Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

A (bv) is opgericht in 2009 en werkzaam op het gebied van – kort gezegd – werving, selectie en outplacement. A is, voor de toepassing van de premieheffing werknemersverzekeringen, als middelgrote werkgever ingedeeld in sector 44 (Zakelijke dienstverlening II).

De onderneming van A is in 2017 gesplitst. Hiervoor zijn twee nieuwe besloten vennootschappen opgericht, waaronder X (belanghebbende). X heeft een deel van het bestaande personeelsbestand van A overgenomen. A wikkelt nog slechts de bestaande contracten af en zal op termijn worden ontbonden.

De Inspecteur heeft X bij beschikking van 8 januari 2018 ingedeeld in sector 52, te weten Uitzendbedrijven.

Niet in geschil is dat X op grond van de met ingang van 25 mei 2017 gewijzigde Regeling Wfsv moet worden ingedeeld in sector 52, Uitzendbedrijven. X bepleit in deze procedure indeling in sector 44 met een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

Dit beroep slaagt. Met X vergelijkbare werkgevers kunnen op grond van een overgangsregeling ook na de wijziging ingedeeld blijven in de zogenoemde vaksector. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is sprake van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen waarvoor geen rechtvaardiging bestaat.

Het Hof kiest ervoor de wijziging van bijlage 1, onderdeel 52, paragraaf 4, Regeling Wfsv ten aanzien van X buiten toepassing te laten zodat voor haar de tekst van die bepaling blijft gelden zoals die luidde vóór de wijziging. Niet in geschil is dat X dan moet worden ingedeeld in sector 44, Zakelijke dienstverlening II.

Uitzendbureau niet onder vaksector

Als de Wet arbeidsmarkt in balans (hierna: WAB) wordt aangenomen is het gedaan met de sectorindeling voor de WW. In zoverre is deze zaak al zo goed als een achterhoedegevecht. Het betrof hier een uitzendwerkgever die volgens de Belastingdienst niet meer onder de vaksector kon vallen, maar onder sector 52 geschaard moest worden. Een uitzendbureau kon onder de vaksector worden ingedeeld als de werkzaamheden ‘sec functioneel bezien’ voor meer dan 50% van het totale premieplichtige loon aan één sector konden worden toegerekend. Deze mogelijkheid is per 25 mei 2017 door een plotselinge wijziging van de Regeling Wfsv komen te vervallen. In principe valt zo’n wijziging binnen de bevoegdheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze trof wel een overgangsregeling voor – kort gezegd – bestaande situaties. In deze kwestie was buiten discussie dat belanghebbende op zichzelf niet aan de eisen van de overgangsregeling voldeed, maar diens grieven betroffen de rechtsongelijkheid die zou optreden tussen ‘bestaande’ en ‘nieuwe’ situaties die tot een concurrentieachterstand zou leiden.

Ontvankelijkheid

Metadata

Rubriek(en)
Sociale verzekeringen
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
18 december 2018
Rolnummer
18/00343
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:10971
Auteur(s)
Ton Mertens
Zelfstandig gevestigd belastingadviseur/Universiteit van Amsterdam/Universiteit Leiden
NLF-nummer
NLF 2019/0192
Aflevering
24 januari 2019
Judoreg
NFB2153
bwbr0017745&artikel=97

Naar de bovenkant van de pagina