleinen:

  1. gelijkwaardige opleidingskansen; en
  2. het zwaarder belasten van vermogensovergangen.4

Het betoog van Milanovic bouwt weer voort op het bekende werk van Thomas Piketty, Capital in the Twenty-First Century.

Ook de OECD wijst in het op 12 april verschenen rapport The Role and Design of Net Wealth Taxes in the OECD op het grote belang van death taxes bij het terugdringen van de kloof tussen arm en rijk.5

Literaire opvattingen

Onvrede over de kloof tussen arm en rijk is niet van vandaag of gisteren en kan niet alleen in politieke, filosofische of economische beschouwingen worden teruggevonden. Ook in de literatuur krijgt het reeds lang grote aandacht. Een aantal aansprekende voorbeelden. In 1959 schrijft Louis-Ferdinand Céline het volgende:

‘de rijken zijn aan één stuk door bezig met erven en ons te bestelen, onze uren, ons leven, en hun kinderen zijn constant bezig ons te bekogelen met vuiligheid en ons te laten zien wat hun ouders denken, haat en verachting (...) Heldendom voor de rijken! Laagheid voor het mindere volk!’

Céline citeerde ook een andere Franse schrijver, die geschreven had:

‘de rijkaard is een onverbiddelijke bruut die alleen kan worden tegengehouden met een zeis of een salvo van een machinegeweer in zijn buik’.

Céline vindt dit op zich een gevatte en juiste uitval, maar constateert wel dat daarbij over het hoofd wordt gezien dat elke arme sloeber maar één hartstocht heeft: ‘rijk worden!’6 De Russische dichteres Marina Tsvetaeva bracht de boodschap iets subtieler: als je niet humaan kunt zijn, niet knap bent of niet van goede afkomst, dan is het maar beter om vermogend te zijn. Vermogende mensen zijn aardig omdat het hen niets kost en ze zijn knap omdat ze mooie kleren dragen.7 Ook in de klassieke oudheid was er aandacht voor omvangrijke individuele vermogens, waarbij werd gewezen op het gevaar dat is verbonden aan exorbitant vermogensbezit. In ‘Agamemnon’ van Aeschylos bericht het koor:

‘Voor toekomstige generaties is duidelijk welke rampspoed voortkomt uit het ondernemen wat niet ondernomen zou moeten worden, wanneer mensen zich arroganter gedragen dan juist is; wanneer een huishouden meer overvloed heeft dan goed is; laat er niet te veel vermogen zijn voor iemand met gezond verstand, want een mens die het altaar van grote rechtvaardigheid uit het zicht heeft getrapt, zal zich niet kunnen verdedigen tegen de gevolgen van een overdaad aan vermogen. De miserabele verleiding, het verwende kind dat de ondergang brengt, zal zijn huis binnendringen. De gemeenschap zal onherstelbare schade lijden.’8

Deze opvatting, namelijk dat er een ‘natuurlijk maximum’ aan vermogen hoort te worden gesteld, is ook te vinden bij Aristoteles. Boven dat maximum is sprake van niet-noodzakelijke vermogensvorming.9

Filantropie als oplossing?

Dat sommige vermogende personen rekening houden met een bepaald natuurlijk maximum, blijkt uit filantropische gedragingen. Veel aandacht gaat bijvoorbeeld uit naar de initiatieven op dit vlak van Bill Gates. Dat betekent echter niet dat Bill Gates lof krijgt toegezwaaid van Piketty. In het AD van 6 januari van dit jaar liet Piketty het volgende optekenen:

‘Hij geeft veel aan liefdadigheid, maar dat zou hij moeten doen, nadat hij een fiks deel van zijn vermogen aan de staat heeft overgemaakt. We willen geen maatschappij waarin de rijken bepalen welke publieke belangen wel en niet worden gefinancierd. En al helemaal geen samenleving waarin de allerrijksten de politici financieren die hun belangen het beste bedienen.’10

Wanneer er echter geen wet is die afdracht van vermogen aan de staat verplicht, ben je afhankelijk van de individuele keuzes die de ‘tycoon’ in kwestie maakt. De aarzelingen die Piketty heeft met betrekking tot filantropie zijn overigens niet zonder grond. Op 3 april jl. besteedde de New York Times aandacht aan een rapport van The National Bureau of Economic Research waaruit blijkt dat algemeen nut beogende instellingen opgezet door de grootste Amerikaanse bedrijven soms indirect het belang van de betreffende ondernemingen dienen, omdat filantropie wordt ingezet als middel om politieke invloed uit te oefenen ten faveure van de onderneming.11

De wortels van ongelijkheid

De vraag rijst wanneer het onderscheid tussen rijk en arm is ontstaan. De gangbare gedachte is dat het ontstaan van de kloof tussen arm en rijk teruggaat tot het moment dat de mens het nomadenbestaan opgaf en zich toe ging leggen op landbouw en mensen zich in dat verband grond toe gingen eigenen. Een in het kader van The Inequality Project eind vorig jaar verschenen artikel in The Guardian stelt dat het zaad waaruit de huidige ongelijkheid is voortgekomen ruim 10.000 jaar geleden is gezaaid.12 Het einde van het nomadenbestaan leidde ook tot allerlei andere soorten narigheid: slavernij, onderdrukking, epidemieën enz. Een recente studie waarin dit aan de orde wordt gesteld, is ‘Against the Grain’ van James C. Scott.13 Het enorme onderscheid tussen de wereld vóór en na de overgang naar landbouw wordt ook fraai beschreven door Vergilius in de Georgica:

‘Before Jove’s time no farmer plowed the earth; It was forbidden to mark out field from field, Setting out limits, one from another; men shared all things together and Earth quite freely yielded the gifts of herself she gave, being unasked. It was Jupiter who put the deadly poison into the fangs of serpents; (…) Turned off the flow of wine that everywhere ran in the streams; all this so want should be the cause of human ingenuity, and ingenuity the cause of arts; Finding little by little the way to plant new crops by means of plowing, and strike the spark to ignite the hidden fire in veins of flint. (…) and everything was toil, relentless toil, urged on by need.’14

Er is mijns inziens weinig fantasie voor nodig om deze verandering van levensomstandigheden te koppelen aan het in Genesis 3, vers 17 e.v. beschreven wegzenden uit de tuin van Eden met als gevolg dat de mens gedurende zijn leven dient te zwoegen om het gewas van het veld te kunnen eten en moet zweten voor zijn brood, alvorens tot de aarde terug te keren. De pleidooien van Piketty, Milanovic en The Economist om via belastingheffing tot een zekere herverdeling van vermogens te komen, zijn alleszins begrijpelijk. Dat men via het heffen van belastingen aan herverdeling tussen rijk en arm kan doen, is niet een hedendaags idee. Zo beschrijft Marco Polo dat in Mongolië een deel van de in natura geheven belastingen werd aangewend om te voorzien in de behoeften van armen.15 Feit is natuurlijk wel dat belastingheffing niet erg succesvol is geweest bij het dichten of beperken van de kloof tussen rijk en arm. Dat de sterkste schouders vaak hun best doen om de belastinglast op minder sterke schouders af te wentelen, blijkt al uit de Odyssee van Homeros. Tijdens de afwezigheid van Odysseus werd zijn paleis bezet door vermogende lieden, genaamd ‘vrijers’. Deze vrijers deden zich te goed aan de bezittingen van Odysseus. Toen Odysseus hen na zijn terugkeer van zijn omzwervingen aansprak op hun gedrag, boden zij als volgt financiële genoegdoening aan: ‘We heffen belasting onder het volk om alles wat er verbruikt is in het paleis te vergoeden.’16 Odysseus liet de vrijers echter betalen met hun leven.

Valt er iets tegen ongelijkheid te doen?

Uit een onlangs gepubliceerde studie blijkt dat er in de loop van de geschiedenis slechts een beperkt aantal omstandigheden valt aan te wijzen als gevolg waarvan de kloof tussen arm en rijk tijdelijk krimpt:

  • grootschalige oorlogen;
  • grootschalige epidemieën zoals de pest;
  • revoluties; alsmede
  • het ineenstorten van naties, zoals de ineenstorting van het Romeinse Rijk.

Het gaat om het boek ‘The Great Leveller’ van Walter Scheidel.17 De kloof wordt als gevolg van dit soort disruptieve gebeurtenissen kleiner, niet zozeer omdat de armen er nominaal op vooruit gaan maar meer omdat de rijken het loodje leggen en hun kapitaal geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. Maar na ommekomst van een korte periode na dit soort gebeurtenissen neemt de kloof weer snel toe in omvang. Dit betekent mijns inziens dat het een illusie is om te denken dat met belastingmaatregelen de kloof tussen rijk en arm daadwerkelijk kan worden gedicht of ingeperkt. Maar dat betekent mijns inziens echter niet dat we het hoofd maar in de schoot moeten leggen en op moeten houden met het zwoegen om iets van de erf- en schenkbelasting te maken. Het in de huidige tijd afschaffen van de erf- en schenkbelasting zou een verkeerd signaal afgeven. Moet de bedrijfsopvolgingsfaciliteit worden afgeschaft, zoals The Economist bepleit? Mijns inziens niet. Bedrijfsvermogen zoals gedefinieerd in artikel 35c SW 1956 bevindt zich mijns inziens aan de ‘goede’ kant van het natuurlijke maximum aan vermogen zoals beschreven door Aristoteles. Er is sprake van noodzakelijke vermogensvorming, een natuurlijk deel van de huishoudkunde dat zorg draagt voor het levensonderhoud.18 Dat kan als rechtvaardiging voor de faciliteit dienen. Het zwijgen van staatssecretaris Snel over de Successiewet 1956 in de fiscale beleidsagenda is mijns inziens terecht. Inhoudelijke aanpassingen zijn niet nodig. Nu alleen er nog voor zorgen dat de daadwerkelijke inning van de erf- en schenkbelasting weer op gang komt. Het MKB zou, in plaats van te laten klagen over de consequenties van de fiscale maatregelen uit het regeerakkoord, de staatssecretaris moeten prijzen voor het handhaven van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.19

Opgewekt voorwaarts!

Moeten we dan wachten op een zeis, een salvo uit een machinegeweer, een druk op de knop van ‘The Donald’ of één van de door Scheidel beschreven disruptieve gebeurtenissen om de kloof te dichten? Wat mij betreft niet. Uiteindelijk keert ook de vermogende mens bezitloos terug tot de aarde. Het is slechts een kwestie van tijd. Voor degenen die tijdens het leven moeite hebben met het feit dat een ander meer vermogen bezit, biedt ‘The Cure’ een therapeutische oplossing:

‘Sing out loud. We all die!’20
Rubriek(en)
Schenk- en erfbelasting
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/21
Judoreg
NFB2175
Publicatiedatum
19 april 2018

X