Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De gemiddelde burger in Nederland kan niet ontkomen aan de belastingdruk in Nederland, net zomin als het mkb dat doorgaans geen buitenlandse vestigingen en investeringen heeft. Dan is het zuur om in de krant te lezen dat Shell in Nederland geen winstbelasting betaalt, hoewel het voor zover we kunnen weten, conform de wet is. Het is volgens voormalig Tweede Kamerlid Arthie Schimmel tijd voor een stevige discussie over dit onderwerp. De vraag is wie hierbij het roer in handen moet nemen.

Op woensdag 29 mei 2019 vond in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats over de belastingafdracht van multinationale bedrijven (hierna: mno’s). Deze hoorzitting was het gevolg van de eerdere weigering van Shell om aan de leden van de vaste commissie van Financiën uit te leggen hoe het kwam dat Shell in 2016 en 2017 geen winstbelasting in Nederland had betaald (Trouw 29 november 2018). Dat werd in Elsevier Weekblad op 21 mei 2019 bevestigd door president-directeur Nederland Marjan van Loon en executive vice-president taxation Alan McLean van Shell.

De hoorzitting was in twee ronden verdeeld:

  • In de eerste ronde werden wetenschappers/deskundigen aan het woord gelaten.
  • In de tweede ronde waren de executives van Philips, AkzoNobel en Shell aan de beurt (aangevuld door VNO/NCW en Tax Justice Nederland).

In de eerste ronde bleken Paul Sleurink (De Brauw Blackstone Westbroek) en Jan van de Streek (hoogleraar belastingheffing van concern UvA) het niet eens te zijn over de liquidatieverliesregeling. Van de Streek vond dat Nederland door de liquidatieverliesregeling een dumpplaats voor (mobiele) liquidatieverliezen op deelnemingen is. Volgens Sleurink was dat niet het geval omdat de regeling veel hordes heeft voordat die kan worden toegepast. Bovendien betoogde hij, als de leden van de commissie Financiën het niet eens zijn met de regeling, wat let hen om de regeling aan te passen. Zij zitten aan de knoppen. Van de Streek had in zijn position paper al een aantal aanpassingen opgenomen, waaronder het in consultatie zijnde initiatiefwetsvoorstel ‘Aanpassing liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting’ van GroenLinks, PvdA en SP.

De tweede ronde was voor de bedrijven. Directeur Philips Nederland Hans de Jong erkende dat Philips pas in 2021 weer jaarlijks € 150 miljoen winstbelasting in Nederland gaat betalen. Hij maakte zich wel zorgen over de maatschappelijke kritiek op multinationals. Hij vond dat er meer aan onderwijs en voorlichting moest worden gedaan. Raymond de la Court, directeur Benelux van AkzoNobel zei dat AkzoNobel geen gebruikmaakte van de liquidatieverliesregeling. Hij verwacht dat AkzoNobel vanaf volgend jaar weer winstbelasting in Nederland zal gaan betalen. Alan McClean van Shell maakte zich ook zorgen over het negatieve klimaat jegens multinationals. Nog dit jaar zal Shell inzicht geven hoeveel belasting het in welke landen betaalt. Hij verwees naar het B-team waarin Shell participeert (A new bar for responsible tax: the B team responsible tax principles).

Geen van de executives van de mno’s had iets met een beroep van de leden van de commissie Financiën op moraliteit. Dit beroep op moraliteit was eenzelfde beroep dat dame Margaret Hodge (voorzitter Public Account Commission UK) deed bij de ondervraging van de grote techgiganten.

‘I don’t say you are acting illegal, I just say you are acting immoral.’

De executives in Nederland gingen ervan uit dat de wet zowel de letter als de geest vertegenwoordigde. Zolang aan de wet voldaan werd, was er geen sprake van immoraliteit.

Alle executives pleitten ervoor de liquidatieverliesregeling niet afzonderlijk te behandelen (zoals in het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks, PvdA en SP) maar te betrekken bij de brede heroverweging die staatssecretaris Snel aangekondigd heeft.

Het was een interessante hoorzitting. De Kamerleden vroegen op sommige punten niet door zoals hoeveel liquidatieverliezen Philips en Shell de afgelopen jaren hebben verrekend met de winstbelasting. En of AkzoNobel inderdaad geen gebruikmaakt van de regeling en toch pas vanaf volgend jaar winstbelasting in Nederland gaat betalen.

Bij de morele verontwaardiging kan ik me iets voorstellen. De hoofdkantoren van grote mno’s maken gebruik van Nederlandse voorzieningen en mogen daaraan ook hun bijdrage leveren (en niet in de vorm van loonbelasting, accijnzen enz. want dat betalen de werknemers respectievelijk consumenten zelf). De gemiddelde burger in Nederland kan niet ontkomen aan de belastingdruk in Nederland, net zomin als het mkb dat doorgaans geen buitenlandse vestigingen en investeringen heeft. Dan is het zuur om in de krant te lezen dat Shell in Nederland geen winstbelasting betaalt, hoewel het voor zover we kunnen weten, conform de wet is. De vraag is natuurlijk bij wie de bal ligt. Het lijkt mij dat de volksvertegenwoordiging daarbij aan de beurt is. In de behandeling van wetsvoorstellen vindt de discussie plaats over normen en waarden (of de moraliteit), die vervolgens in de wet worden vastgelegd. Ik roep in herinnering de wijziging van de deelnemingsvrijstelling en met name het gedeelte dat betrekking heeft op de regeling van liquidatieverliezen. In 1987 werd een nota van wijziging ingediend. In de toelichting op die wijziging schreef de staatssecretaris:

‘Ik betreur het ten zeerste dat het zich in betekende mate voordoen van constructies tot gevolg heeft dat de fiscale wetgeving nog verder wordt gecompliceerd. (…) Daar komt nog bij dat die ingewikkelde bepalingen met name betrekking hebben op liquidatieverliezen en die komen in de praktijk niet veel voor.’

Na bijna 32 jaar is het tijd voor discussie.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Auteur(s)
Arthie Schimmel
Zelfstandig fiscaal journalist
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/29
Judoreg
NFB2516
Publicatiedatum
6 juni 2019

X