Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 1 februari 2019 werd in de Haagse Nieuwspoort voor de tweede maal de jaarlijkse Jaap van den Berge-Literatuurprijs uitgereikt. De eerste editie viel ten deel aan Rens Pieterse (zie mijn opinie, ‘Verslag van de toekenning van de Jaap van den Berge-Literatuurprijs’, NLF Opinie 2018/0041). Ook dit jaar ging de prijs naar een auteur die met durf en eigenzinnigheid bouwt aan een belangwekkend fiscaal oeuvre: Cees Peters, volgens de jury een ‘werkelijk vrij en onafhankelijk iemand’, die ‘blijk geeft van nauwgezetheid en analytisch vermogen’.


Remy Gielen vertelt in deze opinie meer over het werk van Peters en doet verslag van de feestelijke middag.

Het werk van Peters

Peters gaat in zijn werk de grote thema’s binnen ons vakgebied bepaald niet uit de weg en richt zich op de legitimiteit en rechtvaardigheid van het (internationale) belastingrecht. In zijn multidisciplinaire onderzoek gaan politiek-filosofische en politiek-economische beginselen gepaard met het internationale fiscale recht. Daarbij grijpt Peters geregeld terug op het tamelijk moeizaam toegankelijke werk van de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Peters exploreert in zijn uit 2013 stammende dissertatie1 onder meer Habermas’ theorie van het communicatieve handelen als (mogelijke) pijler onder de legitimiteit van het internationale belastingrecht. Het positieve recht dient in dit kader ertoe, een werkelijk vrije en open discussie over de inhoud van het recht te waarborgen, een uitgangspunt dat in de ogen van Peters bepaald (nog) niet volvoerd is.

Het fundamentele belang van het – op basis van gelijkheid – uitwisselen van vragen en antwoorden tussen alle partijen die vormgeven en onderhevig zijn aan de moraliteit van het internationale belastingrecht, loopt als een rode draad door de publicaties van Peters: als het gaat om de invulling van het arm’s length-beginsel, maar ook in het zoeken naar de Europeesrechtelijke kernwaarden die zich openbaren door middel van staatssteunbeschikkingen.2 Teneinde het ‘tribale jungle-denken’ – zoals Paul de Haan, één van de leden van de zevenkoppige jury, dat in zijn lofrede noemde – waaraan het discours nog wel eens mank gaat, te doorbreken, is ook de inbreng van niet-statelijke actoren zoals (de in bepaalde belastingkringen tamelijk vermaledijde3) NGO’s onmisbaar.4

Cees Peters is voorts als docent en Academic Director verbonden aan het Fiscaal Instituut Tilburg. In die hoedanigheid beoogt hij onder meer bij te dragen aan de vorming van jongeren tot fiscalisten die ‘hun moreel kompas ontwikkelen dat hen in staat stelt om kritisch ten opzichte van zichzelf te blijven en met empathische aandacht open te staan voor de wensen van anderen’.5 Ook op didactisch vlak ligt de lat bij de prijswinnaar allerminst laag.

De prijsuitreiking

De feestelijke middag werd opgeluisterd door een toespraak van NOB-voorzitter Bartjan Zoetmulder. Hij richtte zich, zeer toepasselijk, op de kennelijke moeite die het de NOB kost om binnen het belastingdebat een meer uitgebalanceerde visie omtrent rechtvaardige belastingheffing over het voetlicht te brengen. Om journalisten en politici te bereiken met de praktische ervaring en technische expertise van haar leden heeft de NOB ervoor gekozen zich de komende jaren te ontwikkelen als heuse fiscale denktank.6

Na de fraaie laudatio van Paul de Haan, die op de website van de Stichting NLFiscaal is na te lezen,7 en de prijsuitreiking door Fred van Horzen, de voorzitter van de jury, was het slotakkoord aan Jaap van den Berge. Veel van wat de prijswinnaar schrijft, zo sprak hij de vele belangstellenden toe, is bepaald het overdenken waard. Maar wat Van den Berge vooral voor Peters inneemt, is het enthousiasme waarmee hij zijn dissertatie heeft geschreven. De wijze waarop Peters begaan is met het onderwerp van zijn studie noemde Van den Berge ‘vertederend’. Hij is niet alleen duidelijk gegrepen door het onderwerp, Peters is ook overtuigd van de kwaliteit van zijn eigen werk, en steekt dat niet onder stoelen of banken – That’s the spirit!, aldus de naamgever van de prijs.

Naast de door Van Horzen overhandigde erepenning ontving Peters ook een persoonlijk kleinood van Van den Berge: een antiquarisch poëziebundeltje getiteld ‘Het geld dat spant de kroon’. Het betreft een bloemlezing uit 250 jaar pecuniaire poëzie van Gerrit Komrij, waarmee het bankiershuis Van Lanschot in 1987 relaties en klanten verraste ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan. Van den Berge citeerde een aantal relativerende regels uit een daarin opgenomen gedicht van Peter Langendijk:

’t Geld maakt vrede, ’t geld doet vechten.’t Bouwt Kastelen, ’t doet ze slechten’t Geld zet ezels in de raad’t Voert de bek van d’ Advocaat

Ook voor de belastingadviseurs onder de aanwezigen nog een opstekertje, zo sloot Van den Berge de middag af met een knipoog.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Remy Gielen
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/14
Judoreg
NFB2328
Publicatiedatum
14 maart 2019

X